Eerherstel voor het affiche

Toespraak bij de opening van de tentoonstelling Politieke affiches – Internationale solidariteit. De keuze van Jan Pronk. Affiche Museum Hoorn, 21 juni 2009

Affiche tentoonstelling

Waarom zien we tegenwoordig zo weinig politieke affiches? Commerciële affiches hangen overal, maar politieke affiches steeds minder. Aandacht vragen voor maatschappelijke vraagstukken met hulp van posters en plakkaten op straat is niet gebruikelijk meer. Kort voor verkiezingen verschijnen ze op speciale aanplakborden; daags erna worden ze fluks weggehaald. De ramen van woonhuizen blijven leeg. Dat was vroeger anders. Hoe komt dat? Zijn we niet meer geïnteresseerd? Schamen we ons? Durven we een politieke overtuiging niet meer uitdragen? Of hebben we die niet meer? Of moet alles netjes geordend worden, net zoals het maken van reclame achter glas op de abri's in de stad? Maar het uitdragen van een politieke mening zou de gevestigde orde toch juist moeten uitdagen en het publiek verrassen?

Aanplakbiljetten die oproepen tot internationale solidariteit zijn nog schaarser dan andere politieke affiches. Ook dat was vroeger anders. In de jaren zestig en zeventig vestigden posters van landen comités, zoals het Angola comité en het Vietnam comité, de aandacht op kolonialisme en imperialisme. Per affiche werd opgeroepen om in demonstraties mee te lopen, bijvoorbeeld tegen de NATO of tegen kernwapens. Per plakkaat werd solidariteit betuigd met slachtoffers van dictatuur en mensenrechtenschendingen in Chili, Indonesië en Zuid Afrika. Op die affiches werd het onrecht getoond in woord en beeld, met slogans en cartoons, foto's en tekst. Er was variëteit, herhaling en herkenning. Soms werd de hulp ingeroepen van bekende kunstenaars en viel de nadruk op de artisticiteit, soms werd de werkelijkheid plat verwoord en bot afgebeeld. Teksten konden provoceren, afbeeldingen ridiculiseren of shockeren. Als de boodschap maar overkwam en bleef hangen.

Het affiche museum in Hoorn heeft een prachtige collectie van dat alles. Bijna al die affiches zijn afkomstig uit de vorige eeuw. Terwijl de nieuwe commerciële affiches niet zijn aan te slepen, steeds groter en mooier, steeds geraffineerder en verleidelijker, zijn er weinig nieuwe politieke affiches met een oproep om solidair te zijn met mensen die verstoken zijn van de welvaart, de vrijheid en het comfort waaraan wij in het Westen zo gewend zijn geraakt. Commercie, reclame en affiche voeden onze begeertes, wakkeren onze behoeften aan en roepen op om nog meer te consumeren. Dat is altijd zo geweest, maar er was altijd een tegenwicht: een appèl op onze solidariteit, een oproep tot protest, een roep om actie.

Ik heb de laatste tijd geen affiches gezien met een oproep om te protesteren tegen de Amerikaanse invasie in Irak, tegen de genocide in de Soedan, tegen mensenrechtenschendingen in Afghanistan of de dictatuur in Zimbabwe. Ik zag ook geen affiches waarop werd geprotesteerd tegen het kappen van het regenwoud in Brazilië of de bedreiging van het leven in Afrika door de klimaatverslechtering die wij vanuit het Westen veroorzaken door vast te houden aan ons eigen comfort.

Hoe komt het dat zo'n tegenwicht niet meer geboden wordt via publieke oproepen tot bezinning, solidariteit en protest?

Heeft de oproep tot solidariteit afgedaan omdat die niet meer nodig is? Worden de mensenrechten niet meer geschonden, is er geen onrecht meer, geen dictatuur, geen buitenlandse overheersing, geen armoede? Zijn er geen slachtoffers meer? De vraag stellen is haar beantwoorden. Het valt toch niet te ontkennen dat er tientallen miljoenen vluchtelingen en ontheemden zijn, dat jaarlijks tienduizenden het slachtoffer zijn van oorlog en ander politiek geweld, dat nog steeds anderhalf miljard mensen geen recht kan doen gelden op een menswaardig bestaan? Toch lijkt het protest verstild, blijft actie achterwege, zijn er geen affiches die oproepen tot demonstratie.

Heeft het politieke affiche wellicht afgedaan omdat zij vervangen is door meer moderne communicatiemiddelen, zoals televisie en Internet? Qua informatie zijn TV en Internet superieur. Wat dat betreft kan het affiche niet in hun schaduw staan. Maar zij leiden tot gemakzucht. De televisie mobiliseert niet. TV verschaft leunstoel informatie. Die neemt men tot zich en vervolgens drukt men op de knop. Men schakelt over op een ander kanaal en gaat over tot de orde van de dag. En wie surft op Internet en kennisneemt van onwelgevallige opinies reageert zich af door het zenden van anonieme boodschappen. Internet leidt tot scheldkanonnades, tot schieten en zelf buiten schot blijven.

Het affiche gedoogt gemakzucht noch anonimiteit. Het affiche individualiseert niet. Het appelleert. Het doet een beroep op groepsgewijze actie: “Stop de neutronenbom!”, “Boycot Shell!”, “Steun het Sandinistisch bevrijdingsfront!”.

