'Opgerold als oud perkament'
'Ook voor mij', voegde Claus daaraan toe. “I feel that the tension in our society between what is normal and what is not, between what is right and proper and what is not, is an indispensable element of any open and free community. It gives zest to life, and what is more, it can surely do no harm for the conformists among us - and I must include myself here - to be confronted from time to time with the fact that we have been conditioned through our upbringing and schooling, programmed in a particular manner, and that we are therefore somewhat blinckered in our attitudes". Dat is de aanpak die Prins Claus altijd zocht in de gesprekken die hij voerde: het conformisme doorbreken, de programmering van je afschudden, de gewoontewijsheden doorprikken..In dat doorprikken van gewoontewijsheden gaf Prins Claus zijn gesprekspartners graag een veeg uit de pan. Dat gold zowel experts als ambtenaren en politici, inclusief schrijver dezes: “Nationale hobbyismen vieren nog steeds hoogtij, wij zijn de fase van steeds maar blijven experimenteren nog niet ontgroeid. Voor oude vraagstukken bedenken wij nieuwe begrippen en noemen het nieuw beleid.” . Dat trokken we ons aan. Gewoontewijsheden zijn niet altijd oud, ze kunnen iedere keer weer opnieuw ontstaan en Prins Claus achtte het zijn taak zijn gesprekspartners alert te houden.
De bijdrage van Prins Claus staat in een traditie die begonnen is met een schitterende rede van een ander lid van het koninklijk Huis, Koningin Juliana, in 1954 uitgesproken in de Pieterskerk in Leiden: “De welvaart der wereld als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid”. Ook in die rede stond de relatie tussen cultuur en ontwikkeling centraal. Koningin Juliana sprak over normen die essentieel zijn in de westerse beschaving en over de noodzaak om die normen niet ontrouw te worden in contacten met andere delen van de wereld. Wanneer een beschaving haar eigen normen en waarden verloochent in contacten met andere, dan wordt zij, aldus Koningin Juliana, “opgerold als oud perkament”. Die toespraak heeft destijds velen, juist ook van de jongere generatie waartoe zij was gericht, geinspireerd. Wie haar thans naleest wordt er nog steeds door getroffen. Prins Claus trad in haar voetsporen en ook hij heeft velen geinspireerd die zich hebben bewogen op het snijvlak van de contacten, de dialoog en de samenwerking met mensen uit andere werelddelen. Hij inspireerde zowel zijn eigen medewerkers als talloze anderen in binnen- en buitenland.
Hij vatte de functies die hij vervuld heeft op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking – het waren er in de loop der jaren heel wat - niet licht op. Hij was er altijd. Er werd naar hem geluisterd, niet vanwege zijn positie, maar omdat hij wat te melden had. Zijn boodschap was niet altijd makkelijk voor de activisten onder zijn gesprekspartners. Maar hij hield hen alert. Hij onderbouwde zijn betoog met kennis van zaken, luisterde goed naar de argumenten van zijn gesprekspartners, riposteerde vlijmscherp. Niets sprak vanzelf Zo'n adviseur houdt je bij de les. Hij was de personificatie van de ingebouwde inspectie. Daarmee bevorderde hij onze zelfinspectie. Door voortdurend nieuwe vragen te stellen droeg Prins Claus er toe bij dat het beleid niet zou doorschieten. Daardoor hield hij zijn gesprekspartners in het goede spoor. Hij deed dat door voortdurend vraagtekens te zetten. Wat dat betreft fungeerde hij een beetje als het geweten van het ontwikkelingsbeleid. Hij had daarbij een eigen, persoonlijke stijl. Altijd bedachtzaam beginnend en diplomatiek eindigend, op een zodanige manier dat men dacht het zelf verzonnen te hebben. Wat dat betreft heeft de diplomaat in hem zich nooit verloochend. Daartussen door altijd een grap om de aandacht vast te houden. Het was nooit hetzelfde verhaal, het was altijd verrassend en onverwacht, waardoor zijn gesprekspartners iedere keer weer op het verkeerde been werden gezet. Hij heeft ons geholpen stelselmatig stil te staan bij de vraag of we op de juiste weg waren. Hij stond ons niet toe om eventjes snel te managen Hij vroeg van zijn gesprekspartners niet snel te zijn, maar scherp. Dat was het wezen van de bedachtzaamheid die hem kenmerkte: neem de tijd en wees scherp.
