# Geweldloos verzet is iets heel moedigs

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/interviews/dutch/geweldloos-verzet-is-iets-heel-moedigs.html

Interview met Jan Pronk in De Brug, december 2011

## Achtergrond Jan Pronk

Jan Pronk (71) is oud-kamerlid voor de Partij van de Arbeid, oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking in verschillende regeringen en oud-minister van Ruimtelijke Ordening. Hij werkte voor verschillende VN-organisaties en is nu spreker op universiteiten. Hij is lid van het Comité van Aanbeveling van SIVMO.

## Geweldloze actie en internationale druk

Pronk benadrukt dat geweldloze acties vaak zeer effectief zijn en dat geweldloos verzet heel moedig is. Hij stelt echter dat alle belangrijke veranderingen het resultaat zijn van een combinatie van binnenlandse én buitenlandse druk. Alleen druk van buiten is niet geloofwaardig; alleen druk van binnenuit is niet effectief.

Hij verwijst naar de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika als voorbeeld: een boycot van buitenaf gecombineerd met verzet van binnenuit. President Thabo Mbeki dankte het Westen voor deze solidariteit.

## Israel en Palestijnen

Over de onderdrukking van Palestijnen stelt Pronk dat het Westen zich hiertegen moet verzetten. Veel onderdrukte mensen voelen zich in de steek gelaten, wat kan leiden tot geweldtoepassing. Geweldloze strijd is naar zijn mening veel effectiever wanneer deze gepaard gaat met hulp en druk van buiten.

## Pronks betrokkenheid bij het Midden-Oosten

In 1973 werd Pronk minister van Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Den Uyl. Hij realiseerde zich dat Nederland geen ontwikkelingrelatie had met Arabische en/of moslimlanden en nam daarom drie landen op in het beleid: Egypte (politiek belangrijk), Jemen (zeer arm) en Soedan (na beëindiging burgeroorlog).

Pronk wilde altijd een goede relatie met Israel behouden vanuit zijn hervormde achtergrond. Hij geloofde in Israëls recht van bestaan. Onder invloed van Nieuw Links groeiden hij en de PvdA echter naar een meer evenwichtige benadering.

Nederland financierde driezijdige ontwikkelingsprogramma's waarin Israel technische kennis ter beschikking stelde aan ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld op het gebied van waterbeheersing.

In 1979 bezocht Pronk als Kamerlid onder leiding van Paul Aarts Libanon, vluchtelingenkampen van Palestijnen en ontmoette Arafat, die een politiek redelijk verhaal presenteerde.

In de jaren tachtig was Pronk adjunct-secretaris-generaal bij de UNCTAD. Hij was verantwoordelijk voor het jaarlijks rapport over de sociaaleconomische toestand in bezette gebieden. Israel en de Verenigde Staten beschuldigden hen van vooringenomenheid, wat inhoudelijke discussies over zaken als drinkwater, onderwijs en levensstandaard belemmerde.

## Jaren negentig

In 1989 werd Pronk opnieuw minister van Ontwikkelingssamenwerking (kabinet-Lubbers III en later paars kabinet Kok I). Nederland steunde Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever rechtstreeks. Na de Oslo-accoorden werkte Pronk samen met Palestijnse autoriteiten in Ramallah.

Nederland financierde samen met Frankrijk een havenproject in Gaza, maar dit kwam niet van de grond. Het werd later door Israëli's gebombardeerd, evenals het vliegtuig dat aan de Palestijnen was geleverd. Pronk en Nederland probeerden vooruit te lopen op een toekomstige vredessituatie en samenwerkingsprojecten tussen Israel, Palestijnen en Jordanië te stimuleren. Arafat bezocht Nederland, evenals Simon Peres.

## Defensie en de Eerste Golfoorlog

In 1991, tijdens de Eerste Golfoorlog, vervangde Pronk de zieke minister van Defensie Relus ter Beek. Nederland leverde toen tegenraketten aan Israel tegen Irakese scud-raketten.