Dat was de eerste boodschap die prins Claus telkenmale benadrukte. De tweede had te maken met het thema cultuur en ontwikkeling. Zijn inziens diende er veel meer nadruk te worden gelegd op de culturele kant van het ontwikkelingsproces. In de loop der jaren heeft hij die centrale boodschap uitgewerkt. Zijn gedachtengoed zou wat dit betreft in een vijftal stellingen kunnen worden samengevat..

Ten eerste: economische ontwikkeling is belangrijk, maar eenzijdig economistisch denken is een hinderpaal voor de ontwikkeling van een samenleving. In een van zijn toespraken over cultuur en ontwikkeling zegt hij: “Too narrow economic thinjking is an obstacle.” En dan vervolgt hij: we praten wel over cultuur en het lijkt wel alsof cultuur wordt erkend als belangrijk, maar “although it is recognized that there is a cultural dimension to development, it is at the same time regarded as a nuisance, and solutions are sought by just adding a dash of culture to our development effort and theories which otherwise remain valid as before. Such a conception is rooted in the economically minded cultures. Economic achievements are still at the top of their scale of values.” .

De tweede stelling is dat niet alleen economismen bestreden moeten worden teruggedrongen, maar ook het etnocentrisme dat het denken over cultuur en ontwikkeling zo sterk beinvloedt. De term etnocentrisme, zo zegt hij, “is usually used among development experts to indicate the attitude towards alien cultures. Some people call it a sense of superiority. Ethnocentrism has always been present where people of different cultures come in contact with one another. But in a world which is clearly on the road towards universal interdependence it is essential that the phenomenon should be held in check. ‘Rethinking development’ therefore means first and foremost curbing ethnocentrism, because it fans the flames of ethnocentrism and worse in other cultures, and thus has a polarizing effect”. Dat is voor mensen in het westen overigens niet zo gemakkelijk, zegt Prins Claus. Heel lang, zo stelt hij elders, hebben we in het westen gedacht, “with an arrogance which in retrospect is quite astounding, that our culture just was the best. It is only relatively recently that we seem to be gradually realizing that the other cultures in the wide world are so different in every respect that we can not compare them in terms of better and worse, either with each other or with our own. The poly-cultural nature of the world we live in is indeed something to be treasured and kept alive”.

Tegenover de noodzaak economismen en etnocentrismen in het denken over cultuur en ontwikkeling terug te dringen dient iets positiefs te worden geplaatst. Dat leidt tot een derde stelling: de nadruk dient te worden gelegd op het zelfbewustzijn van een samenleving, de eigen culturele identiteit. Dat kan, aldus Prins Claus, op een negatieve manier, door ergens afstand van te nemen: “culturele ontwikkeling betekent afstand nemen van traditionele cultuurelementen die de economische vooruitgang verhinderen”. Maar het kan ook op een positieve manier, niet door iets te verwerpen, maar door iets te scheppen: “ik geloof dat het scheppen van een eigen nationale culturele identiteit een belangrijk doel is, een net zo belangrijk doel als het nastreven van materiele vooruitgang”. Die twee aspecten bracht Prins Claus samen in het hierboven genoemde voorwoord: zonder eerbied en vertrouwen in de eigen cultuur en tradities is vooruitgang moeilijk te verwezenlijken. En dan verwijst Prins Claus naar een andere Afrikaan, door hem graag en veel geciteerd: President Nyerere van Tanzania, die eens heeft gezegd dat de blanke kolonisatoren de Afrikanen lange tijd hebben voorgehouden dat zij geen cultuur hadden. “Dat”, zo zei Prins Claus, “ was arrogant, ja, mensonterend, en getuigde van onbegrip en oppervlakkigheid. Maar, erger dan de onwetendheid van de blanken was volgens Nyerere dat de Afrikanen dat lange tijd zelf geloofd hebben. Het zich bewust zijn van de eigen culturele rijkdom van het eigen verleden en heden is een voorwaarde om zelfbewust te kunnen bouwen aan de toekomst.”

Echter, en dat de vierde stelling, dat betekent niet dat cultuur een statisch begrip is, dan wel dat culturele identiteit onveranderlijk is. Cultuur is dynamisch en de nadruk op eigen identiteit houdt verandering niet tegen. Culturen werken op elkaar in en veranderen daardoor, althans in een open samenleving. Als we de nadruk leggen op de eigen culturele identiteit, dan moeten we niet de fout maken, zo zegt Prins Claus, te veronderstellen dat “culture in this connection is a hard-and-fast frame of reference that is valid and relevant once and for all. As frames of reference, cultures are hardly consistent and not always applicable. What we are dealing with in general are open systems, subject to interactions which constantly evoke new problems calling for ever new solutions”.

In die verandering treedt spanning op. Dat is het vijfde en laatste element dat men uit de verschillende teksten van prins Claus over cultuur en ontwikkeling kan afleiden. Er is een spanning tussen datgene wat in cultureel opzicht als universeel mag gelden en datgene wat als anders wordt ervaren. Die spanning zal altijd blijven. In de woorden van Prins Claus: “When we admit the relativity of certain values and practices, are we saying that there are different ways of doing things which are equally moral or acceptable? That is, are there cultural differences which have no more moral significance to us than, say, differences in fashion? Or do we believe that relativity in beliefs, which we hold as important in our own societies may be inevitable and understandable but still represent a difference between a better and a worse practice?” Dit is een centrale normatieve vraagstelling, waarmee in alle samenlevingen en ontwikkelingsprocessen wordt geworsteld. Die worsteling zal blijven. De vraagstelling raakt namelijk het wezen van elke samenleving en het antwoord daarop bepaalt de richting van de ontwikkeling. Die spanning is overigens niet alleen een probleem, maar ook verrijkend, voor samenlevingen als geheel, zowel als voor iedereen persoonlijk.