Maakt meer defensie Europa veiliger?
In: Financieel Dagblad, Magazine FD Persoonlijk, 29 augustus 2026, pp 20-23. Interview met Eva Gabeler.
Zie: Maakt meer defensie Europa veiliger?
Maakt meer defensie Europa veiliger? Europa moet militair sterk genoeg zijn om tegenstanders af te schrikken, aldus veiligheidsexpert Niels van Willigen. Voormalig Defensie-minister Jan Pronk vreest juist dat Europa te weinig inzet op diplomatie.
In 1944, in de Hongerwinter, staat bij een bakker in Scheveningen een lange rij. Wie niet vecht aan het front of tijdens een razzia van huis is gehaald, hoopt op iets eetbaars. Achter in die rij staat een jongetje van 4 jaar oud, met een bakje aardappelschillen in zijn handen. Als hij geluk heeft, kan hij die ruilen voor een boterham.
Meestal heeft hij geen geluk. Het jongetje is de latere minister van Defensie Jan Pronk. Hij herinnert zich nog goed hoe het is om met lege handen thuis te komen. De teleurgestelde en wanhopige reactie van zijn vader, een onderwijzer: ‘Je moet je niet laten wegsturen.’
‘Ik weet wat oorlog is en juist daarom zie ik vrede, vrijheid en mensenrechten niet als vanzelfsprekendheden’, vertelt de nu 86-jarige Pronk in het Haagse Hotel Des Indes, waar hij nog altijd bij naam wordt begroet. Met bijna zeventien jaar ministerschap behoort hij tot de langstzittende bewindspersonen uit de Nederlandse naoorlogse geschiedenis.
Tegenover hem zit Niels van Willigen aan een kop koffie. Hij schudde één keer eerder de hand van Pronk, toen hij hem uitnodigde voor een bijdrage tijdens een gastcollege aan de Universiteit Leiden, waar Van Willigen als bijzonder hoogleraar Strategische Studies werkt.
De heren nemen om beurten uitgebreid het woord, maar luisteren ook aandachtig naar elkaar. Ze zien dezelfde gevaren, maar leggen andere accenten in de oplossing. Van Willigen denkt dat Europa voldoende invloed moet behouden om zijn belangen en waarden te verdedigen. Militair vermogen is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Pronk vreest dat militaire afschrikking steeds vaker de plaats inneemt van diplomatie als belangrijkste antwoord op internationale conflicten. Zo wordt onderhandelen steeds verder vooruitgeschoven, denkt hij.
Pronk: ‘We zeggen steeds dat we eerst sterker moeten worden, maar wanneer zijn we dan sterk genoeg? Er is altijd weer een nieuwe dreiging of een nieuw wapensysteem dat om extra investeringen vraagt.’
Van Willigen: ‘Ik begrijp die zorg. Er is veel achterstallig onderhoud. Niet alleen in Nederland, in veel Europese Navo-landen. Dat moet eerst worden bijgewerkt. Eigenlijk doen we niet zozeer heel veel extra, maar zijn we aan het repareren.’
Niels van Willigen

(1977) is hoogleraar Internationale Veiligheidsstudies aan de Nederlandse Defensie Academie en bijzonder hoogleraar Strategische Studies aan de Universiteit Leiden.
Pronk: ‘Meer geld voor defensie is nodig, maar dat maakt Europa niet automatisch veilig. En zelfs als het meer veiligheid oplevert, moet je je afvragen: veiligheid waarvoor? Het doel moet volgens mij niet veiligheid op zichzelf zijn, maar vrede.’
Van Willigen: ‘Defensie alleen is niet genoeg, dat ben ik met je eens. Je hebt ook diplomaten, internationale samenwerking en ontwikkelingshulp nodig om conflicten te voorkomen en invloed uit te oefenen. Daarom begrijp ik bijvoorbeeld niet dat er wel veel extra geld gaat naar Defensie, maar niet naar die andere onderdelen van het buitenlandbeleid.’
Pronk: ‘We investeren wel in oorlog, maar te weinig in de weg naar vrede. Westerse leiders spreken over het verslaan van Rusland en militaire steun aan Oekraïne, maar veel minder over hoe de oorlog uiteindelijk via onderhandelingen beëindigd zou kunnen worden.’
Pronks zorg is dat veiligheidspolitiek omslaat in militarisering. Niet alleen door hogere defensie-uitgaven, maar door een sfeer, een cultuur. ‘Oorlog wordt weer iets waarover wordt gesproken alsof het normaal is.’
Van Willigen: ‘Ik denk dat we ver van militarisering vandaan zitten. Als we steeds meer wapens zouden kopen zonder ons af te vragen of dat echt nodig is, wordt het gevaarlijk. Maar in Nederland zijn er gelukkig allerlei controlemechanismen die voorkomen dat Defensie onbeperkt haar gang kan gaan.’
‘Als Europa een rol wil spelen in wapenbeheersing, moet het wel een positie hebben aan de onderhandelingstafel’
Niels van Willigen
Pronk: ‘Ik ben ook niet bang voor militairen. Ik ben banger voor politici en voor ondernemers. Er wordt ineens ontzettend veel uitgegeven aan defensie. Maar ik zie geen strategie, geen prioriteitenlijst. De aanschaf van meer materieel dreigt een doel op zichzelf te worden.’
Van Willigen: ‘Het parlement en de Rekenkamer moeten kritisch controleren waar het geld naartoe gaat. Maar er wordt wel degelijk gericht geïnvesteerd. Dat is ook nodig, omdat technologie en oorlogvoering snel veranderen met nieuwe technologie, zoals drones en kunstmatige intelligentie.’
