Fanatici, wanhopigen en twijfelaars
Die revolutie kent winnaars en verliezers. Echte verliezers en zij die zich als zodanig beschouwen. De globalisering schudt gevestigde verhoudingen en culturen door elkaar heen. Sommigen beschikken over vaardigheden om zich toegang te verschaffen tot de moderne wereldmarkt en doen volledig mee. Anderen, economische asielzoekers bijvoorbeeld, worden meegezogen door de onderstroom van de nieuwe dynamiek. Voor hen is het pompen of verzuipen. Voor weer anderen, alleenstaande vrouwen met kinderen in Afrika, betekent het een totale ontworteling. Hun bestaansbasis was fragiel en breekt. Sommigen worden door de nieuwe verhoudingen meegesleurd en gaan ten onder. Anderen passen zich aan. Weer anderen verweren zich. Hun verweer kan vele vormen aannemen: protest, economische actie, alliantievorming, een politiek tegenoffensief op internationaal niveau. Het kan ook een poging inhouden tot versterking van de eigen cultuur of een versteviging van de band tussen politiek en religie. Het kan ook geweld inhouden, eerst gericht tegen modernisten binnen de eigen cultuur die bereid waren zich te assimileren met het Westen – zoals in Algerije - en vervolgens tegen het Westen zelf. Dat laatste stadium zal zich des te eerder aandienen naarmate het centrum van de globalisering zich minder aan de periferie gelegen laat liggen, niet alleen aan de sociale noden en de economische behoeften van de periferie, maar ook aan de tradities, de cultuur, de religie en de aspiraties aldaar. Die eigen liefde van het Westen, om Norman Mailer nogmaals te citeren, die zelfgenoegzaamheid wordt als arrogant ervaren, als beledigend, een slag in het gezicht. Dat leidt tot ressentiment: men voelt zich niet alleen misdeeld, maar ook vernederd en verslagen.
In de 18e eeuw bleef een dergelijke hautaine houding van de elite niet zonder gevolgen. De Franse revolutie vloeide er uit voort. In de huidige tijd geldt, aldus Thomas Friedman: “if you don’t visit your neighbourhood, it will visit you”. 8). Dat bezoek kan verschillende vormen aannemen. Een ervan is de wassende migratie naar de steden, via Kinshasa naar Rotterdam. Een ander is de toeneming van misdaad en geweld in alle metropolen waar de centra het oog verblinden, maar de verpaupering in de favella’s en de shanty-towns de adem beklemt. Een derde is het terroristisch geweld. Migratie leidt niet tot misdaad en misdaad niet tot terrorisme. Maar alle drie vormen een reactie op ontworteling. Ook al is er geen directe verbinding tussen armoede en geweld, het stelselmatig negeren van aspiraties en gevoelens van onrecht schept daar wel de condities voor. Er ontstaat begrip voor geweld, wanneer men zich vernederd voelt, als mens en als groep, wanneer men ervaart als cultuur en samenleving niet serieus te worden genomen, maar te worden buitengesloten door het nieuwe, vanuit het westen georkestreerde wereldsysteem. Dat gevoel leidt bij sommigen tot stilzwijgende instemming met geweld, bij anderen tot steun, het verschaffen van een schuilplaats dan wel ontvankelijkheid voor de boodschap van gewelddadige actie. Waarom niet, denkt men dan, als ons door het Westen toch geen andere weg wordt gelaten?
Wie het gevoel heeft dat het systeem zich niet om hem of haar bekommert, kan actief toegang zoeken tot dat systeem, zich er een weg naar toe banen. Dat was de aspiratie van migranten en emancipatiebewegingen. Zij hadden vaak succes. Maar als je het gevoel hebt dat het systeem je niet alleen negeert, maar zich van je afkeert, je echt niet wil, dan raak je omgekeerd geneigd je van het systeem af te keren. Dan zoek je niet eens toegang meer, maar keer je het de rug toe, wijs je het af. Een stap verder en je komt er tegen in verzet. Nog een stap verder en je wilt het ondermijnen.
Armoede leidt niet recht toe recht aan tot geweld. Armoede die geen enkel uitzicht biedt, plus de ervaring als minderwaardig te worden beschouwd door anderen die het in de wereld wel gemaakt hebben, dat leidt tot verzet, afkeer, haat geweld en fanatisme. Verzet tegen globalisering die als pervers wordt ervaren, als een inperking van de eigen ruimte, als een bezetting. Afkeer van Westerse dominante waarden die dat globaliseringsproces in de richting hebben gedreven van een wereldwijd Apartheidsysteem. Haat tegen de leiders van dat proces en tegen de machthebbers binnen dat systeem. Geweld tegen haar symbolen. Dodelijk geweld tegen onschuldige burgers binnen dat systeem. Niets en niemand ontziend, ook niet zichzelf, fanatiek gelovend: ‘dit is de enige weg’.
