Vrede: de lat ligt hoog

Toespraak Jalsa Salana Ahmadiyya Moslim Gemeenschap Nederland, Vierhouten, 29 april 2017

Drie vragen dringen zich op, nu we dagelijks beelden zien van oorlog en geweld. Heeft de beschaving en vooruitgang die de wereld heeft meegemaakt tot meer vrede geleid, of juist niet? Zijn de huidige internationale verhoudingen anders dan in 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Herleeft de Koude Oorlog?

Er zijn geruststellingen te over. Staten voeren steeds minder oorlog met elkaar en het aantal slachtoffers is geringer dan in de eerste helft van de twintigste eeuw. Anders dan tijdens beide wereldoorlogen werken Frankrijk, Duitsland en Engeland vreedzaam samen. De Koude Oorlog tussen Oost en West is afgelopen, want de ideologische tegenstellingen zijn achterhaald.

Ik ben er niet gerust op. Inderdaad, de grote oorlogen binnen Europa zijn achter de rug. De koloniale veroveringsoorlogen, die het Westen voerde in Afrika, Noord en Zuid Amerika, Azië en het Midden Oosten, zijn verleden tijd. De onafhankelijkheidsstrijd tegen de koloniale mogendheden is voorbij en de meeste nieuwe staten stellen zich tegenover elkaar vredelievend op.

Maar binnen oude en nieuwe natiestaten zijn conflicten opgelaaid die miljoenen slachtoffers maakten. Deels vloeiden die conflicten voort uit de dekolonisatie zelf: grenzen moesten worden getrokken, staten gemaakt, naties gevormd, nieuwe machtsverhoudingen gevestigd. Deels waren het gevechten om de politieke macht. Deels betrof het ideologische, religieuze, etnische, tribale en culturele tegenstellingen. Vaak ging het om toegang tot grond, water en welvaart. Meestal liep alles door elkaar.

Het begon in de jaren veertig met de oorlog rond de onafhankelijkheid van India en Pakistan, en later Bangladesh. Vervolgens ontbrandde postkoloniaal geweld in Indonesië en Cambodja. In diezelfde tijd werden de nieuwe Afrikaanse staten geplaagd door binnenlands geweld: Soedan, Congo, Oeganda, Nigeria en Rwanda vanaf de jaren zestig, Angola en Mozambique vanaf de jaren zeventig, Chad in de jaren tachtig, Algerije in de jaren negentig, en na de eeuwwisseling Egypte, Libië, Mali en de Centraal Afrikaanse republiek.

Ook de oorlogen op de Balkan, in West Azië en het Midden Oosten hebben te maken met een geschiedenis van staats- en natievorming volgend op de heerschappij van buitenlandse mogendheden: voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Iran/Irak, Syrië/Libanon, Israël/Palestina. Ook die conflicten werden steeds complexer: nationalistisch, etnisch en religieus. Zij bleven steeds minder beperkt tot afzonderlijke landen, maar breidden zich uit over de regio: Jordanië, Jemen en (opnieuw) Pakistan.

In Latijns en Midden Amerika werd in diezelfde periode oorlog gevoerd tussen erfgenamen van de kolonisatoren en inheemse groepen: Bolivia, Ecuador, Guatemala. Andere waren ideologisch en politiek: Argentinië, Uruguay, Brazilië, Chili, Peru, Colombia. Het ging vaak om een combinatie van macht en profijt: grond, olie, mineralen en drugs. De ongelijkheid nam overal toe: werkloosheid, armoede, sloppenwijken, criminaliteit.

Het heeft weinig zin ons af te vragen of de conflicten van nu groter of kleiner zijn dan de Europese oorlogen, de wereldoorlogen, de koloniale oorlogen en de bevrijdingsoorlogen tot het midden van de vorige eeuw. Zij vormen een nieuwe fase in de geschiedenis Ze kunnen beter met elkaar worden vergeleken, over een periode die zeventig jaar geleden begon. Misschien vielen er vroeger meer slachtoffers dan nu, maar de aantallen zijn nog steeds enorm en de ellende is levensgroot. De conflicten zijn hevig en complex. Aspiraties van strijdende partijen reiken over nationale grenzen heen. Hun actieradius eveneens. Zo krijgen deze conflicten, meer dan enkele decennia geleden, geopolitieke consequenties.

