Lezing Bilthovense Kring voor Wijsbegeerte en Psychologie. Bilthoven, Woudkapel, 11 mei 2026

Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan plus tien geboden om, wanneer het toch oorlog is, vrede dichterbij te brengen.

Na de beide wereldoorlogen werd de kans dat internationale spanningen zouden uitlopen op een nieuwe wereldbrand laag ingeschat. Ook in de tweede helft van de vorige eeuw werden oorlogen gevoerd, maar zij leidden niet tot een wereldbrand. Na de eeuwwisseling is het risico toegenomen. De oorlogen die in het eerste kwart van deze eeuw worden gevoerd hebben alle de kans dat zeer veel landen, ook buiten de regio waar de strijd begon, erbij worden betrokken.

Dat geldt voor de oorlog die begon toen Russische troepen de grens met Oekraïne overtrokken, voor de oorlog toen Israël Gaza binnenviel, voor de militaire interventie van Israël in Libanon en de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran. De kans dat deze conflicten zich tot heel Europa respectievelijk het hele Midden-Oosten zullen uitbreiden is aanzienlijk toegenomen.

Na het begin van deze eeuw hebben ook in andere regio’s van de wereld oorlogen gewoed: Irak, Afghanistan, Myanmar, Libië, Soedan, Zuid-Soedan, de Centraal Afrikaanse Republiek, Mali, Ethiopië en Congo. In sommige vallen sloeg het geweld over naar buurlanden. Dat gebeurt ook wanneer binnen afzonderlijke landen, bijvoorbeeld in de Sahel, rebellenbewegingen, tribale milities, Islamitische terreurorganisaties of warlords de wapens opnemen tegen de machthebbers. Dat zagen we ook in de vorige eeuw, met grote aantallen slachtoffers als gevolg, maar er was een verschil. Toen was het mogelijk ze te bespreken in internationale organen met gezag, op basis van internationaal recht waarop men zich beroepen kon om escalatie te voorkomen.

Dat ligt nu anders. De grootmachten in de wereld achten zich niet meer gebonden door verdragen, instellingen en internationaal recht. Grillig en onberekenbaar gedrag van leiders kan leiden tot onbeheersbare actie-reactie patronen die conflicten uit de hand doen lopen. Wanneer machthebbers gedreven worden door willekeur of belang hebben bij geweld kunnen zij al blunderend hun land een oorlog in doen struikelen. Zo’n oorlog is het gevolg van incidenten die elkaar aansteken en een kettingreactie veroorzaken. Het risico dat grote regionale oorlogen uitbreken, of zelfs een nieuwe wereldoorlog, ook wanneer niemand daar op uit was, is toegenomen.

Oorlogen kunnen ook het gevolg zijn van een wereldsysteem: bijvoorbeeld wanneer men veronderstelt dat het kapitalisme niet zonder oorlog kan, of wanneer geopolitieke belangen gedoemd zijn met elkaar te botsen. Bovendien plunderen we in het huidige wereldsysteem de aarde zo grondig dat alles schaars wordt – vruchtbare grond, water, grondstoffen, voedsel, de atmosfeer – waardoor landen oorlog onvermijdelijk achten om zich van toegang te verzekeren tot wat nog rest. De gevolgen zullen erger zijn dan ooit, wanneer daarbij nucleaire wapens worden ingezet. Dat leek lange tijd uitgesloten, maar dat is het niet meer. Meer dan eens wordt ermee gedreigd.

Vrede spreekt niet vanzelf. Mensen die in Afrika wonen, in Zuid-Azië of het Midden-Oosten, weten wat oorlog is. Velen, van generatie op generatie, hebben oorlogen aan den lijve meegemaakt. Voor West-Europa ligt dat anders. Hele generaties hebben sinds de Tweede Wereldoorlog alleen vrede gekend. Maar het besef dringt door: het komt dichterbij. Hoewel dertig jaar geleden oorlog werd gevoerd in voormalig Joegoslavië, heeft de idee postgevat dat na 1945 Europa pas voor het eerst in Oekraïne door een oorlog is getroffen. Misschien komt het omdat Rusland zich dertig jaar geleden nog afzijdig hield en nu agressor is geworden.

Ook in Nederland nemen onzekerheid en vrees toe. De regering heeft een draai gemaakt. Dertig jaar werd er op defensie bezuinigd, nu gaan de uitgaven snel omhoog. De verzekering van onze veiligheid krijgt de hoogste prioriteit. Dat gaat gepaard met vijandsbeelden, het verheerlijken van wapens en wapentechnologie en een prominente plaats van militairen in de informatievoorziening en in publieke discussies over Europa, Rusland, Oekraïne, de Atlantische verhoudingen, Israël en China.

