Trouw, 6 januari 2026

bron: Trouw, 6 januari 2026

Na de Amerikaanse aanval op Venezuela rijst opnieuw de vraag: is de internationale rechtsorde nog te redden? Jan Pronk stelt dat dit onzeker is, maar het proberen waard. Niet uit nostalgie, maar uit eigenbelang.
 

Is de internationale rechtsorde inmiddels zo ontwricht dat pogingen tot herstel geen zin meer hebben? Moeten we niet opnieuw beginnen, minder ambitieus, bijvoorbeeld met alleen regionale verdragen?

De rechtsorde die na 1945 vorm kreeg was ambitieus. Voor het eerst in de geschiedenis kwamen verdragen tot stand die golden voor alle landen. Dat stond tegenover de jungle die voorafging aan de Tweede Wereldoorlog: macht boven recht, politiek en economisch. Voortaan mochten alle landen zich beschermd achten door recht. Nationale soevereiniteit was het uitgangspunt, samen met mensenrechten die iedere staat moest respecteren.

Conflicten mochten niet meer met geweld worden uitgevochten, maar door onderhandelingen worden opgelost. Op breed terrein – veiligheid, handel, financiën, ontwikkeling – werden afspraken gemaakt, procedures vastgelegd en instellingen gecreëerd die toezagen op de naleving en sancties konden opleggen. De rechtsorde moest internationale stabiliteit en welvaartsgroei bewerkstelligen.

Schendingen en successen

Het stelsel werd geleidelijk uitgebouwd, bijvoorbeeld met sociaal-economische mensenrechten, milieu- en klimaatverdragen en het Strafhof. Het had tekortkomingen, zoals de eenzijdige samenstelling van de Veiligheidsraad. Het werd ook vaak geschonden, juist door permanente leden van die Raad. Maar er werden ook successen geboekt. Na Hiroshima en Nagasaki werd geen derde kernbom afgeworpen. In korte tijd verwierven alle koloniën onafhankelijkheid. Die successen zouden zonder de Verenigde Naties nooit zijn geboekt.

Tegelijkertijd werden tal van landen geteisterd door burgeroorlogen. Miljoenen slachtoffers vielen (Rwanda, Soedan, Angola, Mozambique, Ethiopië, Indonesië, Cambodja, Bosnië, Myanmar). Andere landen werden binnengevallen (Vietnam, Afghanistan, Panama, Irak, Congo, Oekraïne). Elders leidden binnenlandse conflicten tot interventies van buitenaf (Syrië, Libië) of andersom (Somalië). Maar altijd wanneer het internationale recht werd geschonden, konden landen daartegen in het verweer komen en zich beroepen op overeengekomen procedures en rechtsbeginselen. Vaak zonder succes, maar op een gegeven moment werd het conflict teruggebracht naar een onderhandelingstafel waar die beginselen golden. Die waren geschonden, maar bleven als beroepsgrond overeind.

Donald Trump spreekt de pers toe na de aanval op Venezuela.

Donald Trump spreekt de pers toe na de aanval op Venezuela. Bron AFP

Het Westen keek weg van genocide

Na de eeuwwisseling ging het bergafwaarts. Dieptepunt werd Israël, dat zich jegens de Palestijnen in bezet gebied van de Westoever en Gaza, alsmede tegenover landen in de regio niets gelegen liet liggen aan beginselen van oorlogsrecht en humanitair recht. Voor de ogen van de rest van de wereld werd genocide gepleegd. Het Westen keek weg. De VS stemden er zelfs mee in. Daar kwam dit weekend de Amerikaanse inval in Venezuela overheen. “We are going to run this country”, aldus Trump. Anders dan bij de invasie in Irak, toen Bush beweerde dat er massavernietigingswapens waren opgeslagen, deed Trump geen poging tot geloofwaardige rechtvaardiging. In de jaren twintig van deze eeuw wordt het internationale recht niet alleen stelselmatig geschonden, maar worden ook achterliggende rechtsbeginselen ongedaan gemaakt. Instituties die daartegen horen op te treden worden (Internationaal Gerechtshof, Strafhof, VN-instellingen) worden doelbewust ontmanteld.
 

