Tekenen voor vrede

Toespraak bij de opening van de tentoonstelling van affiches van Len Munnik, gemaakt voor IKV Pax Christi, Breda, Centrale Bibliotheek, 19 september 2013

Het affiche van de Vredesweek dit jaar heeft als motto: Act for Peace.

De tekening op het affiche is gemakt door Len Munik. Op de tekening worden twee mensen gescheiden door een diepe kloof. Een van hen stapt over de kloof in de richting van de ander. Zij reiken elkaar de hand. Op de achtergrond prijkt een regenboog. Act for Peace: dat wil zeggen: vrede moet je doen, en je kunt iets doen door een stap te zetten in de richting van iemand anders, door een kloof te overbruggen en de ander te ontmoeten.

Het simpele beeld vertelt het hele verhaal. Een goed affiche doet de boodschap beklijven. Dat vraagt creativiteit, zowel qua tekst als qua beeld.

 

Politieke affiches

Vredesweek affiches zijn politieke affiches. Zij roepen op tot verandering van mentaliteit, van gedrag en van beleid. Het zijn oproepen tot actie.

Waarom zien we tegenwoordig zo weinig politieke affiches? Commerciële affiches hangen overal, maar politieke affiches steeds minder. Aandacht vragen voor maatschappelijke vraagstukken met hulp van posters en plakkaten op straat is niet gebruikelijk meer. Kort voor verkiezingen verschijnen ze op speciale aanplakborden; daags erna worden ze fluks weggehaald. De ramen van woonhuizen blijven leeg. Dat was vroeger anders. Hoe komt dat? Zijn we niet meer geïnteresseerd? Schamen we ons? Durven we een politieke overtuiging niet meer uitdragen? Hebben we die niet meer? Of moet alles netjes geordend worden, net zoals het maken van reclame achter glas op de abri’s in de stad? Het uitdragen van een politieke mening zou de gevestigde orde toch juist moeten uitdagen en het publiek verrassen?

Aanplakbiljetten die oproepen tot vrede en internationale solidariteit zijn nog schaarser dan andere politieke affiches. Ook dat was vroeger anders. In de jaren zestig en zeventig vestigden posters van landen comités, zoals het Angola comité en het Vietnam comité, de aandacht op kolonialisme en imperialisme. Per affiche werd opgeroepen om in demonstraties mee te lopen, bijvoorbeeld tegen de NATO of tegen kernwapens. Per plakkaat werd solidariteit betuigd met slachtoffers van dictatuur en mensenrechtenschendingen in Chili, Indonesië en Zuid Afrika. Op die affiches werd het onrecht getoond in woord en beeld, met slogans en cartoons, foto’s en tekst. Er was variëteit, herhaling en herkenning. Soms werd de hulp ingeroepen van bekende kunstenaars en viel de nadruk op de artisticiteit, soms werd de werkelijkheid plat verwoord en bot afgebeeld. Teksten konden provoceren, afbeeldingen ridiculiseren of shockeren. Als de boodschap maar overkwam en bleef hangen.

Onze omgeving hangt vol met commerciële affiches, steeds groter en mooier, steeds geraffineerder en verleidelijker. Maar we zien steeds minder affiches met een oproep om solidair te zijn met mensen die verstoken zijn van de welvaart, de vrijheid en het comfort waaraan wij in het Westen zo gewend zijn geraakt. Commercie, reclame en affiche voeden onze begeertes, wakkeren onze behoeften aan en roepen op om nog meer te consumeren. Dat is altijd zo geweest, maar er was altijd ook een tegenwicht: een beroep op onze solidariteit, een oproep tot protest, een roep om actie.

Ik heb de laatste tijd geen affiches gezien met een oproep om te protesteren tegen het optreden van de NATO in Libië, de oorlogen in Congo en Syrië, mensenrechtenschendingen in Soedan en Pakistan. Ik zag ook geen affiches waarop werd geprotesteerd tegen de bedreiging van het leven in Afrika door de klimaatverslechtering die wij vanuit het Westen veroorzaken door vast te houden aan ons eigen comfort. Ik zag ze ook niet tegen de behandeling van vluchtelingen, asielzoekers en zogenaamde illegale vreemdelingen in Nederland.