Over vrede wordt weinig gesproken. De discussies gaan over veiligheid, verdediging, zelfverdediging, weerbaarheid en afschrikking. Maar dat is niet het hele verhaal. Het gaat niet alleen om onze eigen veiligheid – ‘national security’ - maar om de veiligheid van iedereen. Als we onze eigen veiligheid proberen te vergroten door die van anderen op het spel te zetten is het risico groot dat die anderen reageren door onze veiligheid te bedreigen. Zo ontstaat een actie-reactie spiraal die de veiligheid van iedereen op het spel zet. Onze veiligheid is erbij gebaat dat anderen zich niet bedreigd achten. We zouden er goed aan doen na te gaan of onze politieke beslissingen altijd aan dat criterium voldoen.

In de huidige discussie in ons land gaat het vooral om twee oorlogen: tussen Oekraïne en Rusland en tussen Israël en Gaza. In die discussie staan de standpunten scherp tegenover elkaar. Beide oorlogen hebben te maken met geopolitieke conflicten tussen meerdere grootmachten, samen met hun bondgenoten. Beide beïnvloeden elkaar. In deze toespraak wil ik echter niet ingaan op de actuele oorlogen van vandaag, maar een stap terug doen. Ik wil de vraag aan de orde stellen wat kan worden gedaan om oorlogsvoering tegen te gaan. Wat we kunnen doen zal ik niet schetsen als mogelijkheden, maar als richtlijnen of, beter nog, geboden: tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan plus tien geboden om, wanneer het toch oorlog is, vrede dichterbij te brengen.

Een: Onthoud je van retoriek, verkeerde woorden en vijanddenken.

Oorlogen worden niet alleen bepaald door machten en systemen, waarop de individuele mens weinig vat heeft. Ze worden ook gevoed door woorden, gedachten, begrippen, opvattingen, ideeën en ideologieën.

Andersdenkenden demoniseren verkleint de mogelijkheid met gesprekken tot elkaar te komen. Sterker nog, hen - zonder dat dit op feiten is gegrond - neerzetten als antisemieten, oorlogshitsers, fascisten of vijfde colonne, vergroot tegenstellingen in plaats van die te overbruggen. Tegenstanders zonder bewijsvoering aanduiden als terroristen roept een tegenreactie uit, met escalatie als gevolg. Het brandmerken van andere landen als achterlijk en andere culturen als minderwaardig heeft hetzelfde effect. Politieke tegenstellingen kunnen dan zulke proporties aannemen, dat partijen hun toevlucht niet meer zoeken in praten, maar in geweld. Tegengeweld ligt dan dicht om de hoek.

De voorbeelden liggen voor het grijpen. Trump spreekt over landen in het globale Zuiden van de wereld als shithole countries. Hij verklaart openlijk een andere beschaving te zullen uitroeien. Netanyahu spreekt over Palestijnen als scumbags and subhumans, als dieren of als personen die niet het recht hebben te bestaan. In Rwanda werden Tutsi’s kakkerlakken genoemd. De taal die in ons land wordt gebezigd over vreemdelingen, migranten, asielzoekers en Moslims gaat dezelfde kant uit. De ene groep wordt als misdagers aangeduid, de andere als gelukzoekers, de derde als personen die terug moeten gaan naar hun eigen land, ook als zij hier geboren zijn, en de vierde als mensen die niet thuishoren in de westerse Christelijke beschaving.

Spreek geen verzinsels uit die mensen bang maken. Zoals De Hoop Scheffer deed toen hij zei: ‘Als we niet naar Afghanistan gaan komen de Taliban hiernaartoe’. Of Rutte: ‘Als de norm voor de defensie-uitgaven niet omhooggaat naar 5%, kunnen we allemaal beter Russisch gaan leren’. Dat werkt vijanddenken in de hand.

Spreek nooit over ‘winnen’ of ‘verliezen’. Oorlogen kunnen niet meer worden gewonnen of verloren. Spreken over de noodzaak een oorlog te ‘winnen’ en daarnaartoe te werken, ‘whatever it takes’, dan wel ‘zonder taboe’, leidt tot verharding van posities. Praten over ‘gamechangers’ wekt de indruk dat oorlog een spel is

Oorlogsgeweld helpen voorkomen vereist dat we de juiste woorden spreken. Woorden doen ertoe. Verkeerde woorden stijven roekeloze machhebbers in hun eigen gelijk. In absolute temen geformuleerde ideeën en ideologieën maken een systeem onwrikbaar. Goed gekozen woorden helpen polarisatie tegen te gaan en dragen bij tot de-escalatie.

