Een kantelend vergezicht. Twaalf manieren om naar de toekomst te kijken
Toespraak Vluchtelingenkerk, Zetten, 15 februari 2026. (Verkort uitgesproken)
Deze week ontving ik een e-mail van een jonge vrouw die mij schreef over de klimaatcrisis, over Gaza, Iran, Venezuela en Minneapolis. ‘De afgelopen weken lijkt de horror van deze wereld alleen maar sneller en harder toe te nemen’, schreef ze, ‘maar het voelt alsof het nieuws op mijn telefoon niet strookt met mijn werkelijkheid. Ons leven kan gewoon doorgaan en ik weet niet waarom. Blijkbaar kunnen sommige mensen met genoeg privileges gewoon door blijven leven alsof er niet heel veel aan de hand is’.
Zij trekt het ook op zichzelf. Ze werkt bij een bank, heeft een goed inkomen, is niet eenzaam, is zeker van zichzelf, heeft veel vrienden en is politiek actief. Ze is niet iemand die haar medemensen terecht wijst, zich achter het niets doen van anderen verschuilt en daarom zelf ook maar geen consequenties trekt, omdat het toch niets uithaalt. ‘Ik kan op ieder moment alles in de supermarkt kopen wat ik wil’, scheef ze. ‘Ik vraag me af wat er nodig is voor mij om het roer om te gooien’. Ze besloot minder te gaan werken en zich te melden als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk.
Ze is niet de enige. Ik spreek meer mensen, oud en jong, bij wie de twijfel toeslaat. Sommigen zijn boos, anderen bang, soms zelfs wanhopig. Velen voelen zich onzeker over wat de toekomst hen zal brengen. ‘Het gaat steeds slechter in de wereld. Waarom doet niemand iets?’
Klopt dat? Gaat het steeds slechter in de wereld? En zo ja, wordt er niets gedaan om het tij te keren?
Eerst iets over feiten en rationele verwachtingen, zo objectief mogelijk. Na de Tweede Wereldoorlog is er ontegenzeggelijk vooruitgang geboekt. Er kwam geen derde wereldoorlog en geen derde atoombom. Er kwam een nieuwe internationale rechtsorde, met erkenning van nationale soevereiniteit en respect voor de mensenrechten. In het Westen steeg de welvaart en kwam een systeem van sociale zekerheid op gang. In het Zuiden van de wereld nam de voedselproductie toe en de kindersterfte af. Er ging veel fout, maar er was een wereldwijde inspanning om vooruitgang te boeken. Die heeft minder opgeleverd dan gehoopt, want de wereld veranderde razendsnel. Als ik terugkijk stel ik vast: er zijn stappen vooruit gezet, maar we liepen achter de feiten aan en we konden ze niet bijhouden.
Maar we deden tenminste iets. We liepen. Na de eeuwwisseling deden we dat niet meer. De wereld bleef veranderen, maar de inspanningen om dat aan iedereen ten goede te laten komen stagneerden. We stonden stil. En de laatste jaren lopen we zelfs achteruit. Dat maakt de verwachtingen over de toekomst niet rooskleurig.
Ga maar na: het klimaat verslechtert met rasse schreden. De biodiversiteit neemt razendsnel af. Pandemieën zijn niet meer aan grenzen gebonden. Er worden meer oorlogen en burgeroorlogen gevoerd. Het aantal staten met een dictatoriaal of autoritair regime is groter dan ooit. Over de hele wereld worden mensenrechten en vrijheden geschonden. De armoede in de wereld neemt toe. De ongelijkheid ook. Steeds meer mensen vluchten naar andere landen, omdat zij thuis geen leven hebben. Steeds meer vluchtelingen komen onderweg om of worden teruggestuurd. Ik zal u de cijfers en bronnen besparen. Maar dit zijn de feiten. En we kunnen verwachten dat het in de toekomst niet beter wordt.
Die verwachting is op een rationele basis gestoeld. Al deze catastrofes staan namelijk niet op zichzelf. Ze hangen met elkaar samen: de ene leidt tot de ander. Alle tekenen wijzen in de verkeerde richting. Dat is op zich al beangstigend, maar het ergste is dat de middelen die we ons verschaften om het tij te keren – samen overleggen hoe conflicten op te lossen en catastrofes te voorkomen – overboord zijn gegooid. De rechtsorde die na de Tweede Wereldoorlog werd ingesteld om wereldcrises het hoofd te bieden wordt doelbewust ontmanteld en ondermijnd. We zijn bijna terug in de jungle van de vooroorlogse verhoudingen.
Dat heeft te maken met de werking van het wereldsysteem. In het vroegkapitalistische tijdperk werden mensen uitgebuit. Daar konden ze zich tegen verzetten, bijvoorbeeld door te staken. In een volgende fase van de economie werden mensen niet alleen uitgebuit, maar ook buitengesloten. Ze waren er wel, maar mochten niet meedoen. Ze hadden geen werk dat zekerheid verschafte en geen toegang tot de voorzieningen die de maatschappij had gecreëerd. Ze kosten meer dan zij kunnen bijdragen, was de gedachte. Zij kunnen zich ook niet verzetten, want hun arbeidskracht en koopkracht kunnen gemist worden. Later deed zich een derde ontwikkeling voor: mensen die al binnen waren werden uitgestoten. Dat geldt niet alleen migranten en vluchtelingen die worden gedeporteerd, maar ook mensen wier sociale zekerheid wordt afgeknepen of inheemse groepen die van hun land worden verdreven.