Prins Claus was in staat naar zich zelf te kijken met de ogen van een ander. Hij had Nederlanders geleerd zich zelf te zien met de ogen van een Duitser. Hij heeft Duitsers geleerd hoe Nederlanders naar hen keken. Hij liet hen zien dat het mogelijk was van dat rare, eigengereide Nederland te houden. Dat was van onschatbare betekenis, wederzijds. Datzelfde deed hij in het kader van de ontwikkelingssamenwerking: Europeanen leren naar zich zelf te kijken met de ogen van een Afrikaan.
Huub Oosterhuis zei in zijn overdenking in de Nieuwe Kerk te Delft, bij het overlijden van Prins Claus, dat deze had weten vast te houden aan het begrip solidariteit toen het er op leek dat dit woord uit de Nederlandse taal was geschrapt, alsof niemand zich daar nog iets bij kon voorstellen “Hij wel”, zei Oosterhuis. Inderdaad. Daarin was hij consistent, decennia lang, onafhankelijk van de tijdgeest. Dat had ook te maken met het begrip loyaliteit. Dat was het woord dat Prins Claus zelf prefereerde. Een passend begrip in een wereld gekenmerkt door spanningen tussen naties en culturen. Een passende houding in de multiculturele samenleving, in de wereld als geheel en binnen afzonderlijke naties, zowel in Afrika als in Europa. Loyaliteit is per definitie duurzaam. Maar ook pluriform. Prins Claus liet zien dat een mens verschillende loyaliteiten kan hebben. “Ik ben Europeaan, wereldburger en Nederlander. Ja, dat komt er ook nog eens bij”, zei hij in een interview.. Dat ging niet vanzelf, maar hij deed het.
De laatste jaren waren, vanwege de ziekte, buitengewoon moeilijk. Maar niet triest. Claus was geen jaren lang getourmenteerde prins. Hij ging niet aan ziekte en tegenslagen ten onder. Hij was moedig, behield en verfijnde zijn humor, bleef betrokken, was meer bezig met zijn omgeving en met de wereld dan met zich zelf. Hij bleef kritisch tot op het eind toe, met name over het tekort aan leiderschap of over verkeerd leiderschap Tijdens de laatste ontmoeting die ik met hem had gaf hij mij het boek van Mario Vargas Llosa, “Het Feest van de Bok”. Het beschrijft de machinaties van Trujillo, in de jaren vijftig en zestig President-dictator van de Dominicaanse Republiek. Trujillo, in alle opzichten de tegenpool van Nyerere, was de Saddam Hussain van zijn tijd..Voor Prins Claus was dat het dieptepunt van beschaving: leiders die hun eigen volk niet dienen, maar vertrappen en verraden, en die daartoe kunnen komen doordat in hun land de bevolking niet in staat is de menselijke waardigheid, de eigen cultuur en identiteit op een democratische wijze hoog te houden tegenover de willekeur van degenen die macht uitoefenen en het ontwikkelingsproces naar hun hand willen stellen. In tal van ontwikkelingslanden zelf wordt de eigen beschaving “opgerold als oud perkament”.Dat tegengaan zag Prins Claus als de belangrijkste opdracht in de culturele dialoog. Het vereist een betrokken actieve instelling, vereenzelviging met mensen aan de basis van de samenleving, duidelijke politieke keuzen, historisch besef, diplomatieke vaardigheden, continue reflectie op hetgeen in de maatschappij speelt, en wijsheid. Prins Claus bezat dat alles. Zo zullen we ons hem herinneren, als een wijze prins. We zijn bedroefd over zijn heengaan, maar dankbaar voor wat hij ons schonk.