Twee: Verdedig universele waarden en sta pal voor internationaal recht

Dat recht ís er! Ook al wordt het ondermijnd, het is er! Er is over onderhandeld en er is ooit een wereldwijde consensus bereikt. Dat geldt bijvoorbeeld het concept van de nationale soevereiniteit. Na de Tweede Wereldoorlog hebben landen samen beslist dat niemand het recht heeft een ander land aan te vallen, laat staan binnen te vallen. Dat mag op grond van internationaal recht alleen ter zelfverdediging, als men zelf wordt aangevallen. Amerika mocht dat twintig jaar geleden niet in Irak en nu niet in Iran. Rusland mocht dat een halve eeuw geleden niet in Afghanistan en nu niet in Oekraïne. Irak mocht dat niet in Koeweit, Israël niet in Libanon, Rwanda niet in Congo. Het is wel gebeurd. Internationaal recht is en wordt geschonden, net als oorlogsrecht en internationaal humanitair recht tijdens een oorlog. Zodra dat gebeurt komen anderen op dezelfde gedachte. Dan glijden we nog verder af. Sta, om oorlogen te voorkomen, pal voor het internationaal recht, vanaf het begin dat een conflict de kop opsteekt.

 

Drie: Respecteer en verdedig bovenal de mensenrechten

 

Het gaat altijd om mensen en wat hen overkomt. Mensenrechten zijn absoluut en universeel. Ze gelden voor iedereen, niet alleen voor ons in het Westen, ook voor vluchtelingen, ook voor mensen die geen leefbaar bestaan hebben ten gevolge van armoede, de klimaatcrisis, de naweeën van het kolonialisme of de schaduw van het hedendaags imperialisme. Alle mensen zijn verschillend, maar allen hebben gelijke rechten, ongeacht afkomst, sekse, leeftijd, kleur, geloof en etniciteit. Wanneer maatschappelijke belangentegenstellingen leiden tot schending van mensenrechten volgt verzet, geweld, burgeroorlog en oorlog. Daar vloeien dan nog gruwelijker schendingen uit voort. Daarom: sta pal voor de mensenrechten, vanaf het eerste begin.

 

Het Charter van de Rechten van de Mens (1949) was een doorbraak in de beschaving, Het is onlosmakelijk verbonden met vrijheid, geweldloosheid en vrede. Het gaat niet alleen om burgerlijke en politieke rechten, maar ook om sociaaleconomische rechten. Ongelijke sociaaleconomische verhoudingen leiden tot geweld. In tijden van schaarste neemt de ongelijkheid toe, niet alleen tussen mensen en landen, maar ook tussen generaties. Gelijke rechten voor alle mensen gelden ook voor de verhouding met toekomstige generaties. Mensen die nog niet geboren zijn hebben hetzelfde recht deel te hebben aan de natuur, natuurlijke hulpbronnen, de atmosfeer, het water en de grond. Dat recht mogen we niet alleen voor onszelf claimen. Geweld en oorlog voorkomen vereist gelijkheid bevorderen, verschillen in identiteit respecteren en sociaaleconomische gelijkheid nastreven.

 

Vier: Wees geloofwaardig


Meet niet met twee maten, zoals tijdens Franse revolutie: ‘gelijkheid, vrijheid en broederschap’, maar dan alleen voor de Fransen, niet voor mensen in koloniaal gebied. Dat onderscheid is altijd doorgegaan: meten met twee maten bij mensenrechten, bij een beroep op het recht van zelfverdediging, of bij de weging van Westerse economische belangen tegenover die van het Globale Zuiden. Dat is ethisch onacceptabel en bovendien onverstandig. Westers meten met twee maten blijft niet ongezien. Het wordt tegen ons ingebracht, vormt een reden voor mensen die zich geschoffeerd achten om in opstand te komen. Hypocrisie broedt geweld en oorlog.

 

Vijf: Ken de geschiedenis


Denk gedurende een conflict niet steevast dat de andere partij geen gelijk heeft en jij altijd het gelijk aan je zijde hebt. Erken verantwoordelijkheid voor historisch onrecht anderen aangedaan ten tijde van kolonialisme en slavernij. Luister naar mensen en groepen die zeggen gediscrimineerd en vernederd te zijn. Respecteer hun gevoelens. Accepteer het wanneer anderen zeggen: ‘We voelen ons door jullie bedreigd”. Ook als je van mening bent dat je niemand bedreigt, vormt het gevoel aan de andere kant door jou bedreigd te worden een politiek feit. Daar heb je mee te handelen. Zoek naar de redenen die men heeft om zich bedreigd te voelen. Neem die redenen zoveel mogelijk weg, om te voorkomen dat een conflict uitmondt in geweld. Goed luisteren is een voorwaarde om oorlog en geweld te voorkomen

 

Zes: Herstel en bescherm de instituties van de Verenigde Naties

 

Die werden tachtig jaar geleden in het leven geroepen om de crises van dat moment te bespreken: twee Wereldoorlogen, de Holocaust, de atoombom, de economische depressie, koloniale onderdrukking en de dreiging tot massavernietiging. Ze werden in het leven geroepen om over die conflicten te praten, over oplossingen te onderhandelen en de onderliggende problemen te adresseren. Opgelost werden ze lang niet altijd, maar er was een systeem gecreëerd waarbinnen kon worden gewerkt aan de-escalatie, zodat dat conflicten niet tot een gewelddadige uitbarsting zouden komen.