Juist de VS gaan nu voorop in de verloochening van beginselen van internationaal recht

Er is weinig over. En dat terwijl we het eigenlijk aan de VS te danken hebben dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog niet werd gekozen voor een ‘winner takes all’-benadering, maar voor een vorm van machtsverdeling, waarbij ook de machtigste landen in de Veiligheidsraad, het IMF en andere instellingen aan spelregels werden gebonden. Juist de VS gaan voorop in de verloochening van beginselen van internationaal recht. Als het machtigste land dat doet, waarom zouden andere dan niet volgen?

Standvastigheid van rechtsorde

Of we de rechtsorde overeind kunnen houden is onzeker. Maar we moeten het wel proberen. Niet uit nostalgie, of omdat die rechtsorde ideaal was, maar uit eigenbelang. Kleinere landen en mensen die geregeerd worden door autoritaire regimes vinden in de beginselen en procedures van de rechtsorde bescherming tegenover machten die alleen uit zijn op eigen gewin.

Daarom: terug naar de kern, de waarden en beginselen van de internationale rechtsorde zoals die destijds werden overeengekomen: (1) universele wereldwijde gelding, (2) nationale soevereiniteit, (3) mensenrechten, (4) machtsdeling, (5) conflictoplossing door overleg in plaats van geweld. Instellingen en procedures mogen veranderen en juridische overeenkomsten kunnen worden herijkt, maar deze vijf kernbeginselen moeten overeind blijven.

De Amerikaanse VN-ambassadeur Michael Waltz in de Veiligheidsraad.

De Amerikaanse VN-ambassadeur Michael Waltz in de Veiligheidsraad. Bron AP

Uitdagingen van de 21ste eeuw

Dat kan niet zonder hervorming van de VN. Die is hard nodig. Er liggen vele voorstellen, onder meer van Kofi Annan, Boutros-Ghali, de Carlsson-commissie en de Hammarskjöld Foundation. Sommige gaan ver en stuiten op de grootmachten. Die deden zelf ook voorstellen, maar werden door anderen gewantrouwd. Momenteel vindt binnen het kader van de VN een hervormingsexercitie plaats, omdat er bezuinigd moet worden. Maar dat is de verkeerde reden. Het gaat erom een VN-structuur te scheppen die helpt de uitdagingen van de 21ste eeuw de baas te worden. Dat zijn niet dezelfde als die van 1945. Bovendien moet een hervorming niet beginnen bij de afzonderlijke VN-organisaties, maar bij de intergouvernementele besluitprocedures binnen de VN, inclusief de Veiligheidsraad.
 

Hervorming van de VN is hard nodig

Er is meer nodig. Parallel aan de onderhandelingen over de oprichting van de VN in San Francisco bereikten de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog (De VS, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie) in Jalta een akkoord over een afbakening van invloedssferen. Die hebben niets te maken met recht, maar alles met macht en veiligheid. Maar zonder Jalta was San Francisco niet mogelijk geweest.

Nieuwe onderhandelingen over invloedssferen

Invloedssferen werden later minder belangrijk, maar ze zijn weer helemaal terug. Het zou niet zo moeten zijn, maar geopolitiek pragmatisme vereist dat een hervorming van de VN gepaard gaat met nieuwe onderhandelingen over invloedssferen, veiligheidsregio’s en (nucleaire) wapenbeheersing. Die kunnen opnieuw parallel plaatsvinden, maar nu liefst binnen het kader van de VN zelf om zeker te stellen dat dit niet gaat ten koste van derde landen.

Wie neemt het initiatief? China, Europa, de ‘Global South’ of de secretaris-generaal van de VN?

Jan Pronk in zijn huis in Den Haag

Jan Pronk in zijn huis in Den Haag
Foto: Boudewijn Bollmann