Wat is de praktijk? Vluchtelingen waren welkom in Nederland, eeuwenlang, ook in de vorige eeuw, ook na de Tweede Wereldoorlog. Vluchtelingen uit Hongarije, Tsjechoslowakije, Zuid Afrika, Chili, Vietnam zijn met open armen ontvangen. Maar na het einde van de Koude Oorlog sloeg de stemming om. In tal van landen kantelden de politieke verhoudingen. Binnenlandse conflicten namen toe en gingen gepaard met grove schendingen van mensenrechten en veel geweld: voormalig Joegoslavie inclusief Bosnie en Kosovo, de Kaukasische gebieden van de voormalige Sowjet Unie, het Midden Oosten, Zuid en Zuid Oost Azie, Centraal-, West-, Oost- en Zuidelijk Afrika. Plotseling werden talloze landen geteisterd door een gewelddadig overgangsproces, dat velen moest doen vluchten naar elders. Een betrekkelijk klein aantal kwam naar Nederland, maar toch zoveel, dat sommige politici stelden dat ons land “het afvalputje van Europa” was geworden. Men vreesde dat ons land bovenmatig aantrekkelijk was voor vluchtelingen en dat de grote aantallen asielzoekers de verhoudingen in ons land op scherp zouden stellen. Plaatselijke werkgroepen zetten zich in om asielzoekers te helpen opvangen, maar stuitten op een terughoudende opstelling van Den Haag. Die opstelling voedde het ongenoegen in het land. Toen ik bij een werkbezoek aan plaatselijke vluchtelingensteungroepen de vraag stelde: “Wat doen we volgens jullie verkeerd in Den Haag?’, kreeg ik als antwoord “Jullie praten verkeerd”. Inderdaad. Wie spreekt over het afvalputje van Europa beschrijft vluchtelingen als afval. Wie het beleid met betrekking tot asielzoekers presenteert in termen van “voorraad- en stroomgrootheden” heeft het niet over mensen, maar over dingen. Wie spreekt over “echte” vluchtelingen impliceert dat er onechte vluchtelingen zijn, met valse motieven en valse papieren, praatjesmakers, leugenaars. Wie suggereert dat de meeste asielzoekers niets anders zijn dan “economische vluchtelingen”, ontkent de relatie tussen politiek geweld, onrechtvaardige internationale verhoudingen en economisch ongeluk, wekt de indruk dat het gelukzoekers zijn, die thuis niets te vrezen hebben.

Plaatselijke politici die een betere integratie binnen de eigen stad nastreven door te pleiten voor het spreiden van asielzoekers, voor een stop op de toelating van asielzoekers tot hun stad, voor een hek om hun stad en voor nog meer spreiding van asielzoekers - alsof vluchtelingen niet reeds de meest gespreide minderheidsgroep ter wereld vormen - dragen een zware verantwoordelijkheid. Zij bedoelen het goed met hun stad, maar zij spreken verkeerd en daarmee legitimeren zij anderen om nog hardere taal uit te slaan. Zo wordt het klimaat in een land, dat traditioneel gastvrij was voor vluchtelingen rijp voor een steeds verdere verharding van de beleidspraktijk. Een prachtige Grondwet en een te respecteren wet, maar een beleidspraktijk die steeds minder spoort met de onderliggende waarden.

Overdrijf ik? Ik noem U twaalf punten. Oordeelt U zelf.
Punt een. Vluchtelingen afkomstig uit minderheidsgroepen die door de regering van hun land van herkomst niet als staatsburgers worden beschouwd - zoals Palestijnen uit Libanon en Koerden uit Syrie - worden als hete aardappels heen en weer geschoven. In eigen land worden zij onderdrukt en is hen de nationaliteit ontnomen. Onze weigering hen asiel te verlenen veroordeelt hen tot statenloosheid en ontzegt hen daarmee het recht op bescherming.

