# De discussie voortgezet

> Canonieke pagina: https://www.janpronk.nl/weblog/nederlands/april-2008/de-discussie-voortgezet.html

*15 april 2008*

## Reactie op Wouter Bos

In het januarinummer van Socialisme en Democratie reageerde Wouter Bos op Jan Pronks Den Uyl lezing. Hij ging in op vijf punten: het gelijkheidsbegrip, kritiek op fatsoen als centraal element in het PvdA-beginselprogram, de positie van de middenklasse, solidariteit en welbegrepen eigenbelang, en de noodzaak van een kritische benadering van het kapitalisme.

Pronk schreef een tegenbericht onder de titel "Verwerp het onfatsoenlijke kapitalisme" (redactioneel aangepast). Zijn originele titel was: "Neem afstand van het kapitalistische stelsel".

## Breideling van het kapitalisme

Pronk pleitte niet voor verwerping van het kapitalisme, maar voor breideling ervan. Dit betekent: inperking en sturing van de markt. Een systeem dat breideld wordt:

- accepteert de markt maar verzet zich tegen grote ongelijkheid in economische macht
- bestrijdt uitbuiting van arbeid
- weigert mensen ter zijde te schuiven die door de markt slecht af komen
- weert manipulatie van behoeften en materalistisch consumentisme
- beschermt culturele, sociale en publieke levenssferen tegen overheersing door economische mechanismen gericht op maximale winst

Breideling stelt de markt dienst aan menselijke, sociale en culturele waarden die buiten het stelsel zelf worden bepaald.

## Gemeenschappelijke idealen

Na publicatie ontving Pronk een e-mail van Wouter Bos waarin deze het debat "goed en waardig" noemde. Bos concludeerde dat verschillen vooral strategisch zijn (hoe win je mensen voor idealen) en veel minder groot op inhoudelijk vlak.

Pronk erkent dat zij verschillen hebben over politieke strategie: hoe vestig je macht, welke compromissen sluit je, hoe mobiliseer je mensen? Dit zijn relevante vragen die politieke leiders zich moeten stellen. Zijn lezing richtte zich echter op beginselen en programma, niet op strategie.

## Ongelijkheid en armoede

Bos schreef Pronk dat hij niet had gezegd het belangrijker te vinden dat levensstandaarden stijgen dan dat ongelijkheid toeneemt. Bos wilde beiden appreciëren: "wat weegt zwaarder, dat de allerarmsten vooruit zijn gegaan, of dat het gat ten opzichte van de beterbedeelden is gegroeid?"

Pronk waardeert dat de discussie voortgaat. Hij stelt twee zaken scherp:

1. Armoede neemt veel minder sterk af dan vaak beweerd. Dit geldt voor Westerse landen als Nederland, maar niet overal.

2. Dat armoede blijft is mede toe te schrijven aan economisch gedrag van de middenklasse en politieke beslissingen van politici.

Pronk benadrukt dat de groeiende ongelijkheid in de samenleving bestreden moet worden, terwijl hij economische vooruitgang aan de onderkant ook waardeert. Toch stelt hij dat zulke afwegingen eigenlijk door armsten zelf gemaakt moeten worden, niet door middenklassepolitici zoals hij.