Jan Pronk
De hierboven cursief vermelde citaten van prins Claus komen alle uit het boek “Cultuur en Ontwikkeling. Toespraken en opstellen over cultuur en ontwikkeling van Z.K.H. Prins Claus der Nederlanden”, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag, 1996.
Gepubliceerd in: Petra van Alten, Prins Claus. Een Talent voor Vriendschap. Amsterdam, 2003, Van Gennep, pp. 75-88
De bijdrage van Prins Claus staat in een traditie die begonnen is met een schitterende rede van een ander lid van het koninklijk Huis, Koningin Juliana, in 1954 uitgesproken in de Pieterskerk in Leiden: “De welvaart der wereld als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid”. Ook in die rede stond de relatie tussen cultuur en ontwikkeling centraal. Koningin Juliana sprak over normen die essentieel zijn in de westerse beschaving en over de noodzaak om die normen niet ontrouw te worden in contacten met andere delen van de wereld. Wanneer een beschaving haar eigen normen en waarden verloochent in contacten met andere, dan wordt zij, aldus Koningin Juliana, “opgerold als oud perkament”. Die toespraak heeft destijds velen, juist ook van de jongere generatie waartoe zij was gericht, geinspireerd. Wie haar thans naleest wordt er nog steeds door getroffen. Prins Claus trad in haar voetsporen en ook hij heeft velen geinspireerd die zich hebben bewogen op het snijvlak van de contacten, de dialoog en de samenwerking met mensen uit andere werelddelen. Hij inspireerde zowel zijn eigen medewerkers als talloze anderen in binnen- en buitenland.
Hij vatte de functies die hij vervuld heeft op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking – het waren er in de loop der jaren heel wat - niet licht op. Hij was er altijd. Er werd naar hem geluisterd, niet vanwege zijn positie, maar omdat hij wat te melden had. Zijn boodschap was niet altijd makkelijk voor de activisten onder zijn gesprekspartners. Maar hij hield hen alert. Hij onderbouwde zijn betoog met kennis van zaken, luisterde goed naar de argumenten van zijn gesprekspartners, riposteerde vlijmscherp. Niets sprak vanzelf Zo'n adviseur houdt je bij de les. Hij was de personificatie van de ingebouwde inspectie. Daarmee bevorderde hij onze zelfinspectie. Door voortdurend nieuwe vragen te stellen droeg Prins Claus er toe bij dat het beleid niet zou doorschieten. Daardoor hield hij zijn gesprekspartners in het goede spoor. Hij deed dat door voortdurend vraagtekens te zetten. Wat dat betreft fungeerde hij een beetje als het geweten van het ontwikkelingsbeleid. Hij had daarbij een eigen, persoonlijke stijl. Altijd bedachtzaam beginnend en diplomatiek eindigend, op een zodanige manier dat men dacht het zelf verzonnen te hebben. Wat dat betreft heeft de diplomaat in hem zich nooit verloochend. Daartussen door altijd een grap om de aandacht vast te houden. Het was nooit hetzelfde verhaal, het was altijd verrassend en onverwacht, waardoor zijn gesprekspartners iedere keer weer op het verkeerde been werden gezet. Hij heeft ons geholpen stelselmatig stil te staan bij de vraag of we op de juiste weg waren. Hij stond ons niet toe om eventjes snel te managen Hij vroeg van zijn gesprekspartners niet snel te zijn, maar scherp. Dat was het wezen van de bedachtzaamheid die hem kenmerkte: neem de tijd en wees scherp.
