# Drie stellingen

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/columns/dutch/drie-stellingen.html

**Vice Versa, juni 2010**

Bij het afscheid van Louk Box als rector van het Institute of Social Studies werd een debat gehouden over kennis en ontwikkeling. Een panel discussieerde over drie stellingen, waarover voor en na het debat werd gestemd.

## Eerste stelling: Bestaand onderzoek volstaat

De eerste stelling luidde: 'Toekomstig ontwikkelingsbeleid vereist geen nieuw onderzoek. Volstaan kan worden met de toepassing van bevindingen van eerder verricht onderzoek'.

De overgrote meerderheid was het niet eens met deze stelling. Panellid Bert Koenders merkte op dat dit niet verwonderlijk was, gezien de aanwezigen vooral onderzoekers waren met belang bij onderzoeksfinanciering. Het panel was echter eensgezind: nieuw en voortgezet onderzoek is essentieel, en aan recent bezuinigingen moet een eind komen.

De stelling heeft echter twee kanten. Zonder onderzoek geen beleid, maar onderzoekers en beleidsmakers hebben verschillende belangen. Beleidsmakers kunnen zich achter de noodzaak van nieuw onderzoek verschuilen om noodzakelijke veranderingen uit te stellen. Het klimaatonderzoek illustreert dit: voortdurend wordt twijfel gezaaid aan klimaatwetenschappelijke bevindingen, wat politici gebruikt om bestaand beleid voort te zetten. Ook decennia armoedeonderzoek hebben veel inzicht opgeleverd, maar het beleid is nauwelijks veranderd. Op beide terreinen is intensief onderzoek geboden, maar het is evenzeer nodig om te werken met wat al bekend is.

## Tweede stelling: Locatiespecifiek onderzoek

De tweede stelling: 'Algemene modellen werken niet. Iedere ontwikkelingssituatie is uniek. Ontwikkelingprocessen zijn landenspecifiek'.

Dit vraagt om locatiespecifiek onderzoek, meer dan modellenbouw. Panellid Farah Karimi stelde dat algemene theorieën de dagelijkse werkelijkheid versluieren. De meeste aanwezigen waren het eens. Hoe meer men over ontwikkelingprocessen leert, hoe meer het specifieke karakter van elk land, regio of dorp opvalt. Algemene theorieën hebben slechts beperkte geldigheid, zeker als aanknopingspunt voor interventies.

Maar ook hier geldt een tegenargument: specifieke situaties moeten niet alleen gekend, maar ook begrepen worden. Dit kan vaak beter in het licht van algemene theorie. Daarom verdienen beide vormen van onderzoek stimulering.

## Derde stelling: Invalshoek van onderzoek

De derde stelling: 'De economische wetenschap heeft gefaald ontwikkelingprocessen te verklaren. Zij zal altijd falen. Toekomstig onderzoek moet worden toegespitst op sociale, politieke en culturele dimensies van ontwikkeling'.

Over deze stelling waren meningen verdeeld. Voorstanders bevinden zich in het gezelschap van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), die in recent onderzoek naar ontwikkelingshulp de ontwikkelingseconomie kritiseerde als een vakgebied vol paradigmawisselingen, op zoek naar simpele schema's en universeel geldige beleidsrecepten. Dit leidt tot ontwikkelingsbeleid als extreme social engineering.

Economen past bescheidenheid. De financieel-economische crisis heeft economische theorieën ontmaskerd. Maar geldt dat ook voor de ontwikkelingseconomie, waar steeds meer aandacht voor instituties en imperfecte markten ontstond? Dit resulteerde in beter zicht op politieke, sociale en culturele dimensies en meer interdisciplinair onderzoek.

Het tekortschieten van modellen is niet inherent aan economische wetenschap als zodanig. Panellid Patricia Ashley pleitte voor political economy, een tak van economische wetenschap met breed zicht op werkelijkheid. Ook deze stelling heeft een andere kant: als iets tekortschiet, moet men het onderzoek juist richten op verbetering ervan.