In het huidige systeem gaan die drie mechanismen hand in hand. Bovendien werd de welvaart vergroot ten koste van alles wat schaars was: natuur, water, vruchtbare grond, grondstoffen en schone atmosfeer. Die werden uitgeput. En dat alles ging gepaard met uitholling van de waarden die we na de Verlichting en na de beide wereldoorlogen hadden omarmd: vrijheid, recht, gelijkheid en solidariteit voor en met allen, ongeacht hun afkomst.
Zo werkt het systeem: uitbuiting, uitsluiting, uitstoting, uitputting en uitholling. Daar kwam in deze eeuw nog iets overheen: poging tot uitwissing van alles wat deze vijf processen zou kunnen keren. Uitwissing van recht. Dat bestaat niet, aldus Vance: ‘Het gaat alleen om macht’. Uitwissing van de geschiedenis. Uitwissing van de cultuur van minderheden of van overwonnen volken. Het scheppen van zogenaamd ‘alternatieve feiten’ en eigen waarheden, manipulatie van beelden en hersenspoeling door sociale media.
Zoals gezegd: alle tekenen staan in de verkeerde richting. Bovendien, niet alleen de instellingen die we hadden gecreëerd om een tegenwicht te bieden worden ontmanteld en te niet gedaan, ook de geesteshouding - onafhankelijk denken, wetenschappelijk onderzoek, kennis van de historie, creativiteit en menselijkheid - die voor dat tegenwicht nodig is, wordt gemanipuleerd en weggewist.
Ik hoop niet dat u mij nu terzijde schuift als doemdenker. Ik probeer in kort bestek enkele feiten te noemen en ontwikkelingen en samenhangen aan te geven, ze te analyseren en te duiden, zo objectief mogelijk. En ik stel vast dat de kans groot is, dat de ontwikkelingen in deze richting verder zullen gaan. Er zijn verschillende scenario’s denkbaar, maar ze zullen niet wezenlijk van elkaar verschillen. Tenzij ….
Zijn we pessimistisch, optimistisch of kijken we weg?
Dat is een rationele kijk op de toekomst. Of die kijk ook pessimistisch is hangt niet af van de feiten, maar van de wijze waarop we in de samenleving op de feiten reageren, van de mensen dus.
In zijn toneelstuk Het Jachtgezelschap legt Thomas Bernhard een van zijn personages, ‘de Schrijver’ de volgende woorden in de mond (1):
Het onheil stamt
zoals we weten
uit hoe de mensen zijn
en de hele geschiedenis is niets dan een onheil.
En als we in de toekomst kijken
zien we niets anders.
‘Niets anders’. Dat is absoluut pessimistisch. Dat blijkt verderop in het stuk dat gaat over de zin van het leven in het aangezicht van een naderend einde. De schrijver roept uit:
En alles uitwissen
alles
niets duurzaams laten ontstaan
Wetenschappen
Vriendschappen
Verwantschappen
Uitwissen
Uitwissen
(…..)
Afkomst
Oorsprong
Afstamming
alles uitwissen
begrijpt u
weg
weg
weg
Maar wanneer mensen zich verzetten, wanneer zij wetenschap, vriendschap, verwantschap, afkomst, oorsprong en afstamming niet laten uitwissen, is er een alternatief. Dat is wat ik bedoel met ‘tenzij’. Ja, het gaat steeds slechter in de wereld. Nee, het is niet waar dat niemand iets doet. Kijk om je heen naar de werkers in de zorg. Kijk over de grens, naar artsen en verplegers in Gaza, Oekraïne en Soedan, naar journalisten die hun leven wagen om te voorkomen dat de waarheid wordt uitgewist. Kijk naar de bewoners van Minneapolis, die hun opgejaagde medemensen met fluitjes waarschuwen dat er ICE-agenten aankomen. Kijk naar Zohran Mamdani, Bernie Sanders, Greta Thunberg en Francesca Albanese.
Is pessimisme gerechtvaardigd? Dat hangt ervan af wie je bent, waar je leeft, welke kleur je hebt, tot welke groep je behoort, de meerderheid of een minderheid, de top 1% of de benedenwereld. Velen in het Zuiden van de wereld, levend in armoede, dictatuur of permanent oorlogsgeweld, zullen pessimistisch zijn omdat zij het Westen niet veel meer verwachten, alle mooie beloften ten spijt. En in het Westen zelf zullen mensen pessimistisch zijn die vinden dat de politiek hen in de steek laat of discrimineert. Dat pessimisme kan leiden tot angst voor de toekomst, tot wanhoop, lethargie of wrok, omdat men zich als mens vernederd voelt. Maar wanneer het Westen de waarden die het altijd heeft uitgedragen echt waarmaakt, zowel binnen als buiten de eigen grenzen, dan kan er wat optimistischer naar de toekomst worden gekeken.