Ik overdrijf. Hyves, Facebook en Twitter vormen geen eenrichtingsverkeer. Het zijn kanalen voor groepsgewijze informatie, die uitnodigen tot openlijke reactie. De oppositie in Iran gebruikt Twitter om beelden over te seinen van politiegeweld tegen weerloze burgers en om op te roepen tot verzet. Er wordt massaal gevolg aan gegeven. Soms, zoals vorig jaar in Birma, riskeert men daarmee het ergste voor de boodschapper zelf. De meest overtuigende oproep komt niet van buitenaf, maar wordt ter plekke gedaan, door de betrokkenen zelf, door mensen die zich verzetten, risico's nemen. Wat zou een affiche in Nederland kunnen toevoegen aan de beelden gemaakt door de slachtoffers zelf?

Misschien zijn er ook geen affiches meer omdat effectieve solidariteit groepsgewijze actie veronderstelt. Voor bijna alle landencomités uit de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw is het doek gevallen. De solidariteitsbewegingen van destijds zijn professionele bureaucratieën geworden. Oproepen tot financiële steun zijn niet meer nodig, want het geld stroomt binnen via de Postcode loterij. Een politiek tegengeluid wordt niet meer gehoord, want anders komt de subsidie in gevaar. Het afficheren van een oproep tot solidariteit is al net zo fatsoenlijk geordend als het commerciële affiche op de abri waarin we wachten op de bus.

Zou dat het zijn? Zien we geen solidariteitsaffiches meer omdat er geen solidariteitscomités meer zijn? Of is de solidariteit zelf verdampt?

Daar lijkt het wel op. Ontwikkelingshulp was van het begin af aan het middel bij uitstek om internationale solidariteit tot uitdrukking te brengen. Thans is het bon ton om te pleiten voor bezuinigingen op die hulp of om er helemaal mee te stoppen. Met wie zijn we solidair: met mensen die er slecht aan toe zijn, of met onszelf? Protesten tegen de politiek van Amerika - en ook die van Nederland - met betrekking tot Irak of Afghanistan of de Palestijnen zijn verstomd. Met wie zijn we solidair: met onze bondgenoten of met mensen zonder stem?

In ons land zijn vreemdelingen en vluchtelingen steeds minder welkom. Jonge Nederlanders, hier geboren en getogen, met ouders die jaren geleden vanuit Marokko naar ons land migreerden, werden tot vorig jaar als allochtoon bestempeld - een gotspe - en thans als tuig. Een opkomend politiek leider in ons land pleitte er voor de Koran te verbieden. Toen zijn partij kort daarop de op een na grootste van het land werd, riep hij dat tientallen miljoenen mensen die de Islam belijden Europa dienen te verlaten, omdat zij alle hetzij de Sharia zouden willen invoeren hetzij misdadiger zouden zijn of Jihadist. Met wie zijn we solidair? Wie durft er nog solidair te zijn?

Het afkalven van de vanzelfsprekendheid van internationale solidariteit is zorgwekkend. De toenemende intolerantie en discriminatie evenzeer. Echter, het zijn niet de ombuigingen van de ontwikkelingshulp, het vreemdelingenbeleid en de buitenlandse politiek die zorgen baren, doch het gebrek aan een tegengeluid. Het beleid is parlementair democratisch gelegitimeerd. Grievende uitlatingen zijn geoorloofd vanwege het grondwettelijke recht op vrije meningsuiting. Wat het meeste zorgen baart is het aanschurken tegen het gesundes Volksempfinden. De een hult zich in stilzwijgen, de ander vergoelijkt of spreekt verhullende taal.

Dat is vroeger ook gebeurd. Over Indonesië en Vietnam is destijds ook verhullend gesproken. Maar toen was er een tegengeluid. Er waren teach ins, demonstraties, geldinzamelingen en protestacties en boycots. Het waren pogingen tot tegenspraak. Er werd geageerd tegen oorlog, discriminatie en onrecht, soms luid, soms schuchter, soms ludiek. Zo probeerde men vorm te geven aan internationale solidariteit. Al die verschillende uitingen van actieve solidariteit werden ingeluid met een affiche. Die affiches hingen niet in het luchtledige; ze stonden ergens voor. Zoals commerciële reclame oproept om meer te consumeren, roept een politiek affiche op om meer te doen.

Ik pleit voor een eerherstel van het politieke affiche. Twitter er vooral op los, maar dan - in Nederland althans - wat minder zelfingenomen en niet zo triviaal. Plak eens een affiche.

Alle politieke affiches die hier worden tentoongesteld brengen dezelfde boodschap: wees solidair met mensen die er niet bij mogen horen - economisch, cultureel of politiek. Vergelijk de verworvenheden in het eigen land met de tekorten aan welvaart, recht en vrijheid elders. Vraag je af of die verworvenheden niet mede te danken zijn aan de veronachtzaming van de belangen van anderen. Heb oog voor de keerzijde van het eigen comfort. Nuanceer de betekenis van de eigen identiteit. Ga de discussie aan. Spreek tegen.

Dat was de boodschap die afspatte van de affiches die in het Museum in Hoorn zijn bijeengebracht. Ze lijken ouderwets, maar ze sprankelen.

Koester die affiches. Koester die solidariteit.