Is het geheel onbegrijpelijk wanneer mensen die wanhopig zijn, zonder enig perspectief, ontvankelijk worden voor de gedachte dat zij tot desperado’s zijn gemaakt door een onbereikbaar systeem? Een stap verder en zij worden ontvankelijk voor de influistering door fanatici, dat zij niets te verliezen hebben in de strijd tegen een systeem dat hen blokkeert. Nog een stap verder en zij geloven dat zij iets te winnen hebben door zich zelf op te offeren in die strijd. Het is afschuwelijk, niet te rechtvaardigen, maar het doet zich voor en het kan alleen voorkomen worden door de beweegredenen weg te nemen.
Terrorisme en geweld, gevoed door een fanatieke haat en afkeer jegens centrale waarden binnen het wereldsysteem, uitgedragen door een fanatieke voorhoede en gevoed door breed gedragen gevoelens van uitsluiting en onrecht, het is een virus dat het immuunsysteem van stabiele en gezonde samenlevingen ondermijnt. Het kan alleen overwonnen worden door het immuunsysteem te versterken en de voedingsbodem van het virus weg te nemen. Dat is wat anders dan de strijd tegen het terrorisme te zien als een oorlog die gewonnen kan worden door de vijand – de terrorist – te verslaan. Terroristen kan een slag worden toegebracht, maar de oorlog kan nooit definitief worden gewonnen. Er zullen altijd anderen opstaan om de wapens op te nemen, nog fanatieker, nog gewelddadiger. Een nederlaag hun voorgangers toegebracht is voor hen geen reden om op te geven, doch juist om nog harder toe te slaan, wraakzuchtig, elders, onverwacht. Dat leidt tot een geweldsspiraal, tot steeds meer nadruk op bescherming en veiligheid, steeds meer muren en technologisch geavanceerde grenzen, die echter telkens opnieuw poreus blijken. Dat leidt tot een veiligheidsobsessie en tot het verdringen van juist die waarden - vrijheid, recht, openheid en pluralisme – die door fanatieke andersdenkenden worden aangevallen. Zo boeken zij toch succes met hun ondermijningstactiek.
Toch zijn de meeste mensen in de Derde Wereld, hoe arm en wanhopig ook, helemaal niet toe aan een keuze voor geweld. Zij zijn vertwijfeld, maar twijfelen wat hen te doen staat. Zij willen voor of tegen het Westen kiezen. Tenzij zij zich daartoe gedwongen achten, bijvoorbeeld door het Westen zelf. Dan krijgen gevoelens van wrok de overhand boven de twijfel. We zien dat niet alleen gebeuren in de Islamitische wereld, maar ook onder radicale inheemse groepen in Azie en Centraal Amerika, ook onder een nieuwe generatie van politiek bewuste jongeren in Zuidelijk Afrika. Een arrogant Westen, dat de aspiraties van deze groepen negeert kan rekenen op een reactie.
In de 18e eeuw bleef een dergelijke hautaine houding van de elite niet zonder gevolgen. De Franse revolutie vloeide er uit voort. In de huidige tijd geldt, aldus Thomas Friedman: “if you don’t visit your neighbourhood, it will visit you”. 8). Dat bezoek kan verschillende vormen aannemen. Een ervan is de wassende migratie naar de steden, via Kinshasa naar Rotterdam. Een ander is de toeneming van misdaad en geweld in alle metropolen waar de centra het oog verblinden, maar de verpaupering in de favella’s en de shanty-towns de adem beklemt. Een derde is het terroristisch geweld. Migratie leidt niet tot misdaad en misdaad niet tot terrorisme. Maar alle drie vormen een reactie op ontworteling. Ook al is er geen directe verbinding tussen armoede en geweld, het stelselmatig negeren van aspiraties en gevoelens van onrecht schept daar wel de condities voor. Er ontstaat begrip voor geweld, wanneer men zich vernederd voelt, als mens en als groep, wanneer men ervaart als cultuur en samenleving niet serieus te worden genomen, maar te worden buitengesloten door het nieuwe, vanuit het westen georkestreerde wereldsysteem. Dat gevoel leidt bij sommigen tot stilzwijgende instemming met geweld, bij anderen tot steun, het verschaffen van een schuilplaats dan wel ontvankelijkheid voor de boodschap van gewelddadige actie. Waarom niet, denkt men dan, als ons door het Westen toch geen andere weg wordt gelaten?