Is het glas half vol of halfleeg? De meest recente Eurobarometer laat zien dat optimisme en pessimisme over de toekomst van de wereld gelijkelijk zijn verdeeld. Iets minder dan de helft van de Europese bevolking is optimistisch over de toekomst van de wereld, iets meer dan de helft pessimistisch. Een hoog percentage, driekwart van de bevolking, is optimistisch over de eigen toekomst. In Nederland liggen de cijfers anders: slechts een kwart is optimistisch over de wereld, dus drie kwart pessimistisch. Een cijfer springt eruit: maar liefst 84% van de bevolking in ons land is optimistisch over de eigen toekomst. (2) Dat past in een vertrouwd beeld: we horen al acht jaar tot de vijf gelukkigste landen ter wereld.
Terecht? Als je gelukkig bent door alleen naar jezelf te kijken, weg te kijken van de ellende buiten de grens en je ogen te sluiten voor wat komen gaat, dan is zo’n gelukzalig levensgevoel begrijpelijk. De cijfers laten het zien: in ons land zegt de meerderheid van de bevolking: ‘het gaat slecht met de wereld, maar goed met mij’.
Dat komt dicht bij een vierde manier om naar de toekomst te kijken, niet rationeel, optimistisch of pessimistisch, maar eenvoudigweg ‘niet kijken, wegkijken’. Wegkijken en sussen: ‘het valt wel mee; het zal zo’n vaart niet lopen’. Glashard ontkennen, zoals Trump deed, toen hij met een streek van de pen de ‘endangerment finding’ schrapte: de vaststelling, op basis van wetenschappelijk onderzoek, dat de uitstoot van broeikasgassen schadelijk is voor de gezondheid en welzijn van mens en milieu.
Wegkijken, zoals het Westen wegkijkt van Gaza en de genocide die daar wordt gepleegd negeert of zelfs ontkent. Wegkijken en zwijgen, zoals de toen vijftienjarige Greta Thunberg haar gehoor verweet in een toespraak: ‘To all of you who choose to look the other way every day because you seem more frightened of the changes that can prevent catastrophic climate change than the catastrophic climate change itself. Your silence is almost worst of all’. (3) Het is de zorgeloosheid die kan ontaarden in dansen op de vulkaan, zoals tienduizenden een week lang dansten op het Amsterdam Dance Event van 2023, tien dagen nadat op een festival in Israël meer dan 1100 mensen in koelen bloede waren omgebracht. Het gaat slecht met de wereld, maar goed met mij!
Technologie
Er is een vijfde manier van kijken naar de toekomst. Dat is het vertrouwen dat we de problemen kunnen en zullen oplossen met behulp van de technologie. Zo zijn we decennialang te werk gegaan. We scheppen problemen, bijvoorbeeld klimaatverslechtering, overmatig gebruik van energie, water, pesticiden en dierlijke mest, vervuiling van de oceanen met plastic en van de ruimte door satellieten. We lossen die problemen niet uit, maar verwachten dat komen de generaties dat wel zullen doen, omdat zij nieuwe technologieën hebben ontwikkeld. Die nieuwe technologieën moeten hen ook in staat stellen de problemen de baas te worden waarmee we hen opzadelen, doordat we oplossingen vooruitschuiven. Dat kan, maar het is onzeker. Het is bovendien in strijd met het voorzorgsbeginsel dat we ooit hebben omarmd, maar inmiddels net als andere beginselen bij het oud vuil hebben weggezet.
Technologie en chemie hebben de mensheid veel gebracht: nieuwe medicijnen en vaccins, ongekende mogelijkheden met elkaar te communiceren, kennisnemen van alles wat zich in de wereld voordoet, 24/7 en á la minute. Maar met de ontwikkeling van de technologie hebben we onszelf ook opgescheept met grote risico’s: atoomwapens, massa surveillance technieken, biologische wapens, zichzelf besturende drones die tegen mensen worden ingezet en autonoom een doelwit kunnen kiezen, nieuwe oorlogen om zich te verzekeren van schaarse metalen die cruciaal zijn bij de verdere ontwikkeling van de technologie, die als noodzakelijk wordt beschouwd om de nieuwe problemen en de grotere risico’s het hoofd te bieden. Een perpetuum mobile.
Machines die autonome beslissingen nemen, dat is zorgwekkend. Artificial Intelligence bots die de mens dingen uit handen nemen en AI-agents die zelfstandig kunnen beslissen, ook in oorlogssituaties, die met elkaar communiceren, zichzelf verbeteren en zich zelfs kunnen vermenigvuldigen, zonder dat zij door de mens zijn geprogrammeerd, dat is een angstaanjagend idee. Maar het kan. (4)
De kans dat al deze risico’s de voordelen van technologische vernieuwing overstijgen is groot. Tenzij ….
Inderdaad, ook hier: tenzij. Tenzij de mens de ontwikkeling en toepassing van de technologie kan beheersen. Maar dat is niet zo vertrouwenwekkend, zou Thomas Bernhard schrijven, want ‘het onheil stamt (…) uit hoe de mensen zijn (…) en als we in de toekomst kijken, zien we niets anders’.
Want is het altijd beter wanneer een mens aan de knoppen zit van de machine? Bij de toepassen van wat technologisch mogelijk is gaat het niet om mensen, die al dan niet handelen op basis van ethische waarden, maar om machten, die al dan niet handelen op basis van recht. Dat recht kan door machten buiten werking worden gesteld, zowel door kapitalistische roofridders à la Musk in Silicon Valley, als door autocratische heersers à la Trump en Netanyahu.
