Hulp blijft nodig, maar anders, was steevast Prins Claus’ conclusie. Allereerst dient de ‘taal’ van de mensen in Afrika te worden gesproken En het is aan henzelf om te kiezen welke elementen zij wensen over te nemen van de westerse technologie en van de westerse rationaliteit, om deze aan te passen aan het weefsel van de eigen samenleving. Dat betekent dat twee boodschappen iedere keer weer centraal stonden in de inbreng van Prins Claus, een over hulp en een over cultuur.

De eerste boodschap was: hulp van buitenaf heeft alleen zin wanneer de afhankelijkheid tussen hulpgever en hulpontvanger er niet door wordt bevorderd maar afneemt.

In 1988 kreeg Prins Claus door het Institute of Social Studies de positie van ‘honorary fellow’ aangeboden. Hij aanvaardde die met de voor hem zo kenmerkende opmerking, dat hij er eigenlijk geen recht op had, want, “mijn academische achtergrond is niet om over naar huis te schrijven”. Maar, zo voegde hij er aan toe, “I think that I have indeed deserved this honorary degree”, en hij onderstreepte dit door zijn aanvaardingsrede te gieten in de vorm van drieentwintig academische stellingen.

De eerste daarvan luidde als volgt: “The object of development cooperation is to help the recipient countries to achieve greater independence, in particular economic independence, in the light of the realization that the achievement of political independence alone means very little. In reality, though, the result of development cooperation in most cases is merely to confirm or even re-enforce a state of dependence. One might dub this as neo-colonialism with the best of intentions”.

Hiermee wierp Prins Claus een steen in de vijver: ontwikkelingssamenwerking leidt eigenlijk tot een grotere mate van afhankelijkheid..In het voorwoord voor een boek dat enkele jaren later verscheen, een bundeling van zijn toespraken, lichtte hij dit toe met de redenering dat hulp slechts in bescheiden mate kan bijdragen tot wezenlijke vooruitgang in het Zuiden en hoogstens hier en daar een beperkt en vaak kortstondig succes achterlaat. “Steeds duidelijker wordt dat ontwikkeling niet wezenlijk van buitenaf kan worden beinvloed. Doorslaggevend is het toenemende besef dat ontwikkeling en vooruitgang alleen door de mensen zelf kan worden voortgebracht, in een omgeving waarin respect bestaat voor de eigen cultuur, de eigen taal en de eigen leefwijze.” En dan volgt een geliefkoosd, vaak door Prins Claus herhaald citaat: “On ne developpe pas, on se developpe, zo hield een oude Afrikaanse vriend mij altijd voor.”