Wie het gevoel heeft dat het systeem zich niet om hem of haar bekommert, kan actief toegang zoeken tot dat systeem, zich er een weg naar toe banen. Dat was de aspiratie van migranten en emancipatiebewegingen. Zij hadden vaak succes. Maar als je het gevoel hebt dat het systeem je niet alleen negeert, maar zich van je afkeert, je echt niet wil, dan raak je omgekeerd geneigd je van het systeem af te keren. Dan zoek je niet eens toegang meer, maar keer je het de rug toe, wijs je het af. Een stap verder en je komt er tegen in verzet. Nog een stap verder en je wilt het ondermijnen.
Armoede leidt niet recht toe recht aan tot geweld. Armoede die geen enkel uitzicht biedt, plus de ervaring als minderwaardig te worden beschouwd door anderen die het in de wereld wel gemaakt hebben, dat leidt tot verzet, afkeer, haat geweld en fanatisme. Verzet tegen globalisering die als pervers wordt ervaren, als een inperking van de eigen ruimte, als een bezetting. Afkeer van Westerse dominante waarden die dat globaliseringsproces in de richting hebben gedreven van een wereldwijd Apartheidsysteem. Haat tegen de leiders van dat proces en tegen de machthebbers binnen dat systeem. Geweld tegen haar symbolen. Dodelijk geweld tegen onschuldige burgers binnen dat systeem. Niets en niemand ontziend, ook niet zichzelf, fanatiek gelovend: ‘dit is de enige weg’.
Is het geheel onbegrijpelijk wanneer mensen die wanhopig zijn, zonder enig perspectief, ontvankelijk worden voor de gedachte dat zij tot desperado’s zijn gemaakt door een onbereikbaar systeem? Een stap verder en zij worden ontvankelijk voor de influistering door fanatici, dat zij niets te verliezen hebben in de strijd tegen een systeem dat hen blokkeert. Nog een stap verder en zij geloven dat zij iets te winnen hebben door zich zelf op te offeren in die strijd. Het is afschuwelijk, niet te rechtvaardigen, maar het doet zich voor en het kan alleen voorkomen worden door de beweegredenen weg te nemen.
Terrorisme en geweld, gevoed door een fanatieke haat en afkeer jegens centrale waarden binnen het wereldsysteem, uitgedragen door een fanatieke voorhoede en gevoed door breed gedragen gevoelens van uitsluiting en onrecht, het is een virus dat het immuunsysteem van stabiele en gezonde samenlevingen ondermijnt. Het kan alleen overwonnen worden door het immuunsysteem te versterken en de voedingsbodem van het virus weg te nemen. Dat is wat anders dan de strijd tegen het terrorisme te zien als een oorlog die gewonnen kan worden door de vijand – de terrorist – te verslaan. Terroristen kan een slag worden toegebracht, maar de oorlog kan nooit definitief worden gewonnen. Er zullen altijd anderen opstaan om de wapens op te nemen, nog fanatieker, nog gewelddadiger. Een nederlaag hun voorgangers toegebracht is voor hen geen reden om op te geven, doch juist om nog harder toe te slaan, wraakzuchtig, elders, onverwacht. Dat leidt tot een geweldsspiraal, tot steeds meer nadruk op bescherming en veiligheid, steeds meer muren en technologisch geavanceerde grenzen, die echter telkens opnieuw poreus blijken. Dat leidt tot een veiligheidsobsessie en tot het verdringen van juist die waarden - vrijheid, recht, openheid en pluralisme – die door fanatieke andersdenkenden worden aangevallen. Zo boeken zij toch succes met hun ondermijningstactiek.
Toch zijn de meeste mensen in de Derde Wereld, hoe arm en wanhopig ook, helemaal niet toe aan een keuze voor geweld. Zij zijn vertwijfeld, maar twijfelen wat hen te doen staat. Zij willen voor of tegen het Westen kiezen. Tenzij zij zich daartoe gedwongen achten, bijvoorbeeld door het Westen zelf. Dan krijgen gevoelens van wrok de overhand boven de twijfel. We zien dat niet alleen gebeuren in de Islamitische wereld, maar ook onder radicale inheemse groepen in Azie en Centraal Amerika, ook onder een nieuwe generatie van politiek bewuste jongeren in Zuidelijk Afrika. Een arrogant Westen, dat de aspiraties van deze groepen negeert kan rekenen op een reactie.