Zij gaan anders om met de toekomst. Zij beoefenen een zesde kijk, waarbij de door technologie gedreven vooruitgang doelbewust alleen de eigen groep dient. Dat zijn de praktijken van personen en belangengroepen die politieke en economische macht, kapitaal en technologie gebruiken om uitsluitend voor zichzelf en de eigen gemeenschap een veilige haven te bouwen. Dat varieert van de aanleg van gated communities in de stad, de bouw van hekken en muren rondom een land, om mensen met een andere identiteit buiten te sluiten, de aankoop van eilanden waar men zich veilig kan wanen tot het sturen van een raket naar Mars om daar opnieuw te beginnen. Eigen veiligheid eerst. De anderen kunnen creperen.
Vanuit de eigen comfortabele positie toekijken hoe anderen ondergaan kan ontaarden in bewuste acties om technologie in te zetten om de eigen toekomst zeker te stellen door anderen om te brengen. Dat is een zevende manier om met de toekomst om te gaan.
In Gaza worden mensen als proefdieren gebruikt voor nieuwe wapentechnologie. Niemand is veilig, iedereen wordt van grote afstand gezien, waar hij of zij zich bevindt. Iedereen is doelwit.
Ik kreeg een brief toegestuurd die was geschreven door een arts, Yahia Mezied, werkzaam in Gaza. Hij beschrijft de ontzetting die hulpverleners overmant en de inspanningen van dokters om mensen te redden. Het ontbreekt hen aan bijna alles. ‘In Gaza zijn het niet alleen lichamen die worden geschonden’, schrijft hij, ‘Het geheugen wordt belegerd, getuigen wordt het zwijgen opgelegd en de waarheid wordt begraven’. Vooral kinderen zijn het doelwit. Kinderen zijn de toekomst, maar juist de toekomst moet worden begraven en gewist.
De nieuwste Amerikaanse thermische wapens, die het leger van Israël inzet tegen burgers van Gaza, branden met een temperatuur van 3500 graden Celsius. Die wapens doen mensen zelfs evaporeren, verdampen, zodat er niets van hen overblijft. (5) Alsof ze nooit hebben bestaan. ‘Alles uitwissen, begrijpt u. Weg, weg, weg…’
Dat is heel wat anders dan erop vertrouwen dat de technologie ons zal helpen toekomstige crises en problemen van de mensheid op te lossen. Bij deze zevende manier om met de toekomst om te gaan wordt technologie door kwaadwillende machten gebruikt om precies het tegenovergestelde te bewerkstelligen: door middel van geweld anderen ombrengen ten behoeve van zichzelf en de eigen groep.
Dat komt dichtbij pogingen om toekomstig heil dichterbij te brengen door thans crises en chaos te creëren. Zoals Marxisten destijds geloofden dat steeds grotere armoede en ellende zou resulteren in een socialistische revolutie die een betere samenleving zou inluiden, ontwikkelden later fascistische accelerationisten een strategie om door middel van terroristisch geweld chaos te creëren, waarna een nieuwe heilstaat kon worden gesticht. Dat rechtsextremistische heilsdenken is niet weg. Dezer jaren wordt een effectief accelerationisme gepredikt door Peter Thiel en andere magnaten in de tech-industrie. Zij streven naar politieke macht om een noodtoestand te kunnen uitroepen. Daarna kan de staat worden ontmanteld en de overheid gesaneerd, zodat een sterke leider de weg kan wijzen naar een andere samenleving: mannelijk, wit, zonder mededogen voor minderheden en migranten en voor naties met andere culturen. Fundamentalistische Christenen doen daar nog een schepje bovenop: zij willen de Dag des Oordeels en de wederkomst van Christus bespoedigen door de vijanden van Israël te verslaan.
Die achtste manier om met de toekomst om te gaan - een overwinning nastreven met behulp van chaos en geweld, om vervolgens een eigen heilsboodschap in praktijk te brengen -, is in deze dagen wel erg dichtbij gekomen. De Palestijnen worden vermorzeld. Trump heeft gedreigd Iran terug te bombarderen naar het stenen tijdperk en de hele beschaving om te brengen.
Een tweede kans?
Stel dat pessimisten gelijk hebben, dat het einde van de beschaving inderdaad dichterbij komt, niet alleen in een paar landen, maar over de hele wereld, is er dan een uitweg? Stel dat dit het gevolg is van ondoordacht streven naar onbelemmerde groei, die het bestaan van toekomstige generaties op het spel zet. Of stel dat mensen aan de macht komen die een onverantwoord moedwillig riskante politiek voeren door met oorlog te dreigen, chaos te creëren of met kernwapens te spelen. Stel, anderszins, dat mensen alle belangrijke politieke en economische beslissingen overlaten aan machines. Als dat op een catastrofe uitloopt, is er dan een tweede kans?
