# Interview concerning Sudan

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/interviews/english-and-other-languages/interview-concerning-sudan.html

## Achtergrond

Jan Pronk, Speciaal Vertegenwoordiger van de VN-Secretaris-Generaal in Sudan, geeft in augustus 2005 een interview aan IRIN News in Nyala, de hoofdstad van Zuid-Darfur. Dit gebeurt kort nadat de Sudanese regering op 5 juli een Verklaring van Principes (DoP) ondertekende met twee rebellengroepen: de Sudanese Bevrijdingsbeweging/Leger (SLM/A) en de Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid (JEM).

## Humanitaire en veiligheidssituatie

Pronk stelt dat de humanitaire situatie is verbeterd sinds mid-2004, toen de VN actief betrokken raakte. De sterftecifers zijn gedaald onder de kritieke drempel. Veel mensen verblijven nu in kampen als internally displaced persons (IDP's) en ontvangen voedsel, water, sanitaire voorzieningen en gezondheidshulp.

De veiligheidssituatie is ook verbeterd: er is geen actieve oorlog meer tussen de regering en SLM/A, hoewel aanvallen door de Janjawid doorgaan. Het aantal doden per maand bedraagt ongeveer 100, voornamelijk door banditisme en misdaad. Dit is echter 10 tot 20 keer lager dan vóór VN- en Afrikaanse Unie-betrokkenheid.

## Vooruitzichten voor duurzame vrede

Pronk beschrijft vrede als een politieke oplossing die moet worden onderhandeld. Het zou mogelijk zijn de onderhandelingen voor het einde van 2005 af te ronden, hoewel moeilijke kwesties blijven: machtsdeling, welvaartsverdelingen, decentralisatie en grondeigardomvragen.

Een tweedeling in drie fasen is mogelijk: eerst de vredesovereenkomst, daarna verdere problemen via vreedzame weg aanpakken.

## Kloof tussen leiderschap en strijdkrachten

Een belangrijk probleem is de verdeeldheid onder de rebellengroepen. Commandanten in het veld vertrouwen hun eigen politieke en diplomatieke leiders niet. Sommige leiders bevinden zich buiten het strijdtoneel en worden door verschillende landen beïnvloed. Internationale steunverleners moeten verduidelijken dat voortgezet geweld niet meer wordt gesteund en dat deelname aan politieke dialoog noodzakelijk is.