# Interview met Jan Pronk, VN-Special Vertegenwoordiger in Sudan

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/interviews/english-and-other-languages/interview-with-jan-pronk-un-special-representative-of-the-secretary-general-in-sudan.html

## Achtergrond Jan Pronk

Zijn Excellentie Jan Pronk werd op 18 juni 2004 benoemd tot VN-Special Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal (SRSG) in Sudan. Als hoofd van de United Nations Mission in the Sudan (UNMIS) is hij verantwoordelijk voor de coördinatie van alle VN-activiteiten in Sudan. Pronk heeft veel jaren in openbare dienst gewerkt, zowel in Nederland als voor de VN. Voor zijn benoeming was hij professor Internationale Ontwikkeling aan het Instituut voor Sociale Studies in Den Haag.

## UNMIS-mandaat en taken

UNMIS is gemandateerd door Veiligheidsraadsresolutie 1590 om de implementatie van het Comprehensive Peace Agreement (CPA) te monitoren en te ondersteunen. Dit akkoord werd op 9 januari 2005 ondertekend door de regering van Sudan en de Sudan People's Liberation Movement/Army (SPLM/A). UNMIS biedt ook politieke en logistieke ondersteuning aan de Afrikaanse Unie in Darfur.

## Geïntegreerde aanpak nodig

Pronk benadrukt dat hoewel UNMIS' mandaat zich vooral richt op CPA-implementatie, een geïntegreerde benadering van alle conflictaspecten essentieel is. Het conflict in Sudan is economisch, politisch, cultureel, tribaal en een hulpbronnenconflict met vele dimensies. UNMIS moet daarom niet alleen uit militaire waarnemers bestaan, maar ook uit personeel dat kan helpen met economische reconstructie, humanitaire hulp en monitoring van mensenrechten. Territorium is eveneens belangrijk: vrede in het land is onmogelijk zolang oorlog in Darfur voortduurt.

## Prioriteiten en resourceallocatie

UNMIS moet alle kwesties tegelijkertijd aanpakken, al kunnen prioriteiten bepaald worden door beschikbare middelen. Op het moment heeft UNMIS ongeveer 12 kantoren in het hele land gevestigd. Mochten middelen ontoereikend zijn, dan zou eerder het aantal kantoren beperkt worden dan essentiële taken zoals reconstructie, DDR (ontwapening, demobilisatie en reïntegratie) of mensenrechtenmonitoring.

## Uitdagingen bij troependeployment

Van de geautoriseerde 10.000 vredesmacht waren op het moment van het interview slechts ongeveer 4.000 (40 procent) ingezet. De vertragingen hebben meerdere oorzaken: de SPLM stond aanvankelijk geen voorbereiding toe totdat het vredesakkoord ondertekend was en de Veiligheidsraad UNMIS een mandaat gaf. Dit verklaarde meer dan zes maanden vertraging. Verder belemmerde het regenseizoen de voorbereiding op troepenkomst. Een derde probleem is de afhankelijkheid van elkaar: landen als India, Pakistan, Bangladesh, Nepal, Egypte, Kenia en Zambia leverden troepen, maar wanneer één land een deadline mist (bijvoorbeeld voor helikopters of medisch personeel), ontstaat een kettingreactie. Pronk verwachtte vol inzet in februari 2006, maar gaf toe dat voortdurende nieuwe knelpunten dit in gevaar brachten.

## Rol van ontwikkelde landen

Op de vraag waarom ontwikkelde landen weinig troepencontingenten leveren, beaamd Pronk dat ontwikkelde landen hun verantwoordelijkheid voor vredesoperaties ontwijken.