# Brief aan mijn jongere ik

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/columns/dutch/brief-aan-mijn-jongere-ik.html

*IKON, 6 juli 2008*

## De eerste fietstocht na de oorlog

Op vijfjarige leeftijd zat je voor het eerst achter op de fiets van je vader. Die fiets was jaren verstopt geweest – je vader had hem voor de Duitsers verborgen om inbeslagname te voorkomen. In juni 1945, na de bevrijding, reed hij naar Scheveningen, het dorp waar je gezin zich schuldig moest houden vlak na het begin van de oorlog. Nederland was weer vrij.

## Wat je als kind meemaakte

Je was te jong om oorlog en vrede echt te begrijpen, maar je herinnerde je wel concrete dingen uit de hongerwinter en het einde van de oorlog:

- Je kreeg niet altijd een boterham wanneer je die vroeg
- Je stond in rijen bij gaarkeukens voor voedseluitdeling
- Je zag mannen in uniform mensen uit die rijen weghalen
- Je merkte dat grote mensen bang konden zijn
- Je moeder ging op hongertocht naar boerderijen
- Je zag de rode gloed van bombardementen boven Den Haag en het Bezuidenhout
- Je zag voedsel pakketten met parachutes naar beneden komen
- Je zag bevrijdingssoldaten chocola uitdelen
- Je maakte een bevrijdingsoptocht mee vol blijde mensen

## Begrip achteraf

Je begreep pas later wat deze ervaringen betekenden. Je ouders vertelden je erover, je ontmoette een oom die krijgsgevangen was geweest, en je hoorde je grootouders rouwen om een oom die niet uit Nederlands-Indië was teruggekomen. Door lezen, krant en radio leerde je de context begrijpen.

Hoewel je een beschermde kindertijd had gehad, proefde je het verschil tussen vrees en geluk. Verhalen over crisissen en werkloosheid in de jaren dertig verveel­den je, omdat je daar niets van zelf had meegemaakt. Maar verhalen over de oorlog kon je nooit genoeg krijgen – het was voor jou iets eigentijds.

## Het verschil tussen ervaring en horen zeggen

Je leerde het verschil tussen iets zelf een beetje meemaken en iets alleen van horen zeggen kennen. Dit inzicht zou later je kijk op oorlog, geweld, honger, vrede, vrijheid en mensenrechten in de wereld bepalen.

Vrede en geluk zijn niet vanzelfsprekend. Vrede vereist vrijheid. Geluk is de volle zon door een groen bladerdak, veilig achter je vader op de fiets, op weg naar iets nieuws. Geluk is een vader die zelf vrolijk is en niet bang. Geluk is een moeder die je een boterham geeft wanneer je daarom vraagt.