Bernard Malamud schreef daarover een indringend verhaal in zijn boek ‘God’s Grace’ (6). Het gaat over een tweede zondvloed. Eén man, Cohn, is per ongeluk in leven gebleven en wordt door God gespaard. Hij protesteert, want God had Noach toch beloofd dat er geen tweede zondvloed zou komen. Maar God antwoordt: ‘Deze nieuwe vloed is niet de mijne, maar het gevolg van het feit dat de mens zichzelf heeft verraden Ik heb de mens het leven gegeven, maar de mens was zo gretig naar de dood. De mens heeft mijn handwerk vernietigd, de voorwaarden van het voortbestaan kapot gemaakt. Daarom heb ik de mens zijn gang laten gaan. Zij hebben uitgevonden hoe de ondergang te bewerkstelligen. Ik, God, heb mijn hoofd maar afgewend’.
Maar dan geeft God de mens Cohn alsnog een tweede kans. Hij komt terecht op een eiland en ontmoet daar apen die net als hijzelf de ondergang hebben overleefd. Cohn wil een nieuwe start maken en alle eerdere fouten van de mensheid vermijden. Hij leert de apen spreken. Hij leert hen normen en waarden kennen om een nieuwe wereld te creëren uit de oude. Maar het gaat verkeerd. Nadat ze kennis hebben opgedaan maken zij precies dezelfde fouten als voorheen de mensen deden. En de nieuwe schepper wordt door zijn leerlingen - de apen, die hij als zijn zonen was gaan beschouwen - ten offer gebracht. De mens blijkt onverbeterlijk.
Zo eindigt God’s Grace als een nachtmerrie. Houd er rekening mee: als het fout gaat, komt er geen tweede kans.
Of toch? Er is een ander verhaal en daarin wordt beschreven hoe het toch goed zou kunnen gaan. Dat is het verhaal dat Günter Grass vertelde in zijn boek Die Rattin. (7) Ook in dat boek hebben de mensen er een einde aan gemaakt, net als in het verhaal van Malamud. De ratten nemen de wereld over. Ze vermenigvuldigen zich en gaan opnieuw beginnen. Want de mensen hebben het ernaar gemaakt. Zij hebben zichzelf te gronde gericht. Maar dan eindigt het boek met een visioen: ‘Het zou toch anders hebben gekund? Stel dat wij mensen nog bestaan. Maar dit keer gaan we voor elkaar en bovendien vreedzaam, in liefde en tederheid, zoals de natuur ons geschapen heeft’.
Terwijl het verhaal van Malamud eindigt met een nachtmerrie, besluit Grass met een droom. ‘Een prachtige droom, zei de rattin, voordat zij verdween’. Dat is de laatste zin van het boek. De rattin, woordvoerder van de ratten en chroniqueur van het menselijk falen, heeft er geen fiducie in. Haar cynisme is dodelijk: dromen doen de werkelijkheid niet verdwijnen. De nachtmerrie van een onvermijdelijk eind van de beschaving blijft. (8) De negende manier om naar de toekomst te kijken, mikken op een tweede kans, biedt geen uitweg
Geen wonder dat in de huidige tijd zoveel mensen zeggen dat ze het niet meer weten. Zoals ik dat omschreef in het begin van mijn betoog: ze twijfelen, zijn bang, boos of wanhopig.
Vertrouwen of hoop?
Er is echter nog een andere houding mogelijk: geen woede, angst of wanhoop, maar berusting en overgave. Dat is een tiende manier om met de toekomst om te gaan. Ik houd deze toespraak in een kerk, de Vluchtheuvelkerk in Zetten. In deze kerk is vele malen het prachtige lied gezongen dat honderd jaar geleden geschreven werd door Jacqueline van der Waals: ‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand’. (9) Ik heb het als kind vaak gezongen, maar hoe ouder ik werd, hoe meer moeite ik kreeg met de tekst. Ik begreep dat het meer inhield dan berusting, meer dan het aanvaarden van hetgeen onvermijdelijk en niet beïnvloedbaar is: ‘Wat de toekomst brengen moge, …’. Het lied ademt vertrouwen dat het hoe dan ook ooit goed zal komen. Althans, voor degenen die het lied zingen. Maar hoe zal het de anderen vergaan, mensen die niet eens een eerste kans wordt geboden, mensen die worden weggewist? Is de boodschap van dit lied niet te individualistisch, egocentrisch zelfs?
Als je niet op een goede afloop vertrouwt, noch voor jezelf noch voor de wereld, mag je er dan in ieder geval wel op hopen? Hopen op een betere toekomst, dat is een elfde manier om vooruit te kijken. Voor mensen die er niet op vertrouwen dat het allemaal goed zal komen en die eigenlijk helemaal niets meer zeker weten, rest een uitweg: ‘Er is toch altijd nog de hoop?’
Dat is juist. Mensen hopen tegen de klippen op. Maar wat betekent dat? Vaak wordt een bekende dichtregel geciteerd van Emily Dickinson: ‘Hoop is dat ding met veertjes’. (10) In haar gedicht wordt de hoop verwoord als de zang van een vogeltje dat nooit stilvalt en niets van ons vraagt. Poëtisch schitterend, maar de boodschap schuurt. Hoop die zo wordt gepresenteerd is vederlicht en ijl – en ijle hoop wordt ijdele hoop wanneer men zich ertoe beperkt stil af te wachten of de zaken zich toch nog, tegen beter weten in, ten goede zullen keren.
Maar dat doen ze niet vanzelf. Op de laatste bladzijden van de roman The End of the World News van Anthony Burgess zingt de dochter van Trotski over de wereld die komen gaat:
The new world coming tomorow –
I hailed it again and again
And if folk ask me when
I have to say:
The day after
The day after
The day after
The day after
Zo kun je jezelf voor de gek houden: het heil komt morgen, en morgen zingen we weer hetzelfde liedje, iedere dag opnieuw: morgen gaat het gebeuren!