 

Dat systeem was niet ideaal, want daarbinnen bestond ongelijkheid: vijf landen hadden een vetorecht in de Veiligheidsraad. Maar het was beter dan de verhoudingen na vorige oorlogen. Toen gold het recht van de sterkste: ‘The winner takes all’. Voortaan gold niet langer de wet van de jungle, want binnen het nieuwe systeem werd macht tot op zekere hoogte gedeeld.

 

Breek die instituties niet af - dat hebben we wel gedaan. De grote mogendheden zijn ermee begonnen bij de conflicten over Kosovo, Irak, Afghanistan en Libië rond het begin van de nieuwe eeuw. Het leidde tot het omzeilen van de Veiligheidsraad, tot het niet uitvoeren van aangenomen resoluties, tot schending van elkaars vertrouwen, tot regime change van buitenaf. Dat alles leidde tot verlamming van instituties en tot onwil om daarbinnen naar oplossingen te zoeken voor de conflicten die in latere jaren tot uitbarsting kwamen: Syrië, Soedan, Mali, Israël/Gaza, Libanon, Iran.

 

Het gevolg is: chaos! Erger is nog dat de instituties bewust opzijgeschoven worden: Het Internationale Gerechtshof, het Internationale Strafhof, UNWRA, de Wereldgezondheidsorganisatie en andere. Macht is recht, luidt de mantra. De VN is antisemitisch, aldus Israël. De Wereldhandelsorganisatie en de Wereldbank belemmeren ons door de nadruk die zij leggen op eerlijke handel en de klimaatcrisis, aldus de VS. Die ondermijnende uitspraken zijn gevaarlijk. Als instituties die moeten nazien op de handhaving van internationaal recht worden ontmanteld, verliezen staten hun vertrouwen in dat recht en worden ze verleid het recht in eigen hand te nemen.

 

Daarom: breek de instituties niet af. Koester ze. Respecteer uitspraken van gerechtshoven ook als je het er niet mee eens bent. Het zijn legitieme instellingen van de internationale orde. Zeker nu de Verenigde Staten, in navolging van Rusland, aankondigen zich niets meer van die uitspraken aan te trekken, moeten andere landen dat juist wel doen. En nu de VS internationale rechters vervolgen horen andere landen voorop te lopen om hen te beschermen.

 

Maak ook een beter gebruik van de verworvenheden binnen de rechtsorde. Gebruik het Uniting for Peace mechanisme dat in 1950 is aanvaard om patstellingen in de Veiligheidsraad te doorbreken. Gebruik het VN Peace Building Comité, twintig jaar geleden in het leven geroepen om landen te helpen vrede te verduurzamen. Werk niet mee met de door Trump geleide Vredesraad, buiten de VN om, zonder invloed van de bevolking van een door oorlog getroffen land, vooral bedoeld als speeltje van vastgoed projectontwikkelaars. Gebruik het Responsibility to Protect mechanisme (R2P), om mensen in oorlogsgebieden te beschermen, zonder de kant te kiezen van een der strijdende partijen.

 

Ga nog een stap verder: werk aan hervorming van de internationale rechtsorde, opdat deze in staat is niet alleen de crises van vroeger te adresseren, maar ook die van vandaag en morgen. Vele voorstellen doen de ronde, zoals een drastische hervorming van de Veiligheidsraad, om ook andere landen dan de supermachten een plek aan de onderhandelingstafel te bieden. Stel een internationaal monitorings-, overleg- en interventiemechanisme in dat gemachtigd is, nog voordat de Veiligheidsraad wordt ingeschakeld, ter plekke te observeren, te bemiddelen en conflicten te de-escaleren. Werk nieuw financieringsmechanismen uit, bijvoorbeeld belasting op de Global Commons, op internationaal geldverkeer, op de internationale wapenhandel, of op datacentra en het dataverkeer, zodat er voldoende middelen vrijkomen om wereldwijde crises aan te pakken, zonder geremd te worden door de onwil van individuele staten.

 

Luister bij die hervormingsinitiatieven ook naar voorstellen die gedaan zijn door Rusland, China, de Arabische landen en het Globale Zuiden. Zulke voorstellen zijn er. Het Westen heeft ze vaak hooghartig terzijde gelegd.

