Zijn we beter voorbereid of sussen we onszelf in slaap? De Deltawerken vormen een schitterende verdedigingslinie. We zijn er trots op. Waren zij maar eerder gebouwd. Aan hun constructie liggen de meest vergaande risico veronderstellingen ten grondslag. Er is wel beweerd dat zij te veel bescherming bieden, omdat de extreme situatie waarin zij overeind moeten blijven, zich nooit zal voordoen, maar na de ramp konden we het in Nederland natuurlijk niet meer maken om af te dingen op veiligheid en bescherming. Voorheen was dat wel gebeurd. Het risico was onderschat. Waarschuwingen waren in de wind geslagen. Bestuurders hadden op de veiligheid beknibbeld vanwege de hoge kosten. Waterschappen hadden economische belangen te zwaar laten meewegen. Dat mocht nooit meer gebeuren, vonden we. Ook al is de verantwoordelijkheidsvraag nooit gesteld - hetgeen thans ondenkbaar zou zijn - iedereen was het erover eens dat risico’s voortaan beter te hoog konden worden ingeschat dan te laag. Een natuurramp is geen puur noodlot, maar altijd deels mensenwerk.

Tot voor kort dachten we dat de veiligheid met betrekking tot het water in Nederland weer gewaarborgd is. We zullen echter waakzaam moeten blijven. De binnendijken bleken deze zomer minder goed bestand tegen de druk van het water dan we vermoedden. Heeft niemand tevoren aan de bel getrokken en er op gewezen dat sommige veronderstellingen rond de veiligheid van beschermingsconstructies niet meer opgaan, wanneer de weersgesteldheid duurzaam verandert? Zijn bouwplannen langs de rivieren, op plaatsen waar zich overstromingen kunnen voordoen, niet te optimistisch? Willen we niet te veel ontwikkelen langs de kust, waardoor de zeewering zwakker wordt en hoge concentraties van activiteit tot schade en slachtoffers kunnen leiden? Voeren daar economische belangen ook weer de boventoon? Houden we wel genoeg rekening met de stijging van de zeespiegel tengevolge van klimaatverandering? Doen we daar nog wel wat tegen, of beschouwen we klimaatverandering als het moderne noodlot? Of vinden we het te duur?

Er is spanning tussen economie en veiligheid. Vaak wint de economie en komt de veiligheid op de tweede plaats. Soms worden de regels wel gesteld, maar niet gehandhaafd. De vuurwerkramp in Enschede was daarvan het resultaat. Soms worden risico’s weggeredeneerd met behulp van rekenmodellen waarin relaties en coefficienten te optimistisch zijn ingeschat. Daarover gaat de discussie over Schiphol. Het is goed dat die discussie wordt gevoerd, zodat verantwoordelijkheden helder worden en beslissingen transparant. Soms stellen we onderzoek uit dat ons zou moeten helpen om verantwoorde risico’s te nemen. Soms ontwijken we discussies. Dat is bijvoorbeeld het geval rond het vervoer van gevaarlijke stoffen langs onze wegen, langs het spoor door onze binnensteden en over water. Het gaat nog steeds goed, maar velen houden hun hart vast. Terecht, geloof ik. De economische belangen zijn groot. De invloed van belangengroepen op de politieke besluitvorming is groter dan die van de mensen die wonen en werken in risicogebieden. Nul-risico bestaat niet, wordt er altijd geroepen. Maar dat is een loze kreet. Het gaat er om of we weten welk risico we nemen, of we de berekeningen eerlijk maken, de beschermingsconstructies en de bebouwingsregels zo maken - en handhaven - dat zij in overeenstemming zijn met de risico’s. Het gaat er om de burgers bij dat alles volledig te betrekken. Het bepalen van risico’s en het beslissen over veiligheid is meer dan louter techniek.

Tot en met de dertiger jaren, toen Nederland minder welvarend was, viel zo’n afweging anders uit dan thans. Vervolgens werd in de Tweede Wereldoorlog zoveel schade aangericht, en was daarna de wederopbouw zo kostbaar, dat een nieuwe afweging tussen economie en veiligheid nog niet aan de orde was. Maar na de ramp wel. De keuze om de Deltawerken aan te leggen was geen incidentele beslissing. Nederland hoort veilig te zijn. De risico’s zijn groter dan destijds. De ingewikkelde economie van tegenwoordig brengt nu eenmaal meer gevaren met zich mee. We zijn dichterbevolkt. De klimaatverandering zet door. We kunnen ons de noodzakelijke veiligheids- en beschermingsconstructies veroorloven: we zijn immers een rijk land geworden. We hebben onszelf de middelen verschaft om ons, onze kinderen en de generaties na ons te beschermen tegen gevaren die van buiten komen - zoals een vloedgolf - en tegen gevaren die wij zelf veroorzaken door riskant economisch gedrag.

Doen we dat dan ook? Of sussen we onszelf in slaap met wensdenken, steken we de kop in het zand, schuiven we verantwoordelijkheden af, stellen we beslissingen uit en blijven we twisten over wie de kosten moet dragen. Veiligheid is belangrijker dan economische groei. De kwaliteit van onze steden en van het landschap staat en valt met de veiligheid. Is dat besef na 1953 overal voldoende doorgedrongen?