Hoe komt het dat geen tegenwicht meer wordt geboden via publieke oproepen tot bezinning, solidariteit en protest? Hebben oproepen tot vrede en solidariteit afgedaan, omdat die niet meer nodig zijn? Worden de mensenrechten niet meer geschonden, is er geen onrecht meer, geen dictatuur, geen buitenlandse overheersing, geen armoede? Zijn er geen slachtoffers meer? De vraag stellen is haar beantwoorden. Het valt toch niet te ontkennen dat er enkele tientallen miljoenen vluchtelingen en ontheemden zijn, dat jaarlijks vele tienduizenden het slachtoffer zijn van oorlog of van politiek geweld, dat nog steeds anderhalf miljard mensen geen recht kunnen doen gelden op een menswaardig bestaan? Toch lijkt het protest verstild, blijft actie achterwege, zijn er slechts weinig affiches die oproepen tot demonstratie en actie.

 

Is het affiche achterhaald?

Is het politieke affiche achterhaald, niet meer van deze tijd? Hebben op actie gerichte affiches afgedaan omdat zij vervangen zijn door meer moderne communicatiemiddelen, zoals televisie en internet? Qua informatie zijn TV en Internet superieur. Wat dat betreft kan het affiche niet in hun schaduw staan. Maar zij leiden tot gemakzucht. De televisie mobiliseert niet. TV verschaft leunstoel informatie. Die neemt men tot zich en vervolgens schakelt men over op een ander kanaal en tot de orde van de dag. En wie surft op internet en kennisneemt van onwelgevallige opinies, reageert zich af door het zenden van anonieme boodschappen. Internet leidt tot scheldkanonnades, tot schieten en zelf buiten schot blijven.

Het affiche gedoogt gemakzucht noch anonimiteit. Het affiche individualiseert niet. Het appelleert. Het doet een beroep op groepsgewijze actie. Kijk maar naar de Vredesweek affiches van Len Munnik: Help de kernwapens de wereld uit. Om te beginnen uit Nederland (1984), Het blijft nee! (1985) en Steun de vredestichters! (1992).

Ik overdrijf. Facebook en Twitter zijn vaak anoniem en gemakzuchtig, maar het is geen eenrichtingsverkeer. Het zijn communicatiekanalen voor groepsgewijze informatie, en ze nodigen uit tot openlijke reactie. De oppositie in Iran gebruikte Twitter om beelden over te seinen van politiegeweld tegen weerloze burgers en om op te roepen tot verzet. Er werd massaal gevolg aan gegeven. De Arabische Lente werd gevoed door Facebook. Beelden van het geweld in Syrië komen tot ons via de mobiele telefoon. Soms riskeert de boodschapper het ergste voor zich zelf. De meest overtuigende oproep komt niet van buitenaf, maar wordt ter plekke gedaan, door de betrokkenen zelf, door mensen die zich verzetten, risico’s nemen. Wat zou een affiche in een ver en comfortabel Nederland kunnen toevoegen aan de beelden gemaakt door de slachtoffers zelf?

 

Of is de solidariteit zelf achterhaald?

Misschien zijn er ook geen affiches meer omdat effectieve solidariteit groepsgewijze actie veronderstelt. Voor bijna alle landencomités uit de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw is het doek gevallen. De solidariteitsbewegingen van destijds zijn professionele bureaucratieën geworden. Oproepen tot financiële steun zijn niet meer nodig, want het geld stroomt binnen via de Postcode loterij. Een politiek tegengeluid wordt niet meer gehoord, want anders komt de subsidie in gevaar. Het afficheren van een oproep tot solidariteit is al net zo fatsoenlijk geordend als het commerciële affiche op de abri waarin we wachten op de bus.

Zou dat het zijn? Zien we geen solidariteitsaffiches meer omdat er geen solidariteitscomités meer zijn, geen vredesaffiches, omdat de vredesbeweging niet meer bestaat? Of zijn de gevoelens van solidariteit en compassie zelf verdampt?