De conflicten op het grondgebied van de voormalige Sovjet Unie (Tsjetsjenië, Georgië, Oekraïne) zijn van dezelfde orde: postkoloniale staats- en natievorming, nieuwe grenzen en machtsverhoudingen. Het zijn mengsels van identiteitsconflicten, nationalisme, strijd om macht en gewin, en criminaliteit.

De Koude Oorlog had een ideologische dimensie: kapitalisme versus communisme, en representatieve democratie versus dictatuur binnen de eenpartijstaat. Maar er was, zeker na de Cuba crisis, rationaliteit in het machtsevenwicht. Aan beide kanten vertoonden de leiders voorspelbaar gedrag. De huidige geopolitieke disputen tussen Oost en West zijn minder rationeel, en daarom riskanter. De botsing van belangen tussen China en de Verenigde Staten maakt een en ander complexer. Agressief en  onvoorspelbaar gedrag van leiders als Trump, Poetin, Kim Jong-Un, Netanyahu en Erdogan verhoogt de onzekerheid. Het dreigen met kernwapens  is zorgwekkend. Het lijkt wel alsof oorlog weer een normaal instrument wordt van buitenlandse politiek.

In 1914 was geen enkele staat uit op oorlog. Binnenslands voerden nationalisme, militarisme, overmoed en onkunde hoogtij. Het proces liep uit de hand. Een internationale orde ter beteugeling van geweld bestond nog niet. Nu wel, maar de Verenigde Naties zijn verzwakt en worden door de grote mogendheden ter zijde geschoven Het kan opnieuw uit de hand lopen.

Sinds het begin van deze eeuw vonden drie grote veranderingen plaats. De oude tegenstelling tussen Noord en Zuid werd vervangen door twee nieuwe dominante tegenstellingen: die tussen het Westen en de rest, en die tussen de welvarende klasse en de onderklasse, zowel in het oude Noorden van de wereld als in het voormalige Zuiden. De Koude Oorlog tussen Oost en West werd omgevormd tot een nieuw geopolitiek conflict tussen de Grote Drie, minder ideologisch, maar wel dreigend. Op alle continenten is een ideologische tegenstelling opgelaaid tussen fundamentalistische Moslims en fundamentalistische seculiere groeperingen. De werkelijkheid is weliswaar ingewikkelder dan zo samengevat - immers, hoe definieer je Noord, Zuid, Oost, West, rest, fundamentalistisch, enzovoort - maar velen zullen haar wel in deze termen ervaren.

De drie grote geopolitieke veranderingen beïnvloeden elkaar en maken het beeld gecompliceerd. Het heeft er toe geleid dat sinds het begin van deze eeuw oorlog niet langer wordt uitgesloten. Leiders spreken er openlijk over en burgers gaan wennen aan oorlogstaal, ook in het Westen. Je moet je toch verdedigen tegen aanvallen vanuit het Oosten of het Zuiden, het Midden Oosten, El Quaida, Al Shabaab, El Nusra, de Taliban, Hamas, Boko Haram, IS en tegen terroristen in eigen land? Ja, maar hoe combineren we verdediging met veiligheid en vrede?

Over die vraag sprak de leider van de wereldwijde Islamitische Ahmadiya beweging Zijne Heiligheid, Mirza Masroor Ahmad, behartigenswaardige woorden in een toespraak in het Nederlandse parlement, in oktober 2015:  

“De waarheid is”, zo zei hij, “dat duurzame vrede nooit kan worden bereikt totdat er rechtvaardigheid is op elk niveau van de samenleving. ..... Op ieder niveau van de samenleving moet worden voldaan aan de voorwaarden van rechtvaardigheid, zodat iedereen, ongeacht geloof, klasse of kleur, in staat is om op eigen benen te staan, met waardigheid en eer.” Daarmee legde hij de lat erg hoog, want de wereld lijkt steeds verder verwijderd te raken van die duurzame en universele rechtvaardigheid. Het geweld neemt toe en de reacties daarop kunnen er toe bijdragen dat de situatie zo escaleert dat zij geheel uit de hand loopt. 