Niet hopen, maar lopen
Maar wat kun je doen als je je niet door wanhoop wilt laten lijden, je niet wil neerleggen bij de gedachte dat een slechte afloop onvermijdelijk is en je niet wil laten misleiden door ijdele hoop? Wat komt er na de wanhoop? Die vraag staat centraal in een paar theaterstukken die in deze jaren op de planken zijn gebracht door het theatergezelschap Bureau Vergezicht van Anoek Nuyens. Zoek een groter verhaal, zo luidt de boodschap van een van haar stukken, waarin je de wereld niet alleen beschrijft (en dus op een rationele manier naar de toekomst kijkt), maar de wereld iets voorschrijft. Luister naar verhalen die in het verleden zijn verteld, met waarschuwingen en adviezen die in de wind zijn geslagen, maar sindsdien aan actualiteit gewonnen hebben. Met andere woorden: kom in actie, wees je bewust van eigen verantwoordelijkheid, houd jezelf niet voor de gek (bijvoorbeeld door te streven naar oneindige consumptie, wetend dat de wereld daaraan ten onder gaat), maak bewuste keuzes en houd vol. (11)
Inderdaad: wie echt hoopt, wacht niet af, zit niet stil, maar staat op en gaat lopen. Lopen om iets te veranderen, zoals Gandhi deed en Jezus, Martin Luther King en Greta Thunberg. Onderweg mobiliseerden zij anderen om mee te lopen en de macht uit te dagen. Dat deden we met de drie marsen in Den Haag en Amsterdam tegen de genocide in Gaza: ‘Trek de Rode Lijn’.
Hoop is maakbaar. Hoop, dat ben je zelf. Dat werd begrepen door de inwoners van Minneapolis die gingen fluiten om hun medemensen te waarschuwen.
Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw stonden de inwoners van Estland, Letland en Litouwen op tegen hun Russische overheersers. Ze mochten geen volksliederen zingen, maar gingen dat massaal toch doen, op pleinen en stadions, met z’n allen. Het werd een Singing Revolution, vreedzaam en succesvol. (12)
Hopen, dat is lopen, fluiten en zingen. Dat is uit je comfortzone stappen, zoals die jonge vrouw die mij schreef dat zij van plan was het roer om te gooien. Het is jezelf en anderen een opdracht geven, zoals de moeder in de Wiegenlieder für Arbeitermutter van Bertolt Brecht en Hanns Eisler, dat u ter omlijsting van mijn toespraak heeft gezongen. (13)
De moeder in het lied van Brecht is in verwachting. Zij weet:
Der den ich trage kommt in eine schlechte Welt
Het is een wereld vol armoede:
Und ich sah Brot hinter Fenstern
Und es war Hungrichen verwehrt
Maar dat zal veranderen, want:
Den ich trage, sagt ich, der wird sorgen
Das ihn dieses Brot da nährt
Lees ook het vierde lied, het slotlied, als het kind geboren is en naast de moeder ligt:
Du, mein Sohn, und ich und alle unsresgleichen
müssen zusammensteh’n und müssen erreichen
dasz es auf dieser Welt nicht mehr zweierlei Menschen gibt
De moeder wil samen met haar zoon, als hij een man geworden is, vechten om voor zichzelf en anderen een betere wereld te maken. Of ze zal slagen, weet ze niet. Maar ze is vastbesloten. Ze zal zich niet in slaap laten sussen met de gedachte dat, als het vandaag niet gebeurt, dan morgen maar, of overmorgen. Bij Bertolt Brecht nemen de vrouwen het lot in eigen hand. Misschien kunnen zij het onheil niet voorkomen, maar ze zullen er alles aan doen om er niet al vandaag aan ten onder te gaan.
Verbeelding
De vrouw heeft een vergezicht: een wereld waarin ‘es nicht mehr zweierlei Menschen gibt’. Zij verbeeldt zich die wereld. Het is een wereld waarin zij samen optrekt met haar zoon en met ‘alle unsresgleichen’. Zij beseft: de hoop, dat ben ikzelf. Een betere toekomst is maakbaar, niet door mij alleen, maar wel samen met anderen, die opstaan en gaan lopen om samen de richting te bepalen. Door te fluiten om elkaar te waarschuwen en solidariteit te tonen. Door met z’n allen te zingen als teken van verzet.
Dat is de twaalfde manier om met de toekomst om te gaan, niet rationeel, optimistisch of pessimistisch, niet wegkijken, niet goedgelovig vertrouwen op technologie, technologie niet gebruiken om anderen uit te sluiten of zelfs om te brengen, niet mikken op een tweede kans na de ondergang, niet jezelf overgeven aan het onvermijdelijke en ook niet als laatste redmiddel hoop koesteren. In plaats van dat alles: verbeelding.
