# Drogreden #10: Ongelijkheid is beter voor iedereen

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/columns/dutch/drogreden-10-ongelijkheid-is-beter-voor-iedereen.html

## De stelling

De drogreden luidt: ongelijkheid bevordert economische groei omdat het mensen in de achterhoede aanspoort harder te werken en zichzelf te verbeteren. Dit zou iedereen ten goede komen—zowel de achterblijvers die productiever worden als de voorhoede die geprikkeld wordt meer te investeren. Dit creëert dynamiek, innovatie en welvaart voor allen. Volgens deze redenering is gelijkheid ideologisch en irrationeel, terwijl ongelijkheid gezond verstand is, omdat mensen nu eenmaal verschillend zijn.

## De twee bedenkingen

Deze redenering bevat twee bedrieglijke elementen:

**Ten eerste:** Natuurlijke verschillen tussen mensen (leeftijd, geslacht, vaardigheden, ambities) hoeven niet één op één te worden weerspiegeld in economische ongelijkheid. Dit is geen onvermijdelijke natuurwet, maar een politieke keuze. Economische ongelijkheid is geen kwestie van rationaliteit, maar van ethiek en politiek.

**Ten tweede:** Het gaat uiteindelijk om waarden en consensus. De wereld heeft zich eens united rondom basisrechten: alle mensen hebben gelijke rechten, ongeacht hun verscheidenheid. Dit omvat het recht op waardig bestaan, overleven en zelfbeschikking.

## Ethische grenzen aan ongelijkheid

Economische ongelijkheid is ethisch verantwoord als de basisrechten van iedereen gegarandeerd blijven. Echter: gelijke rechten zijn niet hetzelfde als gelijke kansen. Gelijke kansen leiden meestal tot ongelijke uitkomsten, die vervolgens tot ongelijke kansen en uitholling van basisrechten leiden.

Daarom volstaat een politiek van louter kansengelijkheid niet. Een politieke afspraak over een aanvaardbare mate van ongelijkheid is nodig.

## Rawls' criterium

Filosoof John Rawls stelde een nuttig uitgangspunt voor: ongelijkheid is gerechtvaardigd als de positie van de minst bevoordeelden daardoor beter wordt dan bij minder ongelijkheid. Dit kan dienen als spelregel.

Sommigen gebruiken dit beginsel ter rechtvaardiging van maximale groei met de hoop dat de resultaten "naar beneden doorsijpelen." Dit doet Rawls onrecht: het principe normstelt zowel groei als ongelijkheid—beide moeten resulteren in verbetering voor de zwaksten.

## De praktische werkelijkheid

In werkelijkheid gebeurt dit zelden. Bovendien is het de vraag of ongelijkheid mensen werkelijk harder doet werken. De aanname steunt op een vreemd mensbeeld waarbij mensen vooral gedreven zijn andere in te halen, in plaats van door eigen behoeften en ambities.

Zelfs als ongelijkheid de achterhoede zou aansporen tot grotere inspanning, is het onzeker of zij daadwerkelijk in staat zullen zijn hun positie te verbeteren. Groei gepaard met ongelijke verdeling creëert niet alleen ongelijke kansen, maar ook ongelijke economische en politieke macht. Wie van kansen profiteert, gebruikt verkregen macht gemakkelijk om zich verder te versterken en de kansen van anderen te verkleinen.

Dit is de werkelijke dynamiek: economische groei, sociale verarming en politieke marginalisering. Ongelijkheid versterkt zichzelf cumulatief en hollowt de positie van de achterhoede uit.

## Conclusie

De stelling dat ongelijkheid tot grotere welvaart voor allen leidt, is een drogreden. Het tegengaan van ongelijkheid moet daarom als zelfstandige en essentiële ontwikkelingsdoelstelling beschouwd worden.