 

Zeven: Onderhandel over een andere geopolitieke orde

 

Breng de grootmachten en een beperkt aantal landen uit Azië, Afrika, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Europa bijeen om te onderhandelen over een nieuwe internationale veiligheidsorde. In 1944 vond iets dergelijks plaats in Jalta, maar toen alleen tussen de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog. Destijds ging het om een afbakening van invloedsferen. Wederzijdse erkenning daarvan betekende dat de grootmachten erop konden vertrouwen dat zij niet door de ander zouden worden aangevallen.

 

Die geopolitieke orde bestaat niet meer, maar de les van toen is dat politieke beloften om de veiligheid van de ander niet te ondermijnen een basis kunnen leggen voor een internationale rechtsorde waarin overeengekomen wordt macht met elkaar te delen. Dat kan opnieuw, niet om invloedssferen af te bakenen, want dat past niet meer het streven naar duurzame vrede en vrijheid, maar om andere wederzijdse veiligheidsbelangen te respecteren. Ik noem er vijf:

  • Wederzijdse erkenning van de status quo, met respect voor de grenzen zoals die thans officieel gelden. Grenzen zijn niet definitief. Ze mogen veranderen, maar alleen via onderhandelingen, gevolgd door officiële erkenning.
  • Wederzijdse erkenning dat het gebruik van massavernietigingswapens in niemands belang is en de wederzijdse belofte dat ze niet zullen worden gebruikt.
  • Wederzijdse beloften wapens niet te laten beheersen door Artificial Intelligence die de mensheid iedere mogelijkheid ontneemt zelf rationele en morele beslissingen te nemen over oorlog en vrede.
  • Wederzijdse erkenning dat de toegang tot voor de mens essentiële schaarse grondstoffen, water, de zeebodem en de ruimtelijke atmosfeer, een collectief belang is, ook voor toekomstige generaties en dat die bestaansbronnen daarom gezamenlijk moeten worden beheerd.
  • Tenslotte: wederzijdse erkenning dat de mensenrechten nog steeds gelden, binnen alle landen die partij zijn bij het veiligheidspact en ook daarbuiten.

 

Ga onderhandelen over zo’n nieuwe geopolitieke veiligheidsorde tussen Oost, West, Noord en Zuid. Voorkom daarmee dat de grootmachten hun invloedssfeer eenzijdig afbakenen en uitbreiden, zodra zij denken een reden hebben om elkaar te vrezen. Doe dat vanuit de huidige Verenigde Naties, nog voordat die is hervormd, om zeker te stellen dat bij dergelijke nieuwe veiligheidsafspraken de belangen van andere landen in acht worden genomen.

 

Acht: Stop de nucleaire bewapeningsrace

 

De nucleaire dreiging is weer terug. Ze is nooit weggeweest, maar werd tot de eeuwwisseling beperkt door wapenbeheersingsverdragen die waren gesloten na het inwerking treden van het non-proliferatie verdrag. Het aantal kernkoppen en raketten werd beperkt, de afweer daartegen eveneens, om te voorkomen dat partijen zouden proberen hun aanvalsmogelijkheden te verfijnen. Ook zou geen verder onderzoek plaatsvinden, en geen kernproeven. Dat alles geldt niet meer. Na de eeuwwisseling sneuvelde het ene na het andere verdrag. Sinds begin dit jaar geldt, behalve het non-proliferatieverdrag (dat al door Noord-Korea en Israël was geschonden), geen enkel verdrag waarmee een nieuwe nucleaire bewapeningsrace kan worden voorkomen. Landen met kernwapens zeggen openlijk het gebruik niet uit te sluiten. Landen zonder kernwapens achten zich in de huidige geopolitieke situatie zo bedreigd, dat zij overwegen kernwapens aan te schaffen om zich te beschermen.

 

Dat dit gevaarlijker is dan ooit wordt door burgers en politici onvoldoende beseft. Een eerste lancering, opzettelijk dan wel ten gevolge van een menselijke fout, leidt door de snelheid waarmee moet worden beslist hoe te reageren, en door automatisering van de technologie, tot bijkans onbeheersbare kettingreacties. Gebruik van kleine tactische kernwapens leidt op een gegeven onvermijdelijk op een tot lancering van strategische kernwapens. De term ‘tactische kernwapens’ is trouwens een verhulling van de werkelijkheid: ze zijn zwaarder dan de bommen die vielen op Hiroshima en Nagasaki. Bovendien, wanneer tachtig jaar later, eenmaal een kernwapen wordt gelanceerd is een precedent geschapen. Vroeg of laat zullen andere volgen. Dat kan resulteren in een nucleaire winter en het einde van de menselijke beschaving.