Twee. De bevolking van Srebrenica is in 1995 onder de ogen van door Nederland aan de Verenigde Naties ter beschikking gestelde vredestroepen, door de Serven aan de poort van de “safe area”, zonder dat de bescherming die hen in het vooruitzicht was gesteld werd waargemaakt. Daarop volgde een massamoord op 7000 mensen. Toen later ruim 200 overlevenden zich alsnog in Nederland meldden voor asiel, hadden we daarop kunnen reageren met een gepast zwijgen en een hartelijk welkom. In plaats daarvan werden zij aan een tweede selectie onderworpen, nu door onszelf. Slechts 17 personen wordt asiel verleend. Alle overigen wordt wederom bescherming ontzegd. Zij zullen worden uitgezet naar het gebied waar de genocide plaatsvond. Is het niet ten hemel schreiend?

Drie. Vluchtelingen maken vaak gebruik van diensten van handelaars in identiteitspapieren en transport. Er wordt aan hen door mensensmokkelaars grof geld verdiend. Voor vele vluchtelingen is er echter geen andere weg. Dat gold decennia geleden ook voor vluchtelingen tijdens de Duitse bezetting, Portugezen die wensten te ontkomen aan het bewind van Salazar en Caetano of aan de regimes in landen achter het IJzeren Gordijn. Hulp aan hen verleend is destijds geprezen. Thans is die hulp bij voorbaat verdacht. Maar het gebruik maken van illegale vluchtwegen maakt een asielzoeker niet tot een verdachte. Er wordt met twee maten gemeten.

Vier. Waarom ontmoeten vluchtelingen geen begrip wanneer niet alle leden van het gezin – man, vrouw en kinderen - niet tezelfder tijd gevlucht zijn of niet langs dezelfde weg? Doet dat iets af aan het gevaar dat zij liepen in het land dat zij ontvluchtten? In tal van landen worden mensen bedreigd, gevangen gezet of gemarteld om de enkelvoudige reden dat zij familielid zijn van een politieke dissident. “U bent niet samen gekomen. Dus bent U geen gelijk geval en daarom kunt U niet op dezelfde wijze getoetst worden” luidt vaak het oordeel aan Nederlandse kant. Het is een onmenselijke interpretatie van hetgeen in artikel 1 werd bedoeld met “gelijke gevallen”..En het leidt tot discriminatie in de bescherming van mensen die in tal van opzichten – in dezelfde situatie verkeren: hetzelfde gezin, dezelfde bedreiging.

Vijf. Waarom is er geen begrip voor het feit dat vluchtelingen moeten werken met valse papieren, dat velen nooit een eigen identiteitsbewijs hebben gehad, vele anderen dat hebben moeten afgeven aan mensen in wier macht zij waren: hun onderdrukkers dan wel smokkelaars die hen tegen betaling hielpen weg te komen? Waarom wordt het niet hebben van een identiteitspapier bij voorbaat tegen hen gebruikt, in plaats van als een teken ter rechtvaardiging van de vlucht? Is dat naief? Ja, een beetje. Maar zulk een naieveteit staat tegenover een hardvochtig gebrek aan welwillendheid en een totaal gebrek aan begrip voor de machteloosheid waarin juist vluchtelingen verkeren. Die houding spoort niet met onze waardering voor de vervalsers van persoonsbewijzen tijdens de Tweede Wereldoorlog, Die houding is niet ingegeven door een streven mensen te beschermen, maar om hen buiten te sluiten.

Is dat te hard geoordeeld? Nee, want - en dat is het zesde punt – asielzoekers zonder papieren krijgen welgeteld 48 uur om voldoende gegevens omtrent hun identiteit over te leggen, nota bene te waarmerken door de autoriteiten van het land van waaruit de vluchteling is gevlucht. Is dat bescherming? Of worden autoriteiten van het land van herkomst aldus op het spoor gezet, waardoor we medeplichtig worden? Hoe is het trouwens te rechtvaardigen dat, wanneer wel ingediende identiteitspapieren door de Nederlandse bureaucratie zoek gemaakt worden, de asielzoeker zelf verantwoordelijk wordt gesteld voor het overleggen van nieuwe papieren, waarvoor deze zich dan tot de dor hem of haar gevreesde autoriteiten moet wenden? Zo’n praktijk kan toch in de verste verte niet beschouwd worden als gelijke behandeling? Trouwens, is het bescherming of blootstelling?

