Het is niet ongebruikelijk in beschouwingen over de twintigste eeuw deze te laten beginnen in 1917 de Russische revolutie - en eindigen in 1989; de val van de muur in Berlijn en het einde van de Koude Oorlog. Bezien vanuit die invalshoek ging aan een korte twintigste een lange negentiende eeuw vooraf, beginnend in:1789, het jaar van de Franse revolutie.De eenentwintigste eeuw begon dus reeds in de laatste decade van het vorige millennium. Aldus gerekend werd Tinbergen geboren in de negentiende eeuw en overleed hij kort na het begin van de eenentwintigste. In zijn lange werkzame leven heeft hij er drie meegemaakt.

Meegemaakt? Ja. Tinbergen leefde vanuit het besef dat de verworvenheden van de negentiende eeuw moesten worden gebruikt in de strijd tegen haar kwalen. Hij volgde de fundamentele ontwikkelingen gedurende twintigste eeuw op de voet en probeerde deze te beinvloeden door de oude verworvenheden te verfijnen en de nieuwe aan te grijpen om voortdurende en nieuwe kwalen te beheersen. En hij zag vooruit, voorzag, trok trends door, waarschuwde en deed aanbevelingen om de grote problemen van de eenentwintigste eeuw, die zich al snel na haar aantreden aandienden, het hoofd te bieden.

In termen van wereldverhoudingen verschilt de negentiende van de twintigste eeuw. In de negentiende eeuw was het statensysteem van Europa de dominante factor, economisch, technologisch en in termen van politieke macht. Het was het tijdperk van de ratio, leidend tot een grote vlucht van wetenschap en techniek, niet alleen beta wetenschappen, maar ook alpha wetenschappen zoals de economische, die zich bezighielden met de analyse van processen in de samenleving zelf..Het was het tijdperk van de industriele revolutie, gedreven door de technologische ontwikkeling en door economische krachten, met name aan de aanbodzijde van de markt. De politiek had weinig greep op dat proces. Zij hield zich vooral met zichzelf bezig: de vorming van natiestaten met constituties, conservatief-liberaal van karakter: conservatief, want sterk gedomineerd door de elite, doch ook liberaal om het opkomende burgerdom te plezieren. Het leidde tot democratisering, ten behoeve van zowel de burgers als de elite. Maar de groeiende onderklasse, de arbeidersklasse die ontstond in het kielzog van de industriele revolutie werd economisch uitgebuit en in politiek opzicht de vruchten van de democratisering vooralsnog onthouden. Een groot sociaal vraagstuk was het resultaat, met diepe armoede en hoge werkloosheid, naast rijkdom van degenen die toegang hadden tot de nieuwe productiefactor kapitaal, zowel in financiele zin als in de vorm van productiemiddelen die de technologische ontwikkeling belichaamden. Het was ook de eeuw waarin de Europese oorlogen, die het continent reeds sedert de zestiende eeuw hadden geteisterd, werden voortgezet, net als het Europese imperialisme. Tal van landen bleven gekoloniseerd of werden dat opnieuw. De underdog waar Tinbergen over sprak, woonde zowel in Europa zelf als daarbuiten. Zij waren met zeer velen en hun toestand was veelal erbarmelijk. Maar de eerste tekenen van een verandering in de verhoudingen dienden zich aan met het einde slavernij en met de opkomst van de vakbeweging en van nieuwe maatschappelijke filosofieen, zoals het socialisme.

Geheel nieuwe verhoudingen ontstonden in de twintigste eeuw: Amerika overklaste Europa in alle opzichten: economisch, technologisch en militair en dus ook politiek. Aanvankelijk werden beide gebieden geteisterd door een depressie en een economische crisis en door grote economische schommelingen..Europa zelf werd eerst door (wereld)oorlogen verscheurd en startte daarna een moeizaam integratieproces, met als rationeel politiek doel een Gemeenschap tot stand te brengen waarbinnen de naties voor hun economische vooruitgang zozeer van elkaar afhankelijk zouden worden, dat een herhaling van de Europese oorlogen in niemands belang zouden worden geacht. Tegelijkertijd voerden West-Europa en de Verenigde Staten, die beide gekenmerkt werden door politieke democratie en een economisch stelsel waarin kapitalisme werd gepaard aan verschillende gradaties van sociale zekerheid en publieke verantwoordelijkheid een Koude Oorlog met het Oosten, aangevoerd door de Russische Sowjet-unie, dat een totalitair-communistisch economisch en politiek systeem had gekozen.,De Koude oorlog was dus zowel militair, gebaseerd op wederzijdse afschrikking, als politiek en ideologisch. Wat was het beste systeem? Dat was ook de vraag in tal van nieuwe landen in het Zuiden, veelal onafhankelijk geworden voormalige kolonien, natie-staten die hun weg in de wereld moesten vinden na een diep ingrijpend dekolonisatie proces, dat niet zelden met veel strijd gepaard was gegaan..Aldus ontstond de zogeheten Derde Wereld, een nieuwe wereld van landen die niet wensten te kiezen tussen de machten van de oude wereld, het Noorden en daarbinnen Oost en West, en zich daarom niet gebonden landen noemden. Het was ook het tijdperk van het ontstaan van de Verenigde Naties, een poging tot ordening van de internationale verhoudingen in zowel politiek als economisch opzicht. Dat gebeurde op basis van gemeenschappelijk gekozen waarden, vastgelegd in een Handvest, een constitutie voor de wereld, voortbordurend op de verworvenheden van de Franse revolutie en de Amerikaanse onafhankelijkheid en op de liberaal-burgerlijke tradities van de negentiende eeuw. Economisch ging het in de tweede helft van de twintigste eeuw bergopwaarts: herstel en wederopbouw na wat men hoopte dat de laatste wereldoorlog was geweest, gingen hand in hand met de vorming van sociale welvaartstaten die er toe dienden om de onderklasse een behoorlijk bestaan te garanderen en deze te laten participeren in de economie niet alleen met hun arbeidskracht maar ook door consumptieve vraag uit te oefenen. Daarmee werd een belangrijke impuls gegeven aan een economische groei die zich zelf in stand leek te kunnen houden, en die op zich ook een stimulans vormde voor de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieen. Aldus zette ook het rationele denken door, in wetenschap en techniek, in economie en in de politiek. Echter, het rationele inzicht in het verlicht eigen belang, dat mede ten grondslag had gelegen aan loonsverhogingen voor de eertijds uitgebuite arbeiders en later aan conjuncturele impulsen om economische crises tegen te gaan, alsmede aan de vorming van de sociale welvaartsstaten na de Tweede Wereldoorlog, werd niet doorgetrokken naar het internationale vlak. De Derde Wereld bleef arm en de kloof tussen arm en rijk nam toe. in de jaren dertig was de economische achterstelling een voedingsbodem geweest voor fascisme en geweld. Waarschuwingen, dat zich dat in op wereldniveau zou kunnen herhalen en dat het rationele verlichte eigenbelang een globalisering vroeg van de ideeen van Ford, Keynes en Beveridge, kregen onvoldoende gehoor.