Prins Claus was in staat naar zich zelf te kijken met de ogen van een ander. Hij had Nederlanders geleerd zich zelf te zien met de ogen van een Duitser. Hij heeft Duitsers geleerd hoe Nederlanders naar hen keken. Hij liet hen zien dat het mogelijk was van dat rare, eigengereide Nederland te houden. Dat was van onschatbare betekenis, wederzijds. Datzelfde deed hij in het kader van de ontwikkelingssamenwerking: Europeanen leren naar zich zelf te kijken met de ogen van een Afrikaan.
Huub Oosterhuis zei in zijn overdenking in de Nieuwe Kerk te Delft, bij het overlijden van Prins Claus, dat deze had weten vast te houden aan het begrip solidariteit toen het er op leek dat dit woord uit de Nederlandse taal was geschrapt, alsof niemand zich daar nog iets bij kon voorstellen “Hij wel”, zei Oosterhuis. Inderdaad. Daarin was hij consistent, decennia lang, onafhankelijk van de tijdgeest. Dat had ook te maken met het begrip loyaliteit. Dat was het woord dat Prins Claus zelf prefereerde. Een passend begrip in een wereld gekenmerkt door spanningen tussen naties en culturen. Een passende houding in de multiculturele samenleving, in de wereld als geheel en binnen afzonderlijke naties, zowel in Afrika als in Europa. Loyaliteit is per definitie duurzaam. Maar ook pluriform. Prins Claus liet zien dat een mens verschillende loyaliteiten kan hebben. “Ik ben Europeaan, wereldburger en Nederlander. Ja, dat komt er ook nog eens bij”, zei hij in een interview.. Dat ging niet vanzelf, maar hij deed het.
De laatste jaren waren, vanwege de ziekte, buitengewoon moeilijk. Maar niet triest. Claus was geen jaren lang getourmenteerde prins. Hij ging niet aan ziekte en tegenslagen ten onder. Hij was moedig, behield en verfijnde zijn humor, bleef betrokken, was meer bezig met zijn omgeving en met de wereld dan met zich zelf. Hij bleef kritisch tot op het eind toe, met name over het tekort aan leiderschap of over verkeerd leiderschap Tijdens de laatste ontmoeting die ik met hem had gaf hij mij het boek van Mario Vargas Llosa, “Het Feest van de Bok”. Het beschrijft de machinaties van Trujillo, in de jaren vijftig en zestig President-dictator van de Dominicaanse Republiek. Trujillo, in alle opzichten de tegenpool van Nyerere, was de Saddam Hussain van zijn tijd..Voor Prins Claus was dat het dieptepunt van beschaving: leiders die hun eigen volk niet dienen, maar vertrappen en verraden, en die daartoe kunnen komen doordat in hun land de bevolking niet in staat is de menselijke waardigheid, de eigen cultuur en identiteit op een democratische wijze hoog te houden tegenover de willekeur van degenen die macht uitoefenen en het ontwikkelingsproces naar hun hand willen stellen. In tal van ontwikkelingslanden zelf wordt de eigen beschaving “opgerold als oud perkament”.Dat tegengaan zag Prins Claus als de belangrijkste opdracht in de culturele dialoog. Het vereist een betrokken actieve instelling, vereenzelviging met mensen aan de basis van de samenleving, duidelijke politieke keuzen, historisch besef, diplomatieke vaardigheden, continue reflectie op hetgeen in de maatschappij speelt, en wijsheid. Prins Claus bezat dat alles. Zo zullen we ons hem herinneren, als een wijze prins. We zijn bedroefd over zijn heengaan, maar dankbaar voor wat hij ons schonk.
Jan Pronk
De hierboven cursief vermelde citaten van prins Claus komen alle uit het boek “Cultuur en Ontwikkeling. Toespraken en opstellen over cultuur en ontwikkeling van Z.K.H. Prins Claus der Nederlanden”, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag, 1996.
Gepubliceerd in: Petra van Alten, Prins Claus. Een Talent voor Vriendschap. Amsterdam, 2003, Van Gennep, pp. 75-88