Zeven. Gezinnen worden gescheiden door hetzij de man, hetzij de vrouw wel een verblijfstitel toe te kennen en de partner uit te zetten. Kinderen worden van hun ouders gescheiden door hen wel toe te laten en een der ouders niet, dan wel andersom. Is wegzenden van een deel van het gezin gelijke behandeling en in overeenstemming met in Nederland geldende waarden rond de betekenis van het gezin?

Acht. Er is een periode geweest dat er veel vluchtelingen naar Nederland kwamen en dat er onvoldoende deskundigen waren om het vluchtverhaal aan te horen. Dat is Nederland op zich niet aan te rekenen. Maar veel vluchtelingen zijn geconfronteerd met ondeskundige ondervragers, leken en stagiaires, zonder kennis van de situatie in het land van herkomst. Naast toegewijde advocaten waren er ongeinteresseerde pleitbezorgers, naast goede tolken amateurs, naast rechters die bereid waren zich te verdiepen in de achtergrond van een vluchtverhaal anderen zonder benul van de situatie in Afrika of Azie. Waarom wordt het altijd tegen de vluchteling gebruikt wanneer er een verschil is tussen het opgetekende eerste vluchtverhaal en meer nauwkeurige latere beschrijvingen? “U heeft het destijds anders gezegd, dus U spreekt de waarheid niet”. Waarom zo weinig begrip voor mensen die de taal niet machtig zijn, bang zijn voor autoriteiten, onder psychische druk staan vanwege de vlucht? Vluchtelingen zijn ongelijk behandeld. Asielzoekers die de juiste mensen troffen hadden geluk, anderen kwamen terecht op een hellend vlak

Wij hebben hen met ingebouwd ongeloof bejegend. Dat is punt negen. Geen wonder dat mensen die zich op een hellend vlak bevinden zich proberen staande te houden door gebruik te maken van de hen rechtmatig toekomende juridische beroepsprocedures. Onder hen waren er die aanvankelijk een beroep hadden gedaan op de asielprocedure omdat er voor hen geen andere weg was om armoede en ellende thuis te ontvlieden. Wij noemden dat oneigenlijk gebruik of misbruik, maar wat te doen als er buiten het onderduiken in de illegaliteit geen andere titel is om Europa in te komen dan een beroep te doen op een officiele procedure? Dat deden ook al diegenen die eerst waren afgewezen, die uitspraak als onrechtvaardig beschouwden en gebruik maakten van de mogelijkheden die onze rechtsstaat hen bood. Dat mochten ze, maar het werd hen steeds meer kwalijk genomen. Zij werden met permanent wantrouwen bejegend. Waarom wordt er altijd maar weer van uit gegaan dat vluchtelingen en asielzoekers onwaarheid spreken? Waarom steeds maar weer proberen leemtes in hun verhaal te vinden in plaats van begrip te hebben voor angst en onzekerheid? De attitude van de autoriteiten was er in eerste instantie op gericht om argumenten te vinden om het verzoek te kunnen afwijzen. Dat is wat anders dan beschermen en recht verschaffen. Waarom gaan Nederlandse autoriteiten er nog steeds van uit dat er in alle ontwikkelingslanden een onwrikbare en betrouwbare burgerlijke stand bestaat, net als bij ons, met kadasters, namen, jaren en getallen? Waarom zozeer Nederland de maat achten van andere landen. Is het domheid, provincialisme of arrogantie?