 

Politiek is een volledige afschaffing van kernwapens op korte termijn onmogelijk. Maar men kan al vandaag beginnen te onderhandelen over nieuwe kernwapenverdragen, in wederzijds en collectief belang. Juist Nederland zou daartoe een initiatief kunnen nemen. Tot en met het vierde kabinet Rutte stond in regeringsakkoorden dat ons land zich inzet voor een kernwapenvrije wereld. Dat is in internationale besprekingen ook gebeurd. Maar het huidige kabinet heeft ook op dit punt een draai gemaakt: voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog staat in het regeerakkoord de zin: ‘We staan constructief tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking’.

 

Integendeel: die kant moeten we niet op!

 

Negen: Stop het militair industrieel complex

 

Eisenhower waarschuwde al in de jaren vijftig dat het militair industriële complex te veel invloed kreeg op de politieke besluitvorming. Zijn waarschuwing heeft weinig uitgehaald. Het complex nam een hoge vlucht. Bewapeningsuitgaven ter verdediging zijn noodzakelijk, maar er is een vloedgolf opgekomen van nieuwe aanvalswapens en technologisch sophisticated wapensystemen, niet vraag- maar aanbod gestuurd. Nieuwe wapensystemen, op de markt gebracht omdat ze nu eenmaal bestaan, niet omdat er behoefte aan was, stimuleren de ontwikkeling van nog effectiever, verfijnder, inhumaner en dodelijker systemen. Dat werkt escalatie in de hand. Politici moeten beseffen: de bewapeningsindustrie en de wapenhandel hebben belang bij oorlog, niet bij vrede. Breng dat commerciële complex onder democratisch publieke controle.

 

Tien: Wees op je hoede, wees op tijd en denk out-of-the-box

 

Internationale organisaties moeten alert zijn en conflicten tussen en binnen landen zo vroeg mogelijk onderkennen, zodat gepaste actie kan worden ondernomen om escalatie tegen te gaan. Maar dat is ook de taak van civiele organisaties. Wees er op tijd bij wanneer de rechten, vrijheden en veiligheid van medemensen worden bedreigd. Sluit de ogen daar niet voor. Luister naar degenen die zich bedreigd voelen door antisemitische, islamofobische en xenofobische woorden en daden. Neem tijdig stelling. Voorkom dat het normaal wordt gevonden en dus normaal wordt. Normalisering leidt tot legitimering, legitimering verschaft argumenten om weg te kijken. Zo ontstaat zowel binnen als tussen landen een spiraal van geweld en contrageweld, eerst veronachtzaamd, vervolgens onbeheersbaar.

 

Vrede is te belangrijk om aan politici over te laten. Ik zeg dat na meer dan dertig jaar politicus te zijn geweest. Wanneer het om vrede gaat zijn regeringen, parlementariërs en topadviseurs geneigd af te wachten, het nog even aan te zien, weg te kijken, uit te stellen en economische belangen te laten prevaleren boven mensenrechten en andermans veiligheid.

 

In discussies over vrede en veiligheid worden meer gewoontewijsheden gelanceerd dan creatieve oplossingen. Daarom: denk out-of-the-box! Volg niet automatisch het mainstream denken. Bedenk bijvoorbeeld dat de keuze om zich steeds meer te bewapenen om zich te verdedigen en een potentiële vijand af te schrikken niet vanzelf spreekt. Waarom zou men niet gaan praten en onderhandelen met een regime waardoor men zich bedreigd voelt? Waarom zou men geen eenzijdige de-escalerende stappen zetten als vertrouwenwekkende maatregel om een patstelling te doorbreken? Waarom niet het risico nemen vrede te bevorderen door absoluut eigen veiligheid minder gewicht toe te kennen? Waarom sluiten we geen internationaal verdrag over drones? Het razendsnel toegenomen gebruik van dit nieuwe wapen is angstaanjagend. Het kan nog steeds gestopt worden door met elkaar te praten, net als destijds over chemische wapens en over landmijnen.

 

Hebben deze tien geboden zin? Oorlog hebben we niet kunnen voorkomen. Maar als stappen in deze richting worden gezet kunnen we wel voorkomen dat er nog meer oorlogen komen en dat alles verder escaleert. Dan worden er steeds meer landen bij betrokken. Dan wordt degenen die belang hebben bij het al maar doorgaan met oorlog voeren geen strobreed in de weg gelegd. Het is laat, maar nooit te laat om het maken van nog meer slachtoffers te voorkomen.

 

Daarom tien extra geboden om, wanneer het toch oorlog is, vrede dichterbij te brengen.

 

Een: Geef niet op.

 

Ga door met alle tien eerdergenoemde punten. Die blijven geldig.

 

Twee: Handel uit besef dat oorlogen niet meer militair gewonnen kunnen worden.