Dat hoeft niet. De eerste reacties op de aanslagen in Parijs, Nice, Berlijn en Stockholm werden gekenmerkt door verdriet, boosheid en angst om wat ons nog te wachten stond. Dat was ook de reactie op eerdere aanslagen, in New York, Madrid, Londen en andere steden in het Westen. Daarna hernam het leven haar gewone gang. Maar de onzekerheid nam toe: terrorisme kan immers overal toeslaan, telkens opnieuw. Bewoners van grote steden zijn die onzekerheid gaan zien als onvermijdelijk en proberen te laten zien dat zij niet door angst worden gereageerd en dat zij hun levensstijl willen handhaven.  Maar er worden wel tal van barrières opgericht tegen vreemdelingen en andersdenkenden. En er werd hard teruggeslagen, nu eens om degenen die verantwoordelijk werden geacht te straffen, dan weer om verdere aanslagen te voorkomen, of om te laten zien wie de sterkste is. Dat leidde tot jarenlange oorlogen in Afghanistan, Irak en Syrië, waar geleidelijk aan zoveel landen bij betrokken werden dat zij het karakter kregen van nieuwe kleine wereldoorlogen.

Vormen bombardementen, grondtroepen, killer robots, muren en hekken het juiste antwoord? Is het zinvol, effectief, en ethisch verantwoord grenzen te sluiten en vluchtelingen tegen te houden of terug te sturen? Moeten we bondgenootschappen sluiten met machthebbers in de rest van de wereld die het Westen niet bedreigen, maar hun eigen bevolking onderdrukken?

Wees behoedzaam

Zeven overwegingen bij het zoeken naar een antwoord.

Ten eerste: ook wie vindt dat de terreur in West-Europese steden als Parijs, en Brussel door niets wordt gerechtvaardigd moet inzien dat er een voedingsbodem is. Dat is niet alleen uitzichtloosheid van jongeren uit minderheidsgroepen in Europa, maar ook de historische en huidige verantwoordelijkheid van het Westen voor onrecht in de voormalige Derde Wereld (de verdeling van het Midden Oosten, de inval in Irak, het lot van de Palestijnen, de steun aan het regime in Saudi Arabië, de chaos in Libië, enzovoort).

Ten tweede: wees voorzichtig met oorlogstaal. Bijna niemand in het Westen die nu spreekt over oorlog, heeft zelf oorlog aan den lijve ondervonden. Besef: oorlog is vernietiging. De nieuwe wapens die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld zijn vele malen verwoestender dan ooit.

Ten derde: wie meent dat het zo’n vaart niet zal lopen, omdat het Westen sterker is, vergist zich. De moderne technologie maakt dat ook tegenstanders, zoals terroristen, steeds meer mogelijkheden hebben dodelijke wapens (chemische, biologische en nucleaire wapens, en op afstand bestuurbare systemen) in te zetten.

Ten vierde: wie veronderstelt dat het Westen sterker is en dat er in geval van oorlog altijd minder slachtoffers zullen vallen in het Westen dan in het Zuiden heeft gelijk, maar het is een onrechtvaardig gelijk. In het Zuiden vallen nu al veel meer slachtoffers. Wij treuren over duizenden slachtoffers in New York en andere steden in het Westen, maar in Afrika, het Midden Oosten en Zuid West Azië zijn honderdduizenden oorlogsslachtoffers gemaakt, niet alleen vroeger, vóór de Tweede Wereldoorlog, maar ook daarna. Zij vielen niet alleen als gevolg van binnenlandse conflicten. Integendeel, het Westen droeg en draagt  medeverantwoordelijkheid.