Door ons een andere en betere toekomst te verbeelden als een maakbare realiteit overstijgen we optimisme, pessimisme en hoop, maken we wegkijken onmogelijk en zetten we destructief handelen voor schut. Verbeelding van een betere toekomst betekent het tekenen van stippen op de horizon: vrede, volledige nucleaire ontwapening, evenwicht tussen mens en natuur, volledige klimaatneutraliteit, absolute klimaatrechtvaardigheid, totale gelijkheid tussen mensen, zonder discriminatie, volledig respect voor mensenrechten van iedereen, enzovoort. We kunnen uitzoeken hoever we daar nog van verwijderd zijn en wat we vandaag moeten doen om er morgen een beetje dichterbij te komen, en dan opnieuw.
Als die betere wereld, zoals Anthony Burgess hintte, zich morgen nog niet aandient, misschien pas overmorgen of de dag daarna, dan kunnen we door ons die wereld continue voor ogen te houden en haar te blijven verbeelden, net zo goed proberen ‘Het einde van de wereld’ zoals Anthony Burgess dat beschreef tot de dag van morgen uit te stellen, elke dag opnieuw, telkens met een dag, dag in dag uit.
Als we de tijd die daarmee gewonnen wordt gebruiken om de koers te veranderen, een begin te maken met een hervorming van de verhoudingen die vandaag gelden, stap voor stap, iedere dag opnieuw, dan kan uitstel permanent worden en tot afstel leiden.
Dat vraagt om bewuste en doordachte keuzes. Geen radicale revolutionaire allesomvattende hervorming van de wereld van de ene op de andere dag, maar wel dagelijks. Geen verbrokkelde politieke beslissingen zonder zicht op de samenhang of op de lange termijn en zonder rekening te houden met mogelijke negatieve gevolgen voor anderen, maar stappen waarvan het zeker is dat die ons niet verder van het ideaal verwijderen.
Verbeelding betekent dat we ons best doen een betere toekomst een beetje dichterbij te brengen. Verbeelding van een betere toekomst vraagt erom dat geen enkele politieke stap ons er nog verder van verwijdert, en dat iedere stap, hoe klein ook, ons een beetje dichterbij brengt.
Dat lijkt niet erg ambitieus. Maar het is rationeel, in lijn met de manier van naar de toekomst kijken waarmee ik begon: rationeel en feitelijk. De andere manieren van kijken - optimistisch, pessimistisch, luchthartig wegkijkend, technocratisch, berekenend of hoopvol - leiden stuk voor stuk tot groter onheil dan er nu al is. Dat doet de mens zichzelf aan, aldus Thomas Bernhard: als lemmingen rennen naar de afgrond en anderen meesleuren. Een nucleaire winter, genocide, totale oorlog, algehele ontheemding, een onleefbare aarde.
We kunnen ons een toekomst indenken, waarin dit alles niet is gebeurd, waarin rationele verwachtingen hebben plaatsgemaakt voor een verbeelde nieuwe werkelijkheid. Ik heb dat elders omschreven, in navolging van denkers en activisten die een jaar of zestig geleden een creatieve kijk op de toekomst uitdroegen, als een poging de verbeelding aan de macht te brengen. (14) Dat is de beste manier om naar de toekomst te kijken: denken in omgekeerde richting, vanuit de toekomst terugkijken naar het nu. Het is de verbeelding als tegenmacht, die ons in staat stelt wat we hopen tot werkelijkheid te maken.
Om in de toekomst duurzame vrede tot stand te brengen moet het wapengeweld al vandaag afnemen, niet pas morgen. Althans, dat is het streven. Om in de toekomst een volledig duurzame economie tot stand te brengen en evenwicht tussen mens en natuur, zal onze ecologische voetafdruk vandaag kleiner moeten worden. Wil ooit volledige gelijkheid tussen alle mensen tot stand worden gebracht dan zal de inkomensgongelijkheid vandaag moeten slinken en iedere vorm van discriminatie die vandaag heerst moeten worden bestreden.
Het zijn voorbeelden. Voor de andere stippen op de horizon geldt hetzelfde, uiteraard in onderlinge samenhang. Een duurzaam betere toekomst verwezenlijken maakt het noodzakelijk dat de maatschappelijke verhoudingen van vandaag worden omgewoeld. Ook al kost het tijd om de uiteindelijke doelstellingen te verwezenlijken, het is zaak niet langer te wachten daar een begin mee te maken. Op een gegeven moment is het misschien te laat om het tij te keren. Snel een begin maken en standvastig doorgaan is zeker zo belangrijk als het tempo van de hervormingen zelf.
Echter, blikken op de toekomst kunnen het zicht verduisteren op ellende die zich vandaag voordoet. Bij de verbeelding van toekomstig heil mag het onheil dat velen nu treft niet over het hoofd worden gezien. Alle kaarten zetten op een betere toekomst door het heden weg te cijferen en je volledig te richten op activiteiten waarmee latere generaties worden geholpen kan verlammend werken. Immers, absolute prioriteit geven aan het heil van mensen die nog geboren moeten worden, boven dat van mensen die leven in de wereld van vandaag, werkt onvermijdelijk contraproductief uit. Zo’n levenshouding lijkt altruïstisch, omdat een hogere waarde wordt toegekend aan toekomstige opbrengsten dan aan huidige baten en omdat aan lasten die daartoe vandaag worden gedragen minder zwaar wordt getild dan aan kosten die het nageslacht zou moeten opbrengen. (15) Maar er is wel een probleem: wie beslist over dat alles? Wie stelt de prioriteiten, wie bepaalt wat meer of minder waardevol is? Zullen degenen van wie offers worden gevraagd in het belang van toekomstige generaties dat accepteren? Of zullen velen zich verzetten en alle pogingen tot hervorming frustreren?