Daar lijkt het wel op. Ontwikkelingshulp was van het begin af aan het middel bij uitstek om internationale solidariteit tot uitdrukking te brengen. Thans is het bon ton om te pleiten voor bezuinigingen, of om er zelf een graantje van mee te pikken, of er helemaal mee te stoppen. Met wie zijn we solidair: met mensen die er slecht aan toe zijn, of met onszelf?

In ons land zijn vreemdelingen en vluchtelingen steeds minder welkom. Jonge Nederlanders, hier geboren en getogen, met ouders die jaren geleden vanuit Marokko naar ons land migreerden, werden eerst als allochtoon bestempeld – een gotspe – en daarna als tuig. Een opkomend politiek leider in ons land pleitte er voor de Koran te verbieden en riep dat tientallen miljoenen mensen die de Islam belijden Europa dienden te verlaten, omdat zij alle hetzij de Sharia zouden willen invoeren, hetzij misdadiger zouden zijn of Jihadist. De discussie die daarop volgde ging vooral over de vrijheid van meningsuiting. Met wie zijn we solidair?

Het afkalven van de vanzelfsprekendheid van internationale solidariteit is zorgwekkend. De toenemende intolerantie en discriminatie evenzeer. Het zijn niet alleen de ombuigingen van de ontwikkelingshulp, het vreemdelingenbeleid en de buitenlandse politiek zelf die zorgen baren, doch vooral ook het gebrek aan een tegengeluid. De een hult zich in stilzwijgen, de ander vergoelijkt of spreekt verhullende taal.

Dat is vroeger ook gebeurd. Over Indonesië en Vietnam is destijds ook verhullend gesproken. Maar toen was er een tegengeluid. Er waren teach ins, demonstraties, geldinzamelingen, protestacties en boycots. Het waren pogingen tot tegenspraak. Er werd geageerd tegen oorlog, discriminatie en onrecht, soms luid, soms schuchter, soms ludiek. Zo probeerde men vorm te geven aan internationale solidariteit. Al die verschillende uitingen van actieve solidariteit werden ingeluid met een affiche. Die affiches hingen niet in het luchtledige. Ze stonden ergens voor. Zoals commerciële reclame oproept om meer te consumeren, roept een politiek affiche op om meer te doen.

 

Len Munnik

De affiches van Pax Christi en het Interkerkelijk Vredesberaad hebben door de jaren heen dezelfde boodschap uitgedragen: het gaat om vrede, en vrede verplicht. Veel van die affiches zijn gemaakt door Len Munnik, wiens werk hier wordt tentoongesteld. Zijn affiches zijn mij altijd dierbaar geweest, net als de politieke cartoons die hij al jaren lang maakt voor het dagblad Trouw, die recentelijk in verschillende plaatsen in Nederland werden tentoongesteld. De tekeningen van Len Munnik staan ergens voor. Het zijn logo’s, herkenningstekens bij een beweging, een oproep, een actie. Len Munnik schreef mij: “Ik teken liever en beter dan dat ik het woord voer”. Maar dat is het hem juist: tekeningen spreken, een goed affiche spreekt voor zich, daar hoeft weinig tekst bij.

Len Munnik ontwierp een paar affiches zonder tekst, zoals een dansend paar, achter een openvallend ijzeren gordijn (1987) en - misschien wel de mooiste - een vredesduif die rondvliegt als een schietschijf (1997). De kwetsbaarheid van de vrede kan niet beter worden uitgedrukt dan in dit symbool. De meeste affiches dragen wel een tekst, namelijk het motto van de vredesweek van het desbetreffende jaar. Die tekst is dus niet door Len Munnik zelf gekozen. Zijn taak was een beeld te kiezen dat er bij past en waardoor je de boodschap niet vergeet.