Pronk: ‘Maar elke stap wordt militair-strategisch noodzakelijk genoemd. En iedere keer volgt er weer een volgende stap. Dat is precies mijn punt.’
Van Willigen: ‘Je moet wel kijken naar de aard en de omvang van de dreiging. Rusland is veranderd. De veiligheidsomgeving van Europa is veranderd. Dat maakt die stappen nodig.’
Pronk: ‘Juist autonome wapens baren mij zorgen. Zodra kunstmatige intelligentie steeds meer beslissingen overneemt, dreigt een nieuwe escalatiespiraal die nauwelijks nog is terug te draaien.’
Van Willigen: ‘Dat risico zie ik ook. Daarom moet altijd een mens eindverantwoordelijk blijven. Alleen wordt het steeds moeilijker daar internationaal goede afspraken over te maken.’
Pronk: ‘Ik ben bang voor escalerende processen. Zodra je tegenstander zijn bevolking ervan kan overtuigen dat jij agressief bent, zit je niet op het juiste spoor. Dan kan het escaleren.’
Van Willigen: ‘Maar aan te weinig doen zit ook een risico. Dan zal je tegenstander concluderen dat jij niet bereid bent om jezelf te verdedigen.’
Pronk: ‘Je moet een risico durven nemen om vertrouwen op te bouwen. Dat kan door duidelijk te maken dat je niet agressief bent. Bijvoorbeeld door te zeggen dat we bepaalde wapens zouden kunnen inzetten, maar dat niet doen.’
Van Willigen: ‘Ik ben ook van de school die zegt dat je met je vijanden moet praten. Alleen betekent dat niet dat je alles accepteert wat zij willen. En je moet wel iets te bieden hebben.’
Pronk: ‘Maar er wordt te weinig gepraat. De vredesonderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne in Istanbul in 2022 waren een gemiste kans voor diplomatie doordat Zelensky op voorhand besloot niet te onderhandelen.’
Van Willigen: ‘Onderhandelen is belangrijk, maar de timing moet goed zijn en Europa moet wel iets te bieden hebben aan de onderhandelingstafel. Anders beslissen anderen over Oekraïne zonder dat Europa of Oekraïne zelf mee kan praten.’
Pronk: ‘Wat militair-strategisch noodzakelijk lijkt, kan politiek onwenselijk zijn omdat het de kans op escalatie vergroot of onderhandelingen moeilijker maakt. Dat is het verschil tussen ons.’
Jan Pronk

(1940) is oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking, Volkshuisvesting en Defensie en voormalig VN-gezant in Soedan. Hij verliet de PvdA na bijna vijftig jaar, uit onvrede over de koers. In 2023 werd hij weer lid.
Pronk benoemt dat politici te veel bespreken hoe je op dreigingen reageert en te weinig waardoor die dreigingen ontstaan. Waarom vluchten mensen? Waardoor ontstaan oorlogen? Hoe kunnen we voorkomen dat ongelijkheid en politieke spanningen uitgroeien tot conflicten? ‘Daarover gaat het nauwelijks meer, terwijl veiligheid begint bij het voorkomen van problemen die later tot conflicten kunnen leiden.’
Van Willigen: ‘Daar zit zeker iets in, veiligheid is breder dan defensie en gaat ook over vluchtelingen, mensveiligheid en politieke stabiliteit. Sommige Zuid-Europese landen zien dat al langere tijd zo.’
Pronk: ‘Precies. Veiligheid gaat ook over geloofwaardigheid. Europa had invloed doordat het opkwam voor recht, vrijheid en democratie. Als andere landen niet meer geloven dat wij die waarden consequent verdedigen – bijvoorbeeld in Gaza – verliezen we een belangrijke vorm van invloed. En daarmee ook een deel van onze veiligheid.’
Van Willigen: ‘Maar die waarden moet je wel kunnen beschermen. Dat is de spanning waar Europa nu mee worstelt. Hoe verdedig je je belangen en houd je tegelijk vast aan je waarden?’
Pronk: ‘Dat geldt ook voor kernwapens. Als de Amerikaanse paraplu verdwijnt, kunnen we kiezen voor meer Europese kernwapens. We kunnen ook zeggen: we doen dat niet. We nemen dat risico en zetten in op minder afschrikking, minder aanvals- en kernwapens.’
Van Willigen: ‘Maar als Europa een rol wil spelen in wapenbeheersing, moet het wel een positie hebben aan tafel. Dat is het dilemma. Je wilt uiteindelijk minder kernwapens, maar daarvoor moet je eerst invloed hebben op de landen die ze bezitten.’
‘We kunnen ook zeggen: we nemen dat risico en zetten in op minder afschrikking, minder aanvals- en kernwapens’
Jan Pronk
Ontwapening bereik je niet door eenzijdig af te zien van macht, aldus Van Willigen, maar door voldoende gewicht te hebben om anderen mee te krijgen: militaire slagkracht naast politieke, economische en diplomatieke macht.
Pronk: ‘Voor mij gaat het om de richting. Wordt de wereld veiliger of onveiliger? Krijgen we meer wapens of minder? Gaan we richting vrede of verder richting escalatie?’
Van Willigen: ‘En voor mij is de vraag hoe je voldoende invloed behoudt om die vrede überhaupt mogelijk te maken.’
Pronk: ‘We zijn het er in ieder geval over eens dat defensie alleen niet genoeg is.’
Van Willigen: ‘Absoluut. Defensie zonder diplomatie werkt niet.’
Pronk: ‘En diplomatie moet weer een centrale plaats krijgen.’
Van Willigen: ‘Ja, vanuit een sterke positie en op een slimme manier. Daar kunnen we elkaar in vinden.’