Punt tien: het einde van de procedure. Diezelfde arrogantie komt tot uitdrukking in het vanuit Nederland eenzijdig veilig verklaren van de situatie ter plaatse, zodat een vluchteling kan en moet terugkeren. Er is bij binnenlandse autoriteiten in Nederland weinig begrip en verstand van zaken omtrent de verhoudingen buiten ons veilige en vertrouwde West Europa. Helaas, er zijn weinig rechtsstaten met een democratisch en ondeelbaar gezag, een administratie zonder willekeur, een onafhankelijke rechtspraak, een betrouwbare politie, een militair apparaat dat niet boven de wet verheven is, een geheime dienst die zich houdt aan de wet. Wat veilig is voor de een vormt een bedreiging voor de ander. Een betrouwbare burgerlijke stand ontbreekt, maar de dossiers van de geheime diensten en aanverwante instellingen zijn goed bijgehouden en per definitie niet transparant. Waarom wordt de vreemdeling die in ons land asiel zoekt zo zelden het voordeel van de twijfel gegund?

Elf. Dat gebeurt evenmin wanneer, krachtens de wet, beoordeeld moet worden of de asielzoeker die de procedure heeft doorlopen en aan wie uiteindelijk geen verblijfstitel wordt toegekend, wel of niet meewerkt aan zijn uitzetting. “Iedereen kan weg, geen land van herkomst neemt zijn eigen mensen niet op”, wordt telkens weer door de Nederlandse regering verklaard. Het is niet waar. Zelfs mensen die de uitkomst van de procedure accepteren en willen meewerken aan hun terugkeer worden vaak geconfronteerd met de onmogelijkheid identiteitspapieren te ontvangen van hun ambassade. Die vertragen hun medewerking of weigeren dat eenvoudig, met argumenten die de beslissing van de Nederlandse rechter ontkrachten. Maar het oordeel of een asielzoeker meewerkt blijkt niet gebaseerd te zijn op een inspanningsverplichting, maar op een resultaatsverplichting. “U heeft geen papieren gekregen van Uw ambassade, dus u werkt niet mee”. Een omkering van de bewijslast, is dat gelijke behandeling?

Twaalf. De uitzetting zelf. Niet zelden wordt een vreemdeling, juist door de manier waarop deze wordt uitgezet, extra in gevaar gebracht, doordat wordt samengewerkt met instellingen in het land ven herkomst die schatplichtig zijn aan de geheime dienst dan wel als dekmantel dienen. Dat is het tegenovergestelde van bescherming. Is het trouwens aanvaardbaar, een vorm van gelijke behandeling, wanneer de Nederlandse uitzettingsorganisatie, in het geval dat een vluchteling niet de beschikking heeft over identiteitspapieren, deze zelf fabriceert? Een laissez passer, een transitpapier, een kort verblijfspas, waarna de uitgezette vluchteling maar moet zien hoe hij of zij verder komt? Arrogant wordt soms gezegd: “U kon het land uitvluchten, dus dan moet u ook in staat zijn het de grens in omgekeerde richting over te steken”. Is dat een voorbeeld van een gelijke bescherming van ieder die zich op ons grondgebied bevindt?. En wat staat een uitgezet gezin te doen dat bij de vlucht alle schepen achter zich heeft verbrand, met kinderen geboren en getogen in ons land, dat terecht komt in een vreemde stad of een vreemd gebied, zonder werk, zonder huis, zonder inkomen, zonder familie of voorzieningen waarop een beroep kan worden gedaan?

Voor velen is het nog niet zover. Eerst wordt men uit huis gezet, opgesloten in een zogeheten ‘vertrekcentrum’, uit de voorzieningen gezet, weer op straat gezet. Voordat men over de grens wordt gezet wordt men murw gemaakt, rijp voor de gedachte hier niet eens meer te willen wonen, omdat men er net zo onwelkom blijkt als in het land dat men had ontvlucht. Dat is het lot van velen die asiel hebben gezocht: een neerbuigende bejegening, massage, verwijdering, uitzetting, deportatie, voor sommigen zelfs uitlevering. Dumping, met vereende krachten. Ook mensen, ouders, kinderen en gezinnen die vele jaren hier hebben gewoond en alles hebben gedaan om te kunnen inburgeren, ook al werd hen dat niet gemakkelijk gemaakt door autoriteiten die hen aanvankelijk verboden om te werken, hen niet in staat stelden om de taal te leren.