 

Zoek van het begin af aan de gelegenheid om te praten, te onderhandelen, compromissen te sluiten. Houd partijen daar niet vanaf. Zeg niet dat het te vroeg is om te onderhandelen. Onderhandel op basis van kracht, maar ga er niet van uit dat je nog onvoldoende krachtig bent om te onderhandelen en daarom eerst sterker moet worden. Dat leidt tot uitstelgedrag en dus tot escalatie. Bovendien, de kracht van waaruit je onderhandelt wordt niet alleen door je militaire positie bepaald. Democratie, recht en sociale gelijkheid maken een samenleving veerkrachtig.

 

Zeg ook niet dat de andere partij niet te vertrouwen is. Ook al was dat tot nu toe het geval, verder onderhandelen kan een situatie creëren waarin alle partijen beseffen belang te hebben zich aan gemaakte afspraken te houden. Hoe verfoeilijk je de tegenstander ook vindt, praat. Doe dat om tenminste te voorkomen dat nog meer mensen slachtoffer worden. ‘Shaking hands with the devil’, kan noodzakelijk zijn. Je moet er nu eenmaal ooit op de ene of de andere manier uitkomen. Dat doe je met macht, gezag en overtuiging. Je laat niet over je heen lopen, maar je praat, je onderhandelt, in het belang van al diegenen die eronder lijden dat er nog geen vrede is.

 

Drie: Kies altijd opties die leiden tot de-escalatie Vermijd verantwoordelijk te worden voor escalatie.

 

De-escalatie is niet alleen belangrijk om oorlog te voorkomen, maar ook tijdens oorlogen. In de oorlogen die nu worden gevoerd in het Midden-Oosten en rond Oekraïne is escalatie aan de orde van de dag. Steeds meer oorlogsmaterieel, steeds weer nieuwe wapens, raketten die verder reiken, nog effectievere drones, een nog verwoestender bom, nog meer bezet gebied, enzovoort. Zo’n proces loopt onvermijdelijk uit de hand. Wie vrede wil houdt zich verre van escalatie.

 

Vier: Wees bereid eenzijdige stappen te zetten.

 

Eenzijdige stappen, niet pas gezet na onderhandelingen, maar vooraf, kunnen vertrouwen wekken aan de andere kant. Daardoor kunnen die onderhandelingen op gang worden gebracht. Men hoeft niet altijd alles te doen wat men kan. Tijdens een oorlog of burgeroorlog kan de tegenpartij worden meegedeeld dat men ervan afziet bepaalde stappen te zetten, ook als is men daartoe in staat. Dat kan leiden tot een zekere mate van terughoudendheid aan de andere kant en aldus een patstelling doorbreken.

 

Vijf: Gebruik in de strijd alleen middelen die niet strijdig zijn met het doel.

 

Zie erop toe dat bij beslissingen over de wijze waarop je de strijd voortzet de middelen altijd worden geijkt aan het doel. Dat doel is vrede, of een wapenstilstand, minder slachtoffers en een leefbare omgeving voor mensen die het geweld overleven. Gebruik dus geen biologische of chemische wapens, geen door Artificial Intelligence aangestuurde wapens. Pas geen strategie toe van de verschroeide aarde. Ga niet over tot standrechtelijke executies van tegenstanders. Dat alles is in strijd met de doelen die je zelf voorstaat. Wees de eigen waarden trouw.

 

Zes: Pleeg geen aanvallen op burgers en burgerdoelen.

 

Houd het humanitair oorlogsrecht hoog. Respecteer en bescherm humanitaire hulpverlening. Onthoud je van collectieve bestraffing. Onthoud je van disproportionele zogenaamde ‘zelfverdediging’. Voorkom burgerslachtoffers. Voer geen strategie uit die mensen beschouwt als ‘collateral damage’. Praat het maken van burgerslachtoffers, onder wie vrouwen en kinderen, niet goed met het argument dat zich een terrorist onder hen bevond. Val geen hulpverleners, artsen, en journalisten aan. Bombardeer geen ziekenhuizen, ambulances en woningen.

 

Zeven: Ga stapsgewijs te werk.

 

Volledige vrede kan en hoeft niet in een keer te worden bereikt. Probeer op de weg daarnaartoe beperkte stappen te zetten, die alle partijen kunnen interpreteren als hun eigen belang. Begin met partiele onderhandelingen, bijvoorbeeld om wederzijds te stoppen met aanvallen op drinkwater- en energie-installaties, voedseltransporten en ziekenhuizen. Maak overeenstemming daarover niet afhankelijk van het eindresultaat van de vredesonderhandelingen, ook al stel je vast dat een uiteindelijk vredesakkoord pas ingaat wanneer over alle punten overeenstemming is bereikt. Onderhandel in een volgende fase over andere onderwerpen waarover beide partijen overeenstemming zouden kunnen bereiken, zoals gevangenenruil en overdracht van lichamen van gevallen strijders. Ga vervolgens onderhandelen over humanitaire zones, humanitaire konvooien en safe areas. Probeer overeenstemming te krijgen over tijdelijke en regionaal beperkte wapenstilstanden. Schendt die in geen geval. Pleeg geen aanval terwijl er wordt onderhandeld. En als de tegenpartij dat wel doet, sla dan niet terstond in volle hevigheid terug.