Twee dingen vallen daarbij op. Ten eerste: Geleidelijk krijgen de teksten een ander karakter. Aanvankelijk waren het niet mis te verstane oproepen tot actie, later werden het voorzichtige constateringen. Bij de oproep Het blijft nee! (1985) tekent Len Munnik een groepje mensen dat samen probeert een kernbom weg te duwen met behulp van het meest geweldloze instrument dat bestaat: een potlood. En de oproep: De ander, dat ben jij! (1996) wordt prachtig geïllustreerd met een gebroken hart, uiteenvallend in twee gezichten, naar elkaar toegewend, samen één. En, laatste voorbeeld van een oproep, Steun de vredestichters (1992) laat een man zien die probeert de pal tegen te houden van een pistool, dat groter is dan hijzelf.

Andere teksten zijn niet meer dan constateringen. Sommige daarvan zijn een beetje afstandelijk. Het zijn aanzetten tot reflectie, meer dan tot actie, zoals Tussen oorlog en vrede (1989), Tussen droom en werkelijkheid (1995) en Vrede: werk in uitvoering (2003). Zulke teksten blijven pas hangen wanneer zij sprekend worden verbeeld. Dat heeft Len Munnik gedaan: een boer op een tractor die rijdt door een gat in de Muur, een fladderende vlinder achter opengescheurd prikkeldraad, een waarschuwingsbord waarop grondwerkers staan afgebeeld die de wapens begraven.

En dan zijn er affiches met een tekst die pas tot leven komt door de tekening. Kiezen voor vrede (2008) laat een man zien die uit zijn harnas stapt. Buurten voor vrede (2010) wordt geïllustreerd door twee buren, zittend aan een tafeltje met poten aan beide zijden van de heg.

Dat brengt mij op een tweede punt dat opvalt in de tekeningen van Len Munnik: Het gaat altijd om een klein groepje mensen, twee tot vijf personen, een Gideonsbende, meer niet. Alleen op de eerste tekening (1981) staat een massa mensen geschaard om een graf waarin een grote bom ter aarde wordt besteld. Het is 1981: Help de kernwapens de wereld uit. Dat was eigenlijk het laatste jaar van de grote acties, daarna werd het stiller. Maar niet stil. Solidariteitsacties, vredeswerk en de bevordering van de mensenrechten stonden minder hoog op politieke agenda’s, maar het ging wel door, minder macro, meer micro. Geloven in vrede, Ontmoeting van culturen, Bewegen naar vrede, Samen verder, Buurten voor vrede, die benaderingen zijn minder luidruchtig, maar wel gestaag.

 

Len Munnik heeft het nieuwe, voorzichtige klimaat van vrede goed gezien en mooi geschetst. Aan hem ligt het niet. Maar ik hoop toch dat de geest van de vredes- en solidariteitsacties van destijds weer terugkomt. Kleine micro basis acties zijn belangrijk, maar niet voldoende. Bij actie voor solidariteit, vrede en mensenrechten zal uiteindelijk de confrontatie moeten worden aangegaan met de macht. Machthebbers die meer geïnteresseerd zijn in nationale veiligheid dan in vrede, meer in eigen belang dan in solidariteit, meer in profijt dan in duurzaamheid, meer in de eigen achterban dan in recht voor vreemdelingen, moeten continue worden bevraagd en tegengesproken.

Twitter er vooral op los, maar dan wat minder zelfingenomen en niet zo triviaal. Wees solidair met mensen die er niet bij mogen horen - economisch, cultureel of politiek. Vergelijk de verworvenheden in het eigen land met de tekorten aan welvaart, recht en vrijheid elders. Vraag je af of die verworvenheden niet mede te danken zijn aan de veronachtzaming van de belangen van anderen. Heb oog voor de keerzijde van het eigen comfort. Nuanceer de betekenis van de eigen identiteit. Ga de discussie aan. Spreek tegen. Plak eens een affiche.

 

 

Jan Pronk

 

Toespraak bij de opening van de tentoonstelling van affiches van Len Munnik, gemaakt voor IKV Pax Christi.

Breda, Centrale Bibliotheek, 19 september 2013

 

Een deel van deze tekst is gebaseerd op de toespraak ‘Eerherstel voor het affiche’, Hoorn, 21 juni 2009