De noodzakelijke hervormingen waarmee huidige generaties een begin moeten maken grijpen diep in. Laten we eerlijk zijn: bijna al die hervormingen vereisen dat geprivilegieerde bevolkingsgroepen in het welvarende delen van de wereld stappen terugzetten. Stappen terug in de toegang tot alles wat schaars is en aan minder bevoorrechte landen en bevolkingsgroepen ten goede moet komen. Stappen terug in de ecologische voetafdruk, de uitstoot van broeikasgassen en het gebruik van fossiele energie. Stappen terug in materiele welvaart, consumptie en financieel vermogen. Stappen terug in bevoorrechte posities die velen hebben verkregen of zich hebben toegeëigend. Stappen terug in macht.
Toen de Club van Rome in 1972 een studie (16) uitbracht over de grenzen aan de economische groei ten gevolge van uitputting van grondstoffen publiceerde een groep politici in Nederland onder leiding van Sicco Mansholt een rapport (17) waarin geprobeerd werd politieke consequenties te trekken uit het besef dat de materiele vooruitgang niet oneindig kan doorgaan. Een van de conclusies was dat de noodzakelijke hervormingen de medewerking van iedereen vereisten, zonder uitzondering, dus ook van mensen die in economisch opzicht minder bevoorrecht waren. Die waren altijd al de dupe geweest. Zij hadden geen enkele reden te veronderstellen dat het nu anders zou gaan. Het zou er wel op uitlopen dat zij opnieuw meer moesten inleveren dan het welvarende deel van de samenleving. Wie dat verwacht werkt natuurlijk niet mee.
Daarom, zo schreven Mansholt c.s., is spoedige, daadwerkelijke en radicale vermindering van de ongelijkheid nu een voorwaarde voor effectieve hervormingen straks. Die conclusie geldt nog steeds. Transponeer de inhoud van een na te streven betere toekomst naar de verhoudingen van vandaag. Anders lukt het niet. Probeer de voorwaarden die in de toekomst vrede, gelijkheid, duurzaamheid en non-discriminatie garanderen vandaag al in praktijk te brengen. Maak het heden tot een voorafschaduwing van de toekomst. Dat is de enige manier om verbeelding op een geloofwaardige wijze om te zeten in vertrouwen.
Jan Pronk
Den Haag, 22 april 2026
Uitgewerkte tekst van lezing in de Vluchtheuvelkerk, Zetten, 15 februari 2026
- Thomas Bernhard, Het jachtgezelschap, pp. 78 en 100, International Theatre and Film Books, Toneelgroep Amsterdam 1991. Vertaling van: Die Jagdgesellschaft (1974).
- Najaar enquête 2025, Eurobarometer, Europees Parlement.
- Greta Thunberg, Our Lives are in Your Hand, Speech Climate March, Stockholm, 8 September 2018, in: Great Thunberg, No One is Too Small to Make a Difference, pp. 3-4, Penguin Books (2019).
- David Reid, The Conversation, 5 February 2026.
- Mohammad Mansour, ‘Israel used weapons in Gaza that made thousands of Palestinians evaporate’, Al Jazeera, 10 February 2026.
- Bernard Malamud, God’s Grace, Chatto & Windus, London, 1982.
- Günter Grass, Die Rättin, Hermann Luchterhand Verlag, Darmstadt (1986).
- Ik heb de verhalen van Grass en Malamud eerder geciteerd in ‘Geen tweede kans’, in: Roodkoper, jg. 14, nr. 2 (2010). Zie ook: Jan Pronk, Op zoek naar een nieuwe kaart. Verspreide aantekeningen over ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking, LM Publishers, Volendam: 2015, pp. 17-19.
- Jacqueline van der Waals, Wat de toekomst brengen moge (1920), Lied 293, Liedboek voor de Kerken.
- Emily Dickenson, ‘Hope is the thing with feathers’, in: The Collected Poems of Emily Dickinson, p. 19, Barnes & Noble (1924).
- Zie de voorstellingen ‘Een groter verhaal’, ‘De zaak Shell’, ‘Beste mensen’, en ‘Een stukje naar de mensen toe’, van Bureau Vergezicht o.l.v. Anoek Nuyens.
- Zie de documentaire The Singing Revolution (2006), gemaakt door James Rusty en Maureen Castle Rusty.
- Bertolt Brecht und Hanns Eisler, Vier Wiegenlieder für Arbeitermutter, Breitkopf & Härtel (2002).
- Jan Pronk, ‘De verbeelding aan de macht’, pp. 223-235, in: Ellen Mangnus, Kijk niet weg. In gesprek met Jan Pronk, Rotterdam: Lemniscaat (2024).
- Peter Singer, Effectief altruïsme, Rotterdam, Lemniscaat (2017).
- Dennis Meadows e.a., Rapport van de Club van Rome: de grenzen aan de groei, Amsterdam, Het Spectrum (1972).
- Sicco Mansholt e.a., Advies van de ‘commissie van zes’ aan het permanent overlegorgaan van PvdA, D’66 en PPR, Den Haag (1972).