 

Acht: Doe alles om voldoende humanitaire hulp te bieden. Vertrouw bij vredesbesprekingen op instellingen en bemiddelaars die boven de partijen staan

 

Geef alle ruimte aan het Rode Kruis, Artsen Zonder Grenzen en andere niet-gouvernementele organisaties. Maak het hun mogelijk samen te werken met lokale instellingen en een lokale staf. Zij kennen de eigen samenleving het best. Bescherm ze, want ze zijn bijzonder kwetsbaar wanneer ze door een van de strijdende partijen niet worden vertrouwd. Accepteer geen tegenwerking van oorlogvoerende partijen.

 

Breng de diplomatie terug. Maak gebruik van vredesmissies. Die hebben effect gehad, niet altijd, maar vaak wel. In de huidige internationale rechtsorde beschikt de wereld over instrumenten die hun nut hebben bewezen, zoals de OVSE, regionale organisaties als de IGAD en de OAS, uitzending van ongewapende waarnemers, arbitrage, het R2P beginsel, een beroep op het Internationaal Gerechtshof of een aanklacht van het Strafhof. Sommige zijn in onbruik geraakt, andere omstreden, omdat machtige partijen er niet aan willen. Derden hebben er echter belang bij dat ze zoveel mogelijk worden toegepast. Schrik er niet voor terug voorstellen in die richting te doen, ook als de grootmachten dreigen met sancties.

 

Negen: Gebruik economische drukmiddelen in plaats van militair geweld.

 

Maak om vredesdoeleinden te bereiken meer gebruik van economische dan van militaire middelen. Economische druk kan flexibel worden gehanteerd. Sancties kunnen selectief worden toegepast om partijen en machthebbers te treffen die verantwoordelijk zijn voor het geweld, met minder gevolgen voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Sancties zijn effectiever dan vaak wordt gedacht, maar dan moeten landen die sancties opleggen bereid zijn ook zelf economische offers te brengen. Zorg ervoor dat de sterkste schouders de zwaarste lasten van die offers dragen.

 

Economische offers bij het opleggen van sancties zijn altijd geringer - en ook minder definitief - dan dodelijke gevolgen van het oorlogsgeweld

 

Tien: Werk al tijdens een oorlog aan herstel en wederopbouw van basisvoorzieningen en aan perspectief op rechtsherstel, co-existentie en verzoening.

 

Wacht daarmee niet tot er eenmaal echt vrede is. Begin er al mee tijdens de gevechtshandelingen. Dat verzacht de gevolgen voor de slachtoffers en biedt perspectief op een betere toekomst. Wie goed zicht heeft op wat er na een oorlog kan worden gedaan, en zeker is dat dat inderdaad gebeurt, zal zich sterker inzetten voor vrede dan wie vertwijfeld is en alle hoop heeft verloren. Vroegtijdig herstel, ook wanneer dat weer door gevechtshandelingen te niet wordt gedaan, brengt vrede dichterbij.

Twintig geboden.

Sommigen zullen dit als vanzelfsprekend beschouwen, niets nieuws. Anderen als onrealistisch, een gepasseerd station. Weer anderen als aanmatigend: waarom geboden in plaats van richtlijnen? Dat zijn het ook: gebiedende richtlijnen.

Geen van deze twintig richtlijnen wordt momenteel nageleefd. Ze zullen niet alle op stel en sprong kunnen worden gerealiseerd. Maar het heeft zin alles in het werk te stellen om de huidige trend om te buigen. Initiatieven om zo spoedig mogelijk een paar van deze richtlijnen te realiseren kunnen het tij doen keren. Ze kunnen katalyserend werken en ertoe leiden dat machthebbers en warlords op alle mogelijke niveaus bereid zijn ook volgende stappen te zetten.

Een allesoverheersend doel, duurzame vrede, stapsgewijs bereiken klinkt niet ambitieus. Maar dat is het wel, tenminste als het doel vaststaat, niet van de richting wordt afgeweken en de stappen voortvarend en met volle overtuiging worden gezet.

Het is hoog tijd ernst te maken met een vredespolitiek.

 

Jan Pronk

 

Lezing Bilthovense Kring voor Wijsbegeerte en Psychologie. Bilthoven, Woudkapel, 11 mei 2026.

Een korte eerdere versie werd uitgesproken op een bijeenkomst van de Nieuwe Vredesbeweging, Amsterdam, Ru Paré, 9 maart 2025