Ten vijfde: Het gaat niet meer om de oorlogen zoals we die kennen uit de geschiedenis; oorlogen tussen staten, strijdend om grondgebied. In de nieuwe oorlogen wordt gevochten tussen staten en ongrijpbare groepen. Zij gaan niet zozeer om het bezetten van grondgebied, maar om het beheersen van de menselijke geest. De kolonisering van de geest vindt plaats door middel van terreur, chaos, haatprediking, dictatuur en onderdrukking. De terreur vindt ook plaats door middel van geweld tegen mensen die zelf niet vechten:  burgers, vrouwen, kinderen. En er is het geweld tegen andersdenkenden, niet omdat zij de wapens opnemen, maar gewoon omdat zij anders denken. De nieuwe oorlogen worden noch gewonnen, noch verloren, maar gaan steeds maar door, soms lijken zij te luwen, maar laaien zij weer hevig op. In veel gevallen lijkt het alsof strijdende partijen een oorlog niet eens meer willen beëindigen, omdat zij meer baat hebben bij het voortduren dan bij het eindigen van de strijd, zelfs als zou die beëindiging een ouderwetse overwinning inhouden.

Ten zesde: wanneer het Westen aanvallen pareert op de Westerse levenswijze, de Westerse cultuur en Westerse waarden, zal haar antwoord in overeenstemming moeten zijn met diezelfde Westerse waarden. Samenwerking met dictaturen is daarmee in strijd, net als het gebruik van wapens die burgerslachtoffers maken, het weigeren van asiel aan vluchtelingen en het toepassen van discriminerende vrijheidsbeperkingen. Dat is niet effectief en kan zelfs resulteren in nog meer geweld, revanche en  escalatie van guerrilla en terreur over nationale grenzen heen

Ten zevende: na de geweldscatastrofes van de eerste helft van de vorige eeuw heeft de wereld zichzelf middelen verschaft om nieuwe catastrofes te beperken: de internationale rechtsorde, belichaamd door de VN, waarbinnen consensus wordt gezocht over de bestrijding van de oorzaken van onrecht en geweld, en van waaruit gezamenlijk kan worden opgetreden: politiek, juridisch, economisch en in laatste instantie ook militair. Europese burgers en politici die in deze jaren daar weinig van verwachten, omdat de rechtsorde is verzwakt, moeten inzien dat die verzwakking door het Westen zelf is bewerkstelligd. De nieuwe oorlogsdreiging vraagt juist van het Westen een nieuw vredesinitiatief.

Deze zeven overwegingen vormen samen een pleidooi voor behoedzaamheid. Overhaast reageren, overreageren en reageren zonder zich op mogelijke consequenties te beraden leidt niet tot beheersing maar tot escalatie van een conflict. Als er een nieuwe oorlog komt is dat waarschijnlijk een oorlog die niemand wil, maar waar we net als in 1914 in werden gerommeld, omdat de ene reactie de andere uitlokte, waardoor alles uit de hand liep. Juist om zo’n situatie te voorkomen zijn nieuwe contacten nodig waarbinnen tegenstellingen worden besproken, in plaats van uitgevochten. Dat zijn niet alleen contacten op hoog politiek niveau, maar ook contacten tussen burgers. Juist in deze onzekere tijden is een dialoog nodig tussen mensen met een verschillende achtergrond, verschillende religies en verschillende tradities en culturen, mensen die bereid zijn naar elkaar te luisteren, met elkaar te praten, over verschillen heen te stappen, hun normen niet te verabsoluteren, waarden uit te wisselen en onderling samen te werken om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Die bereidheid kan ertoe bijdragen dat conflicten niet uit de hand lopen en dat leiders er door burgers uit hun eigen land op gewezen worden hoe om te gaan met tegenstellingen: wijs, vredelievend en rechtvaardig, op elk niveau van de samenleving.    

 

Jan Pronk

 

Toespraak Jalsa Salana Ahmadiyya Moslim Gemeenschap Nederland, Vierhouten, 29 april 2017